Hij praat stereo

Op vrijdagochtend is het meestal heel stil op onze school voor laaggeschoolde anderstaligen. Ook al is er pas 's middags dienst in de moskee, 's morgens al laten veel cursisten het afweten. Het lijkt alsof ze denken dat die laatste les er toch niet zo veel toe doet. Omdat er zo weinig mensen komen, doet die les er inderdaad ook niet zoveel toe.

Met het handjevol aanwezigen komen we te praten over de omstandigheden waaronder men naar Nederland is gekomen. Vooral Khalid wil zijn verhaal laten horen. Hij vertelt over de garage die hij eens bezat in het centrum van Rabat. Vijf man personeel had-ie, een grote cliëntèle, geld op de bank, een eigen auto, een eigen huis. Op een dag nam hij het vliegtuig naar Nederland omdat zijn oudste broer hem vroeg te komen helpen in diens garage in Amsterdam. Khalid bleef vier maanden in Nederland hangen. Waarom? Mijn broer zegt: “Nederland is mooi, dit mooi, dat mooi”. Wat bedoelt hij met mooi? “Nou, mooie auto, mooie huis, mooie 2000 gulden in die zak, alles mooi. Mijn broer praat stereo”, zegt Khalid die de verleden tijd nog niet beheerst, maar die wel zomaar een prachtige beeldspraak tevoorschijn tovert. Na vier maanden zegt Khalid, ging hij een oude vriend opzoeken, een man die vroeger monteur in zijn garage was geweest, maar die inmiddels in Zevenhuizen woonde, waar hij was getrouwd met een in Nederland opgegroeid Marokkaanse meisje. Khalid: “Mijn vriend praat ook stereo dit mooi, dat mooi, alles mooi in Nederland. Jij ook hier woont, Khalid”. In ieder geval wist zijn vriend nog wel een meisje voor hem: dat zou hem hooguit 15.000 gulden kosten. Khalid aarzelde: wat moest hij dan met zijn garage in het centrum van Rabat? Met die vijf man personeel en die grote cliëntièle? Hij keerde terug naar Marokko om met zijn ouders te overleggen en vond de garage dicht, het personeel weg, het gereedschap verkocht, alle auto's weg. “Allemaal gestolen?” vraag ik, ademloos, maar Khalid spreidt zijn grote handen en grijnst verlegen. “Nee, personeel niet betaald, he, krijg allemaal geen salaris van mij, dan zij gaat alles verkopen”. Khalids ouders oefenden druk op hem uit om dan maar te trouwen met dat meisje in Nederland. Khalid deed het, betaalde 15.000 gulden, trouwde, reisde dagelijks op en neer van Zevenhuizen naar Amsterdam, tot plotseling de garage van zijn broer failliet ging. Daar zat hij dan in de Zuidhollandse polder. Khalid dacht nog aan verhuizen naar een grote stad, in Zevenhuizen krijg je tenslotte niet elke dag een baan aangeboden, maar zijn vrouw wilde niet weg van haar familie. En nu heeft hij spijt. Spijt van die garage en die vijf man personeel en dat geld op de bank en ga zo maar door. Maar ja, getrouwd hè, en na een jaar meteen al een kind ook. Khalid haalt zijn schouders op en de andere aanwezigen beginnen zich te roeren. “Ik ook zo”, giechelt de kleine blonde Samir. “Ik ook, ik precies hetzelfde”, en hij wijst met zijn duim naar zijn klasgenoot. “Mijn broer zegt ook: jij moet komen, Samir. Alleen ik niet met het vliegtuig, ik met de bus. Tweehonderdvijftig gulden, drie dagen zitten. Ik altijd gewerkt in Marokko, en nou?” Hij proest alsof hij het wel een goede grap vindt. Ik kom ertussen en concludeer: “Dus eigenlijk is niemand eerlijk tegen jullie geweest, iedereen heeft stereo gepraat”. Ze kijken me verbaasd aan. “Jouw broer, maar ook jouw vriend in Zevenhuizen, iedereen heeft stereo tegen jou gepraat”. Stereo? De zelfgemaakte beeldspraak wordt ineens niet meer begrepen. Khalid schudt zijn hoofd. “Nee, se-ri-o”, probeert hij nu. Er gaat me een licht op: je bedoelt serieus? Khalid knikt somber. Ja. Stereo. En hij heeft zo'n spijt. Hij is een goede monteur. Zal hij wel ooit een baan vinden? Hoe gaat het verder met zijn leven? Samir naast hem begint weer te lachen en stoot hem aan met zijn elleboog: “Geeft niet Khalid. Volgend keer beter”!