'Liever stabiele gebruiker dan dit stukje wanhoop'

Na 22 jaar ben ik nu op het punt gekomen dat ik zeg: geef hem die heroïne. Waarom moet zijn leven nog verder verpest worden, alleen omdat het verboden moet blijven? Ophouden doet hij toch nooit meer.''

Een bankstel, een wereldbol en handgeweven gordijnen boven de grijze vloerbedekking. Hangplanten in bakjes voor het raam, net als bij de buren. Hier woont de familie Cavaro: man, vrouw en een schoolgaande zoon van zestien, in drie athenaeum. Op de deur kleeft een sticker: geen drugs. “Die heeft mijn man daar zelf opgehangen.”

Mevrouw Cavaro (42) schenkt bloesemthee en rookt de ene sigaret na de andere. “Ach, hoe is het begonnen. Ik werd stapelverliefd op die man. Het was 1972, hippietijd. Iedereen experimenteerde met van alles. Carlo was een hele aardige, wat teruggetrokken man. Ik was gek op hem en dacht: die drugs, dat hoort gewoon bij hem.” Ze trouwden en toen heeft het nog meer dan twee jaar geduurd totdat het besef doordrong dat heroïne meer was dan cultuur alleen. “Eigenlijk heeft het ons overvallen. We wisten in die tijd nauwelijks het verschil tussen tussen hasj en heroïne. Iemand had gezegd: probeer dit eens. En hij vond het gelijk lekker.”

En toen opeens waren er de ontwenningsverschijnselen. Een paar dagen lang had haar man niets gebruikt. Eerst kwamen de tranende ogen, lopende neus, diarree en toen de pijnen die in zijn lichaam losbraken. Dat was het begin van een lange weg van hopen en slopen. Afkicken, opnieuw beginnen, proberen te minderen en weer doorgaan. Het leven van Johanna Cavaro nam het ritme aan van haar mans verslaving. “Ergens diep in mijn hart heb ik altijd gehoopt dat hij zou afkicken. In elk geval geloofde ik dat er een oplossing bestond.”

De bekostiging van zijn verslaving was relatief gemakkelijk. Haar man verkocht wat hasj aan Duitse of Zwitserse toeristen. “Maar toen de coffeeshops kwamen was die bron van inkomsten afgesloten.” Het enige dat hij kon doen was zoveel mogelijk profiteren van de handel. Maar ook dat werd moeilijker. Er ontstonden organisaties. Mensen begonnen gewapend rond te lopen. “In die wereld kon hij zich niet meer handhaven.” Langzaam kwam Johanna Cavaro erachter dat niet zozeer de drug zelf maar het leven dat eraan vast zit het grote probleem is. Haar man vertrok naar het buitenland voor een mislukte afkickpoging. Toen hij terugkwam was hij niet alleen aan de heroïne verslaafd. Drank, pillen, morfine. Uit het dressoir haalt ze een foto van een tengere man die verlegen de camera inkijkt. “Dat was dus het moment waarop hij fysiek aftakelde”, zegt ze en gaat met haar vinger over het lijstje. “Zijn lever is kapot. Niet van de heroïne, maar geklapt van de drank.”

Twee jaar geleden is Carlo Cavaro gestopt met heroïne. Sindsdien gebruikt hij alleen nog methadon. Dag en nacht ligt hij nu op zijn bed en zwijgt en kijkt naar het plafond. “Je zou kunnen zeggen dat hij gestopt is, ja”, zegt Johanna Cavaro. “Maar dit is veel erger dan de heroïneverslaving.” Het medicijn maakt haar man depressief en lusteloos. Hij heeft zich volledig teruggetrokken in zichzelf. “Hij ziet de zin niet meer in het leven. Hij is een schaduw van zichzelf.” Met haar vinger tekent ze kringen op de tafel. “Weet je”, zegt ze na een tijdje. “Ik leefde honderd keer liever met een gestabiliseerde heroïnegebruiker dan met dit wanhopig stukje mens.”

Dan klinkt in de gang opeens gestommel. In de deuropening verschijnt een knappe man met grijzende haren. Als een slaapwandelaar loopt hij door de kamer. Johanna Cavaro vraagt hem de bio-bak even buiten te zetten, maar Carlo Cavaro lijkt het niet te horen. Met zwemmende ogen loopt hij verder, en verdwijnt de bunker van zijn slaapkamer weer in. “Waarom moet hij zo doorgaan? Wat is er na tweeëntwintig jaar toch op tegen om hem die heroïne te geven?”, vraagt Johanna Cavaro.

Jarenlang is om haar heen gezegd: Geef het op. Trek je handen ervan af. Als hij in de goot komt, klimt hij er op een dag wel weer uit. “Nou, ik geloof dat niet meer”, zegt Johanna Cavaro. “Je ziet het toch om je heen? Geen huis, geen geld en alsmaar jagen achter die drugs. Daar kom je niet meer uit.” Het klinkt misschien raar, zegt Johanna Cavaro. Maar tweeëntwintig jaar lang heeft ze geprobeerd de maatschappij tegen iemand te beschermen. “Nu kan ik niet meer. En ik ben gaan nadenken: is er geen sprake van hypocrisie? Is het eigenlijk niet heel cynisch dat je een groep mensen de verloedering indrukt alleen om anderen af te schrikken?”