Het moderne rariteitenkabinet van Chateau d'Oiron

In het Chateau d'Oiron zijn, zoals dat hoort in een renaissance kasteel, artificialia en naturalia te zien. Van hedendaagse kunstenaars, wel te verstaan. De bezoeker kan zich vergapen aan opgezette wonderdieren, muzikale vliegen of een servies met portretten van de huidige dorpsbewoners.

Het Château d'Oiron (departement Deux-Sèvres), 50 km van Saumur, 60 km van Poitiers, is tot 15 sept geopend van 10-19u, daarna van 9u30-12u30 en van 14-17u. In de weekends rijdt een bus van station Poitiers naar het kasteel na aankomst van de TGV uit Parijs om 12.29 uur (vertrek van Gare Montparnasse 10u45). Inl 00-3349965125 of 5742, fax 49965256.

Midden in het wijde landschap van de Poitou, geel van de zonnebloemvelden, ligt het wonderlijkste kasteel van Frankrijk. Waar sinds de vijftiende eeuw edelen en hovelingen hebben gewoond regeert nu de souvereine fantasie van een horde conceptuele kunstenaars die het trotse Renaissance kasteel lijken te hebben betoverd. De bezoeker gaat er binnen in een wereld waarin de tijden zijn versmolten en de pronkzucht van de zestiende en zeventiende-eeuwse muur- en plafondschilderingen ironisch wordt becommentarieerd door de fantasmen van een relativerender generatie.

Waar eens kurassen, musketten en kruisbogen hebben gehangen prijken nu tussen de hoge ramen van de wapenzaal twaalf grote en grimmige assemblages van Daniel Spoerri, vol doodskoppen, geweien, laarzen, kunstbenen en andere symbolen van overheersing en onderworpenheid. In een ander vertrek hoont Braco Dimitrijevic uit Serajevo de Zonnekoning wiens pronkportret hij scheef aan de muur heeft gehangen, omgeven door mestvorken, die woedend in de muur lijken te zijn geramd door het opstandig gepeupel.

Het Château d'Oiron lijkt vanzelfsprekend, dankbaar bijna, de nieuwe bezieling te accepteren. De luister van weleer, zorgvuldig gerestaureerd, plooit zich nu behaagziek om de moderne manifestaties.

Het kasteel, ooit bewoond door Madame de Montespan, ligt bij het dorpje Oiron in de Loirestreek, 50 km onder Saumur. Het is sinds 1943 eigendom van de Franse staat, die in de jaren zeventig de restauratie serieus ter hand nam. Muur- en plafondschilderingen herkregen hun goed en glorie. Vervolgens ontwikkelde het ministerie van cultuur een concept waarbij 'de karakteristieken van een traditionele kasteel-aankleding getransponeerd worden naar het heden'.

De aristocratie van weleer omringde zich met familieportretten, wapens, jachttrofeeën en kunstschatten, maar ook werden allerhande rariteiten verzameld: 'artificialia' en 'naturalia'. In een kasteelcollectie à la règle dienden bovendien zowel de vier elementen water, vuur, aarde en lucht te zijn vertegenwoordigd als ook alle menselijke zintuigen. Sinds vorig jaar is te zien hoe bijna zeventig kunstenaars uit alle windstreken het interieur van het kasteel hebben herschapen conform dit eisenpakket.

Velen namen een zaal, trappenhuis, torenkamer of ander vertrek voor hun rekening, van anderen werden de scheppingen samengevoegd of ze ontwierpen gezamenlijk een concept, zoals het geheimzinnige 'Jardin-Théatre-Bestiarium' in de halfduistere nok van het kasteel: een intrigerend labyrint omtrent de betekenis van tuinen als machtssymbool.

Christian Boltanski bijvoorbeeld vulde de panelen in de grote vestibule, die voorheen waren gereserveerd voor familieportretten, met kleurenfoto's van schoolkinderen uit Oiron. Regelmatig zullen de foto's van de trouwhartige kindergezichten worden vervangen zodat hun ontwikkeling wordt bijgehouden. Ook de 150 volwassen inwoners van het dorp zijn in het kasteel vertegenwoordigd. Van hen heeft Raoul Marek de gelaatsprofielen in klare blauwe lijnen gebakken in de witte borden die aan de muren hangen. Maar eens per jaar worden ze er af gehaald en doen de borden dienst bij een diner voor de dorpsbewoners, die zichzelf bovendien terugvinden op de servetten en de glazen. Het zintuig van de smaak heeft daarmee al zijn plaats in de collectie gekregen.

De neus wordt bediend in de toren waar Wolfgang Laib een hele muur bedekte met panelen van krachtig geurende bijenwas. De bovenste torenkamer biedt daarna een hoogtepunt van meditatieve verstilling. In het ronde blank-stenen vertrek hangt, eenzaam badend in het licht, een horizontale aluminium schijf met erboven en eronder een loshangende halve aluminium bol die beide door een magnetisch veld op hun plaats worden gehouden. 'Décentre Acentre' noemde Tom Shannon deze allegorie van aarde en kosmos.

In een ander torenvertrek gaat het juist om de intensiteit van het geluid. Op de stenen vloer staan een aantal bijenkorven en in houten bloembakken geplaatste rozenstruiken. Bucolische idylle, ondersteund door het krachtige gezoem van de bijen. Maar wie de blik naar de muren wendt hoort plotseling iets anders: het moordzuchtige geronk van jachtvliegtuigen als in de luchtslag tussen Amerikanen en Japanners in 1942, die in een harde fotoreportage zichtbaar wordt. Naturalia en artificialia: eenzelfde geluid met radicaal verschillende betekenis. Wat ons verrukt in de natuur heeft dikwijls ook een gewelddadige achtergrond, zegt Ian Hamilton Finlay, die de combinatie installeerde.

Nogal luguber zijn de creaties waarmee Thomas Grünfeld nieuwe inhoud geeft aan de rariteitenkabinetten waarin kasteelbewoners vroeger monsters verzamelden. Draken, griffioenen, tweekoppige slangen en eenhoorns hebben de fantasie van mensen van oudsher bezig gehouden. Uit opgezette lichamen stelde Grünfeld nieuwe legendedieren samen. Vanuit verlichte glazen kooien zien ze de bezoeker vertwijfeld aan: een gazellekopje op een hazelijf, een vogel met een vissestaart, een zwanehals op een konijnelichaam.

Joan Fontcuberta laat zelfs bewegende beelden zien van een tot dusver onbekend monster: de cocatrix, een soort amfibisch varken. Aandoenlijk is de 'reconstructie' met oude foto's, fragmenten manuscript, schokkerige stukjes film en andere relikwieën van het biologisch unicum en van de witgejaste zoöloog die warempel resten van het dier in de modderige catacomben van het kasteel heeft ontdekt. Dixit Fontcuberta.

Vier volle uren hebben we door het betoverde slot gedwaald en ons vergaapt aan de opeenvolging van wonderen: anamorfosen, spiegeleffecten, de muzikale vliegen, dansend aan een spinnewebdraad en de opengeklapte hoge hoed van Patrick van Caeckenbergh met een complete herseninhoud, keurig in laadjes gerangschikt naar herinneringen, dromen, verzinsels en ander denkwerk.

De meeste verbazing wekte het allernietigste mirakeltje uit het hele kasteel: de cocons van puur goud en paarlen van slechts een paar centimetertjes. Larven van de kokerjuffer, een soort vlindertje dat uit zoet water voortkomt, maken van zichzelf cocons - kokertjes - door plantenresten, steentjes of stukjes van slakkehuizen te gebruiken. De Fransman Hubert Duprat kweekte in een aquarium een aantal larven van deze kokerjuffer, die niets anders te hunner beschikking hadden dan schilfers goud, paarlen en stukjes edelsteen. De diertjes deden wat van hen werd verlangd en maakten de vier zeldzaamste sieraden ter wereld.