Geroutineerd, zelfverzekerd en wars van theater; Minister Borst (volksgezondheid) debuteert in Kamer

DEN HAAG, 8 SEPT. Gekleed in een fijngeruit nazomerjasje met elleboogstukken stapt minister Borst-Eilers (volksgezondheid) voor het Tweede-Kamergebouw op het Plein uit haar dienstauto. Met schoudertas en koffertje neemt ze over het zand van de opgebroken straat de eerste hindernis op weg naar haar eerste debat.

Dat doet ze in de geruststellende gedachte dat niet het hele land wakker ligt van het wetsvoorstel dat ze straks moet verdedigen: het wetsvoorstel medezeggenschap cliënten zorginstellingen. Toch houdt het onderwerp de politiek al zo'n slordige twintig jaar bezig. Ze is op dat moment niet zenuwachtig, zal ze achteraf zeggen, “maar wel een beetje gespannen of ik het allemaal wel goed in m'n hoofd kan houden”.

Woensdagmiddag, bijna half twee. Borst begint met haar antwoord op de vragen en opmerkingen die de Kamerleden haar een dag eerder hebben voorgelegd. Haar ambtenaren produceerden een dertig pagina's tellend stuk, dat ze met haar licht geaffecteerde stem nauwgezet voorleest. Maar niet na de Kamerleden dank te hebben gezegd voor de “vele goede wensen” die ze de dag ervoor aan haar adres hebben uitgesproken. “Ik heb het gevoel dat mij als nieuwe bewindspersoon een hartelijke ontvangst is bereid in dit huis.” Ook het verdere verloop van het debat kenmerkt zich door een wederzijdse hoffelijkheid en uitwisseling van aardige woorden die niet bepaald alledaags is in de Kamer.

Borst vindt het “bijzonder plezierig” dat ze tijdens haar parlementaire vuurdoop niet over financiële aspecten van de volksgezondheid hoeft te praten, maar over de mensen om wie het in de gezondheidszorg gaat, de patiënten. Tegelijkertijd zegt ze zich ervan bewust te zijn dat ze de komende jaren nog vaak de degens met de Kamer zal moeten kruisen over onderwerpen die te maken hebben met de bekostiging van de gezondheidszorg en met de beheersing van die kosten.

“Het gezondheidszorgbeleid gaat over meer dan alleen geld.” Voor het eerst en zeker niet voor het laatst in het debat refereert ze aan haar rijke medische verleden. Hoe eind jaren vijftig tijdens haar opleiding tot arts van patiënten louter werd verwacht dat ze gehoorzaam en dankbaar waren. Nu is ze in de functie 'geraakt', zoals ze het zelf omschrijft, waarin ze de positie van patiënten een stukje kan verbeteren.

Hoewel vrijwel elke politieke ervaring ontbreekt, praat Borst zich schijnbaar geroutineerd naar het einde van het debat. Er wordt haar weinig in de weg gelegd. Van meet af aan is duidelijk dat een ruime meerderheid met dit wetsvoorstel, waarover volgende week wordt gestemd, kan leven. Op de momenten dat ze het zonder haar ambtenaren moet doen, zoals tijdens interrupties, komt het er pas echt op aan. Met de armen wijd op de katheder steunend komt ze zeker over, op een enkele keer na, wanneer het Tweede-Kamerlid Van Middelkoop (GPV) met haar een discussie aangaat over de Grondwet. Dat blijkt voor de minister te hoog gegrepen en ze vervolgt haar betoog, hoewel ze na afloop van het debat toegeeft dat het “interessant is dat het debat zo'n reikwijdte heeft”. Ze is wars van theater. Het valt zelfs niet mee om haar op een afwijkende gezichtsuitdrukking te betrappen. Haar mimiek beperkt zich dan tot een minzame glimlach.

De beoordeling die de zeven Kamerleden de minister geven, komt overeen met een ruim voldoende rapportcijfer. Het Tweede-Kamerlid Middel (PvdA) omschreef haar eerste optreden als “buitengewoon to the point: het was voortreffelijk wat ze hier liet zien.” Kamp (VVD) had “zeer veel waardering” voor de verdediging door de minister van het wetsvoorstel, Rouvoet (RPF) loofde inhoud en toon van haar betoog. De meest vleiende reactie kwam nota bene van de oppositie. “Het valt mij op dat zij bijzonder redelijk argumenteert, dat zij zo nu en dan weet te relativeren, maar toch stellig is”, aldus CDA-Kamerlid Van der Heijden. Op haar beurt bedankt ze de Kamerleden. “Men maakt het mij niet altijd gemakkelijk, maar dat is nu net de bedoeling van deze samenkomst.”

“Dit is leuk werk”, is haar opgetogen reactie als ze aan het eind van de middag uit de vergaderzaal stapt. Van een handvol ambtenaren neemt ze felicitaties in ontvangst. Zij hebben haar de afgelopen uren gevolgd zoals een voetbaltrainer aan het begin van het seizoen de eerste verrichtingen van zijn nieuwe selectie aanschouwt, met dit verschil dat er vanuit de dug-out voor de ambtenaren achterin de vergaderzaal geen aanmoedigingen en aanwijzingen klonken. Ze zijn zichtbaar tevreden over de eerste confrontatie van Borst met de Kamer. “De kop is eraf”, begroet woordvoerder Mulder haar. Het gezicht van zijn nieuwe baas verraadt opluchting. De manier waarop de Kamerleden haar tegemoet traden, noemt ze “stevig maar vriendelijk”. Ze voelde zich zelfs prettig. Dat het debat anderhalf uur langer duurde dan gepland irriteerde haar wel een beetje. “Even heb ik gedacht: het gaat wel erg lang duren.”