Koolmonoxidegehalte in de atmosfeer vertoont dalende trend

In de jaren tachtig steeg het koolmonoxidegehalte (CO) in de atmosfeer met 1,2 procent per jaar, wat tot wereldwijde bezorgdheid leidde over mogelijke versterking van het broeikaseffect. Inmiddels lijken de tijden veranderd. Sinds 1988 vertoont het CO-gehalte in de atmosfeer een gestage daling van zo'n twee procent per jaar. Volgens het tijdschrift Nature (25 augustus) komt dat vermoedelijk doordat er in de tropen minder biomassa wordt verbrand.

Koolmonoxide (CO) speelt een sleutelrol in de broeikasproblematiek. Deze stof bevordert het oxiderend vermogen van de atmosfeer en heeft daardoor vermoedelijk indirect een sterke invloed op klimaat, atmosferische chemie en de ozonlaag. Koolmonoxide ontstaat in de atmosfeer door oxidatie van methaan en andere koolwaterstoffen en komt bovendien vrij uit uitlaatgassen van auto's, bij landbouw en bij het afbranden van de savannen. Volgens recente schattingen zorgen menselijke activiteiten voor meer dan de helft van de totale jaarlijkse CO-emissie.

In de jaren tachtig nam het CO-gehalte in de atmosfeer jaarlijks met 1,2 procent toe. Maar uit metingen tussen 1988 en 1992 komt volgens onderzoekers uit Beaverton (VS) een ander beeld naar voren. Sinds 1988 is vooral op het zuidelijk halfrond een daling van de CO-emissies ingezet. Volgens de onderzoekers bevindt zich nu minder koolmonoxide in de atmosfeer dan tien jaar geleden.

Om daarvoor een verklaring te vinden schieten de huidige inzichten tekort. Vast staat dat een molecuul koolmonoxide in de atmosfeer niet langer blijft bestaan dan twee tot drie maanden. De CO-concentratie in de atmosfeer is ruwweg in evenwicht met produktie en afbraak van CO. Als er iets aan produktie of afbraak verandert, vindt men dat al snel weerspiegeld in de concentratiemetingen. Dit in tegenstelling tot de situatie bij andere, 'langer levende' broeikasgassen zoals methaan of de beruchte CFK's die zich in de atmosfeer blijven ophopen lang nadat de bronnen zijn begonnen te minderen. Bovendien heeft CO het voordeel dat men in wetenschappelijke modellen min of meer van een 'steady state' voor de gehele aardbol kan uitgaan: de CO-concentratie in een bepaalde regio wordt niet ingrijpend beïnvloed door gebeurtenissen die zich al of niet aan de andere kant van de aardbol afspelen.

Volgens de onderzoekers is op het zuidelijk halfrond het verbranden van biomassa de belangrijkste bron van koolmonoxide. Als het koolmonoxidegehalte daalt, kan dat alleen maar komen doordat er de laatste jaren minder biomassa wordt verbrand. Of dat - als het al klopt - een tijdelijk of een permanent gegeven is, en of het veroorzaakt wordt door klimaatveranderingen of door verandering van menselijke activiteiten, laten ze in het midden.