Financiën moet beslissen over garantiefonds verzekeraars

ROTTERDAM, 8 SEPT. De Verzekeringskamer heeft de grenzen van het liberalisme in het toezicht op de verzekeringsbranche ontdekt. Het 'laissez faire' is maatschappelijk niet meer vol te houden, zo vindt de Verzekeringskamer. De concurrentieslag tussen verzekeraars heeft de Kamer steeds toegejuicht, maar nu polishouders daarvan de dupe zijn geworden, is een vangnet nodig: een garantiefonds.

De discussie is een direct gevolg van de teloorgang van levensverzekeraar Vie d'Or, waarvan polishouders ontdekten dat het hun voorgespiegelde gouden leven slechts een doublé randje had. De verzekeraar ging failliet en verzekeraar Levob was alleen bereid de polissen over te nemen toen de rechten van de Vie d'Or verzekerden konden worden aangetast. De Vie d'Or-verzekerden verloren tientallen procenten op de waarde van hun pensioenaanspraken.

De branche gaf nul op het rekest van de Verzekeringskamer om als collectief een reddingsoperatie uit te voeren. “Wij betalen geen premie op onverantwoord ondernemerschap”, zo liet het Verbond van Verzekeraars toen weten. Dat zelfde geluid laat het Verbond ook vandaag horen, nu de Verzekeringskamer pleit voor een garantiefonds.

De Verzekeringskamer doorkruist met het idee van een garantiefonds de discussie of 'het debâcle Vie d'Or' te voorkomen zou zijn geweest met adequaat toezicht van de Verzekeringskamer. De branche bleek al lang te weten dat de Veldhovense verzekeraar niet deugde, maar de Verzekeringskamer greep niet in. De Algemene Rekenkamer krijgt geen kans dit toezicht te toetsen omdat de Verzekeringskamer weigert inzage te geven in de dossiers. De Kamer meent dat dit strijdig zou zijn met haar zwijgplicht.

Door nu met een plan voor een garantiefonds te komen ontwijkt de Verzekeringskamer die discussie. Indien de consument een vangnet heeft, is het voor de buitenwereld minder relevant hoe de controle verloopt. De Verzekeringskamer geeft bij monde van bestuurslid Keizer toe dat sprake is geweest van een 'liberaal toezicht'. “Wij hebben in feite een grote verantwoordelijkheid gelegd bij de ondernemer.”

Volgens Keizer is het voordeel van dat liberale toezicht dat er grote concurrentie kan zijn, met nauwelijks zelfregulering. De kans dat daarbij partijen de concurrentie niet kunnen bolwerken en 'omvallen' is daarbij reëel gebleken. Tegelijk constateert Keizer dat het maatschappelijk niet geaccepteerd is dat mensen delen van hun pensioenvoorziening kwijt raken. Daarin ligt een verschil met handelsondernemingen, waarvan leveranciers incalculeren dat zij sommige vorderingen wegens faillissement niet of slechts gedeeltelijk terugkrijgen.

Voor een maatschappelijk verantwoord verzekeringsbestel is het van tweeën één: òf een strenger toezicht òf een garantiefonds. De Verzekeringskamer zelf heeft al gekozen: liever een garantiefonds.

De verzekeraars wijzen graag naar overleg over een garantiefonds dat met het ministerie van financiën acht jaar geleden is gevoerd. Toen werd zo'n vangnet niet nodig geacht. Die conclusie is inmiddels door Vie d'Or achterhaald. Het argument dat een dergelijk fonds onverantwoorde bedrijfsvoering zou uitlokken, kan de Verzekeringskamer niet plaatsen. Keizer: “Je zit dan immers met een psychologisch probleem. Een ondernemer streeft naar continuïteit. Een garantiefonds zal uitsluitend bij discontinuïteit uitkeren, en dan ook nog niet aan de maatschappij maar aan de polishouders.”

De oppositie van verzekeraars tegen een garantieregeling moet dan ook vooral ingegeven zijn door de vrees voor hoge kosten, die mogelijk niet altijd kunnen worden verhaald op de polishouder. Het aantal varianten in leven- en schadepolissen is veel groter dan in de spaarvormen van banken, waarbij in het geval van faillissement vorderingen tot 40.000 gulden gedekt zijn. De studie van de Verzekeringskamer spitst zich dan ook toe op een goedkoop - lees: zo klein mogelijk - fonds, met een naheffingsmogelijkheid. Aan dat laatste risico hebben verzekeraars een hekel. Daarom zullen, hoe goedkoop het plan van de Verzekeringskamer ook uitvalt, de verzekeraars mordicus tegen blijven. Het lot van het fonds ligt dan ook in handen van Financiën.