Hulpverleners slaan om naar verstrekken van harddrugs

Een onzalig idee, zei dr. Chiel van Brussel twee jaar geleden nog over de plannen van de Rotterdamse politie om gratis heroïne aan verslaafden te verstrekken. “Je prikt ze tot in het bejaardenhuis vast aan de drugs en maakt ze volledig van je afhankelijk.”

Van Brussel geeft toe dat hij in de laatste twee jaar een grote omslag heeft gemaakt. Altijd heeft hij zich tegen verstrekking verzet met het argument dat ongeveer de helft van alle verslaafden er op een bepaald moment in hun leven vanzelf mee ophoudt. “Zodra je verstrekt, schrijf je ze af”, was zijn redenering.

Wat heeft de Amsterdamse dokter van standpunt doen veranderen? Van Brussel: “Op een gegeven moment moet je toegeven: als iemand na tien, vijftien jaar nog steeds gebruikt, zijn de perspectieven dat hij er nog mee ophoudt uitermate somber.” Het grootste deel van de verslaafden in Amsterdam gebruikt al tien tot twintig jaar. “Het lijden van die mensen is enorm. Dat is voor mij een factor in de afweging geworden.”

Samen met de Jellinekkliniek is nu het palfium-plan ontwikkeld. “Probeer het nu eens om verslaafden die al meer dan tien, vijftien jaar gebruiken tegemoet te komen”, stelt de Amsterdamse hulpverlening voor. En dan niet met het 'saaie' methadon, maar met het middel waar ze in werkelijkheid om vragen. De hulpverlening denkt daarbij niet aan het afschaffen van de Opiumwet. Het beeld van heroïne op de schappen bij de supermarkt roept weinig enthousiasme op. “Daarvoor is die stof gewoon te verslavend”, stelt Van Brussel.

De plannen waaraan in Amsterdam gewerkt wordt, gaan in de richting van een 'contract' met de verslaafden: “Wij geven je palfium, en hopelijk straks heroïne. Maar in ruil daarvoor moet je bijvoorbeeld zorgen dat je financiën op orde zijn”, aldus G. Mignon, afdelingshoofd van de Jellinek.

Niet alleen in Amsterdam, maar ook in Rotterdam en Limburg is er sprake van een omslag bij de drugshulpverlening. Zo is de Rotterdamse GGD, in samenwerking met hulpverleningsinstellingen in de Maasstad en Heerlen, bezig met het uitwerken van een experiment voor de verstrekking van heroïne.

In het kantoor van de Rotterdamse gezondheidsdienst treffen we een uiterst gespannen directeur Sturmans. Hij weigert op elke vraag in te gaan die ook maar enigzins over het experiment gaat. “Dat zult u tezijnertijd wel merken”, luidt zijn antwoord onveranderd. Opvallend is wel dat zowel in de woorden van Sturmans als ook in de gemeentelijke nota's de openbare orde als argument wordt genoemd om het taboe op heroïneverstrekking op te heffen. Het gaat in de nota's niet over het lijden van de verslaafden, maar over de “maatschappelijke schade als gevolg van verslavingsgedrag”, en over “een verslavingsbeleid dat ten dienste behoort te staan van het veiligheidsbeleid”.

Vanuit dit oogpunt pleit in Rotterdam hoofdcommissaris Hessing al meer dan twee jaar voor heroïneverstrekking aan verslaafden. Het gemeentebestuur nam de gedachte over, en zo kwam het plan bij de GGD terecht. Anders dan in Amsterdam is de Rotterdamse GGD niet zelf verantwoordelijk voor de hulpverlening aan verslaafden. Ze zetten beleid uit en verdelen de subsidies tussen drie zelfstandige hulpverleningsorganisaties.

Volgens directeur F. Leenders van de Bouwmanstichting is het nog absoluut niet duidelijk hoe en met welke groepen het Rotterdamse verstrekkingsexperiment zal worden opgezet. Zelf denkt hij aan bijvoorbeeld verslaafde moeders die redelijk in staat zijn hun kinderen op te voeden, maar nu steeds de baan op moeten om aan hun drugs te komen. Volgens hem ligt er een spanning tussen de optiek van de politie en die van de hulpverlening. “Krijgen mensen er een meer gestructureerde dagindeling door? Komen ze weg uit de scene? Hoe zit het met bijgebruik? En als een van de bijverschijnselen is dat de criminaliteit terugloopt, dan is dat mooi meegenomen, maar het is voor mij geen uitgangspunt.”

Juist als het gaat om het terugdringen van criminaliteit verwacht Leenders weinig heil van verstrekking. “Onderzoek wijst uit dat 13 procent van de verslaafden 80 procent van de misdrijven pleegt. Het gaat dus om een relatief kleine groep. Een groot deel van deze mensen was bovendien al crimineel voordat ze verslaafd raakten. Ga je aan deze mensen verstrekken, dan vrees ik dat het effect op de criminaliteit uiteindelijk zeer gering is.”

Dit neemt echter niet weg dat Leenders, evenals de Amsterdamse en de Limburgse hulpverleners wel voelt voor een experiment met verstrekking van heroïne. Van alle grote Nederlandse steden is op dit moment alleen nog Den Haag scherp tegen het verstrekken van heroïne. Als een van de belangrijkste argumenten noemt G. de Bruin van het Centrum Zeestraat het feit dat de meeste verslaafden heroïne en cocaïne door elkaar heen gebruiken. “Dan sparen ze hun geld op voor cocaïne en het resultaat is dat ze alleen maar meer gaan gebruiken.” Volgens De Bruin is verstrekking een vorm van euthanasie. “En daar zie ik toch geen categorie mensen voor in aanmerking komen.”