Iran bestrijdt satelliet-tv als werktuig van Satan

Satelliettelevisie verspreidt morele corruptie. Daar is de Islamitische Republiek Iran niet van gediend, en dus mogen rechters satellietschotels verbieden.

Dat heeft het hoofd van de Iraanse rechterlijke macht, ayatollah Mohammad Yazdi, gisteren onderstreept. Zijn uitspraak lijkt nu toch een uitgebreide actie aan te kondigen tegen de talloze bezitters van satellietschotels, in afwachting van een wettelijk verbod.

Tot dusverre was de strijd tegen de satelliettelevisie, door vele Iraanse hoogwaardigheidsbekleders met enige regelmaat verketterd als werktuig van de (Westerse) duivel, beperkt gebleven tot een halfslachtige actie hier en een inval daar, terwijl het aantal schotelbezitters onstuimig toenam. Deze halfslachtigheid weerspiegelde een zekere mate van verdeeldheid onder het Iraanse leiderschap. Een duidelijke meerderheid ziet de verdorven Westerse cultuur via de satelliet de Islamitische Republiek binnendringen, en pleit onomwonden voor een verbod. Maar er is ook een factie die een verbod als onuitvoerbaar ziet - omdat satellietschotels steeds makkelijker te verbergen zijn en het ondoenlijk is de politie overal de daken op te sturen - en zich bij het onvermijdelijke wil neerleggen. President Rafsanjani, die zich als politicus altijd niet zozeer liberaal als wel pragmatisch heeft getoond, hoort bij die laatste groep. Hij zei in juni dat gebruik van satellietschotels in orde was zolang het parlement zich nog niet over het onderwerp had uitgesproken, wat nauwelijks een principieel standpunt was.

De Iraanse televisie is verschrikkelijk, daarover zijn de Iraniërs het eens. In de grensstreken wordt veeleer naar de buren gekeken, waarbij de Iraakse televisie altijd zeer populair is geweest. Het schreeuwende gebrek aan kwaliteit en een overdosis godsdienst op het Iraanse scherm waarborgden eerder al de populariteit van video, die 12 jaar geleden eveneens als handlanger van het internationaal imperialisme werd verboden. Maar de kijkers stoorden zich daar absoluut niet aan, en een levendige smokkelhandel in buitenlandse videobanden was het resultaat. Uiteindelijk werd begin dit jaar het verbod ingetrokken, waarmee het Iraanse leiderschap zich bij de feiten neerlegde. Invoer en verkoop van videobanden bleven echter onder scherpe controle van de censor, terwijl de lokale produktie van verantwoorde videofilms werd gestimuleerd. “Video's zijn de woning binnengedrongen om de boodschap van Westers materialisme te verspreiden”, aldus de autoriteiten. “Het is aan ons dit wapen in zelfverdediging te gebruiken.”

In de periode 1992-'93 zijn er pogingen ondernomen het televisie-aanbod aantrekkelijker te maken voor de kijkers. De toenmalige radio- en televisiedirecteur, president Rafsanjani's broer Mohammad Hashemi, instigeerde bij voorbeeld de aankoop van Westerse series, zoals die gewijd aan Agatha Christie's degelijke speurster Miss Marple. Ook kwamen zingende vrouwen in beeld, een gewaagde vernieuwing. Maar onder invloed van de conservatieve vleugel van het bewind, die de laatste jaren gestaag aan kracht heeft gewonnen, werd Hashemi in februari afgezet. Eerder al had een officiële commissie van onderzoek zijn programmering gebrandmerkt als “tegen de belangen van de (islamitische) revolutie” en als “propaganda voor de Westerse cultuur”. De nieuwe directeur kreeg de opdracht terug te keren naar “het bevorderen van de zuivere islam”.

De conservatieven werken nu hard aan een wettelijk verbod van satellietschotels. Een parlementaire commissie heeft aan het begin van de zomer een voorstel uitgewerkt om invoer, produktie, verspreiding en installatie van satellietschotels in Iran te verbieden. Het parlement zal zich naar wordt aangenomen hierover uitspreken in zijn komende zitting, die volgende week begint. Gezien de huidige conservatieve machtspositie is een verbod te verwachten. Evenzeer is te verwachten dat de burgers er alles aan zullen doen zo'n verbod te omzeilen.