In Widnes kunnen verslaafden sociaal leven leiden

Zes jaar geleden had Siobhan Monaghan er nog een dagtaak aan om aan drugs te komen. Wat was ze handig in de handel. Ze had altijd maar een handvol klantjes. Maar goeie. Geen verlopen types. Mensen die ook wat te makken hadden. En ze gaf ze waar voor hun centen. Siobhan vertelt over die periode met de trots van een geslaagde zakenvrouw.

Op wat ze in de tussentijd bereikt heeft, is ze nog veel trotser. Ze heeft een volledige baan in de drugskliniek van Widnes. Ze betaalt belasting. Ze heeft een hypotheek.

Dit is geen verhaal van een zondaar die het licht ziet, van een drugsgebruiker die tot inkeer komt. Hoezo inkeer? Siobhan is nog altijd dol op heroïne zoals een ander valt voor appeltaart. Ecstasy, LSD, opium. Alles, werkelijk alles heeft ze al geprobeerd in de 21 jaar dat ze van de drugs snoept. Maar er gaat toch niks boven heroïne. Stoppen met gebruiken, daar heeft ze geen behoefte aan.

Dit is het verhaal van drugsgebruikers die in leven blijven. Zonder aids te verspreiden. Zonder oude vrouwtjes te beroven. Omdat ze krijgen wat ze nodig hebben: heroïne, amfetamine, cocaïne. Genoeg om niet een beroep op de zwarte markt te hoeven doen; te weinig om te kunnen doorverkopen, zoals wordt vastgesteld door ze onder toezicht te laten slikken of te spuiten.

In deze drugskliniek achter die onopvallende blauwe deur aan Victoria Road in het Noordengelse Widnes laat men zich niet leiden door morele overwegingen over de slechtheid van het drugsgebruik. Hier krijgen verslaafden niet alleen maatschappelijke begeleiding maar ook pure, onversneden drugs. Hier heersen het boerenverstand en dokter Marks.

John Marks kent alle bedenkingen tegen de vrije verstrekking van drugs. Waarom zou een gebruiker nog van de drugs af willen als hij zo makkelijk aan het spul kan komen? Leidt die aanpak juist niet tot vergroting van het drugsgebruik? En moet je soms ook jenever geven aan alcoholici of kaartjes voor het bordeel aan verkrachters?

Al die bedenkingen koesterde hij zelf ook toen hij elf jaar geleden hoofd werd van de gezondheidsdienst in de regio Halton. Hij was psychiater, had gedoceerd aan de universiteit van Liverpool. Wat wist hij nou van drugs? En daar stuitte hij op een drugskliniek in Widnes waar ze de patiënten drugs verstrekten. Niet uit nieuwlichterij maar omdat ze dat al deden sinds de jaren twintig, sinds de invoering van het Britse systeem, zoals dat verwoord was door de Rolleston Commissie. Een beleid dat elke huisarts in staat stelde om drugs voor te schrijven aan verslaafden die anders geen “nuttig en normaal leven” zouden kunnen leiden.

Later is onder Amerikaanse druk de voorschrijvingsbevoegdheid beperkt tot de psychiaters van de 188 regionale gezondheidsdiensten. Die beperking van de drugsverstrekking heeft volgens Marks vernietigend gewerkt. Het aantal verslaafden is verveertigvoudigd. De jaarlijkse schade van hun criminele activiteiten wordt op 6 miljard gulden geschat.

Maar dat wist hij nog niet toen hij voor het eerst in Widnes rondkeek. Hij zag alleen dat het bericht van de beleidsombuiging deze uithoek nooit bereikt had. En hij was vastbesloten om een eind te maken aan de drugsenclave. Eerst zou hij de verwerpelijkheid bewijzen van de oude aanpak, hij was per slot van rekening wetenschapper.

Bij zijn evaluatieonderzoek zette hij twee vergelijkbare gebieden tegenover elkaar. Aan de ene kant Widnes en Runcorn, 150.000 mensen. Aan de andere kant Bootle, dat geen drugs verstrekte en alleen maar hielp bij het afkicken. Zijn uitgangsstelling was dat het drugsgebruik in Widnes veel sneller om zich heen zou hebben gegrepen dan in Bootle met zijn beperkende maatregelen. Maar het tegendeel bleek waar. Het aantal nieuwe verslaafden per jaar lag in Widnes dertien keer lager dan in Bootle.

Hij kon de cijfers niet geloven. Hij zag de logica ook niet. Later, weken later, kwam plotseling het inzicht toen hij in een pub zat met een vriend. Ze keken naar het zes uur-journaal waarin een Amerikaanse minister van justitie en zijn Britse collega de oorlog verklaarden aan de drugs. En ze hoorden de Amerikaanse bewindsman vertellen dat de Verenigde Staten elk jaar weer meer geld besteedden aan de drugsbestrijding: 7 miljard dollar in 1983/84. En dat er elk jaar weer meer nieuwe drugsgebruikers kwamen: 5.000 per dag in 1985.

“Alsof het dubbeltje viel”, zegt Marks. “Drugs zijn niet verboden omdat ze gevaarlijk zijn. Ze zijn gevaarlijk omdat ze verboden zijn. Niet drugsgebruik maar drugsbestrijding zorgt voor de drugsproblemen. Overheden spenderen een fortuin aan het scheppen van een ramp.”

“Stel een verbod op drugs in en je haalt de misdaad binnen. Stel een verbod op drugs in en je dwingt gebruikers om steeds weer andere gebruikers te werven, zodat zij met de opbrengst van de handel hun drugs kunnen kopen. Elk bedrijf zou jaloers zijn op zulke vertegenwoordigers. Stel een verbod op drugs in en je verspreidt de drugs over de hele maatschappij.”

Dan is dat oude Britse systeem zo gek nog niet, vindt Marks. Misschien maakt dit systeem het de verslaafden wel heel eenvoudig om aan drugs te komen. Maar de dreiging van gevangenisstraf en ziekten en verstoorde relaties heeft ze toch ook nooit van de drugs gehouden. “Als het om mijn eigen dochter ging, zou ik misschien wensen dat ze geen drugs gebruikte, maar ik zou in elk geval willen dat ze in leven bleef. Dat gebeurt met onze aanpak. Anders dan bij de andere verslaafden van wie jaarlijks tien tot twintig procent sterft door vuile naalden en slechte hygiëne en kloppartijen van drugssyndicaten.”

Uit onderzoek van de regionale drugsbrigade in Cheshire blijkt ook dat vrije verstrekking een dempend effect heeft op de criminaliteit. In de twee jaar voordat de ruim honderd patiënten zich meldden bij de drugskliniek in Widnes, hadden ze gemiddeld bijna 7 veroordelingen per persoon op hun naam staan. Dat aantal daalde tot minder dan een half gemiddeld, nadat ze legaal aan hun dagelijkse dosis konden komen. Winkeldiefstallen bij het warenhuis van Marks & Spencer in het hartje van Liverpool liepen terug tot een achtste, nadat dokter Marks het Britse systeem ook daar had ingevoerd.

“Wij geven drugsgebruikers weer hun plaats terug in de samenleving. Wij stellen ze weer in staat een sociaal leven te leiden”, zegt Marks. “Ze hoeven niet meer alle dagen door de straten te jagen om aan geld en drugs te komen. Moeders bellen om te melden dat hun zoon weer thuis komt eten. Sommige verslaafden hebben een baan.”

Die aanpak is er niet op gericht om mensen van de drugs te krijgen. En toch is het percentage verslaafden dat stopt met de drugs niet kleiner dan bij een ontwenningskuur, zegt Marks. Zelfs groter. Dat komt volgens Marks omdat de verslaafden zo weinig moeite hoeven doen om aan drugs te komen. “Daardoor krijgen ze tijd om te denken. Voor het eerst worden ze geconfronteerd met de leegheid van hun leven. We vervelen ze van de drugs.”

Uit de Verenigde Staten, Canada, Duitsland, Zwitserland, Nederland, van overal komen drugswerkers en politiemensen om van Widnes te leren. Maar in Groot-Brittannië wordt de aanpak alleen maar gedoogd. Politiemensen als Keith Hellawell, de hoofdcommissaris van West Yorkshire, en Raymond Kendall, de secretaris-generaal van Interpol, kunnen nog zo vaak bepleiten om drugs uit de criminele sfeer te halen, het Brits Medisch Verbond kan een onderzoek aankondigen naar de effecten van zo'n ingreep, het conservatieve lid van het Hogerhuis Lord Mancroft kan zelfs oproepen tot een legalisering van drugs, maar de Britse regering houdt vast aan het beproefde recept van drugsbestrijding. Premier Major heeft voor dit najaar alweer nieuwe maatregelen in het kader van 'de oorlog tegen de drugs' in het vooruitzicht gesteld.

John Marks is er een beetje cynisch van geworden. Hij groeft zijn voorhoofd, trekt zijn wenkbrauwen op en tuit zijn lippen als hij 'de idioten' nadoet die geen studies en statistieken lezen. Die alleen vertrouwen op hun dogma's en morele oordeel. “Ik mag toch verwachten van de mensen die me regeren dat ze hersens hebben. Waarom zegt dan niemand: 'laten we die aanpak ook eens proberen in Glasgow en Belfast'. Als je toch kijkt naar de potentiële beloning voor de maatschappij.”

Maar drugs worden als symbool van het kwaad gezien. En “het venijn waarmee drugsgebruikers worden bestreden, doet niet onder voor de terreur van de nazi's tegenover de joden”, zegt Marks. “Die houding maakt iedereen verdacht die voor een pragmatische oplossing kiest.”

Over een paar jaar zal de drugskliniek in Widnes zijn uitbesteed aan een privé-bedrijf, weet Marks. Dan zullen er niet meer onder toezicht drugs worden verstrekt. Die aanpak is ook in Liverpool al teruggedraaid. Hijzelf zal zich wel redden, zegt Marks. “Tenslotte ben ik algemeen psychiater. Voor de drugsgebruikers vind ik het erg dat ze weer voor de wolven worden gegooid.”