Emissiearm spuiten in de boomkwekerij

De Boskoopse boomkweker gebruikt veel bestrijdingsmiddelen en vervuilt daarmee de sloten. Een handgedragen spuitboom kan de emissie sterk verminderen.

Vorige maand hield het Proefstation voor de Boomkwekerij in Boskoop open huis. Twee dagen lang werden de nieuwste onderzoeksresultaten aan het publiek gepresenteerd. Milieu krijgt daarbij opvallend veel aandacht. In het kader van het 'Meerjarenplan Gewasbescherming' zijn de afgelopen drie jaar diverse nieuwe projecten opgestart om schone teelttechnieken te ontwikkelen. Zoals emissiearme spuittechnieken, waarmee men ziekten en plagen kan bestrijden zonder dat er een wolk van gif in het oppervlaktewater waait.

Traditioneel is de Boskoopse boomkweker aan alle kanten omringd door water. De percelen zijn lang en smal. Vroeger had men immers geen drainage en moest het overtollige water snel naar de sloot weg kunnen. Volgens de moderne milieu-inzichten dient men bij toepassing van kunstmest of bestrijdingsmiddelen een veilige afstand van zeker vijf tot tien meter tot de slootkant aan te houden. Maar voor een boomkweker is zo'n regel onwerkbaar want zijn hele perceel is vaak niet breder dan een meter of twintig.

Gedraineerd

Dat leidt in dit waterrijke gebied met zijn intensieve teelten tot problemen, temeer omdat alle percelen tegenwoordig gedraineerd zijn en dus op de sloot lozen. In de praktijk bevat het water dan ook hoge concentraties aan voedingsstoffen en bepaalde bestrijdingsmiddelen. “Toch zijn deze wateren nog heel rijk aan vis”, stelt afdelingshoofd ir. Nico G.M. Dolmans van het proefstation. “Bestrijdingsmiddelen hebben doorgaans meer invloed op kleine waterorganismen zoals kreeftachtigen en het is moeilijk aan te geven welke ecologische gevolgen dat precies heeft.”

De boomkwekers gebruiken vooral onkruid- en insektendodende middelen. Daarnaast werkt men met schimmelwerende middelen, die soms slecht afbreekbaar zijn. Maar het kwalijkst voor het milieu zijn volgens Dolmans toch de insecticiden. De meeste insektendoders zijn snel afbreekbaar, binnen enkele uren tot enkele weken. Uitspoeling via de bodem is daarom geen groot probleem, maar de middelen die tijdens het spuiten rechtstreeks in de sloot waaien des te meer. Dit uitwaaien (drift) vormt een rechtstreekse, snelle emissieroute. Vandaar het onderzoek naar nieuwe spuittechnieken.

De gemiddelde boomkweker heeft een omvangrijk sortiment. Er zijn duizenden cultivars in omloop, en op het bedrijf staan grote en kleine bomen, dicht bij elkaar of ver uit elkaar, van alles wat. Zo'n dertig tot veertig jaar geleden kwam het spuitpistool in zwang, een lange stok met een sproeikop erop. Hiermee kun je al die verschillende bomen, hoog of laag, tak voor tak een op maat gesneden bespuiting toedienen. Voor de boomkweker is het spuitpistool een ideaal stuk gereedschap, maar al wapperend verspreidt hij ook een wolk van spuitvloeistof.

Een nadeel van het spuitpistool is, dat het onder vrij hoge druk werkt, en druppels van zeer uiteenlopende grootte versproeit, waarbij vooral de kleinere, lichte druppels gemakkelijk wegzweven richting sloot. Theoretisch zou je met het spuitpistool zeker vijf tot tien meter afstand tot de slootkant moeten houden om het aquatisch milieu te ontzien, terwijl het hele perceel, zoals gezegd, vaak niet meer dan twintig meter breed is.

Het Hoogheemraadschap Rijnland eist sinds kort dat boomkwekers in het Boskoopse een vergunning aanvragen in het kader van de Wet op de Oppervlaktewaterverontreiniging (WVO). Voor de houder van zo'n WVO-vergunning wordt gebruik van het pistool verboden. Boven windkracht drie mag niet meer worden gespoten. Verder moeten de kwekers volgens het Hoogheemraadschap een scherm langs de sloot plaatsen of een spuitvrije zone in acht nemen.

Gebruik van een zogeheten spuitboom, een brede zwenkarm, blijkt een veel meer egale verdeling van het gebruikte bestrijdingsmiddel te leveren. De druk valt beter te regelen en er bestaat een grote keuze aan spuitdoppen, waarmee men de druppelgrootte, mede afhankelijk van het gebruikte middel en de hoogte van het gewas, veel beter kan regelen. Langs de slootkant kunnen speciale kantdoppen worden gebruikt.

Een zelfrijdende spuitboom is echter meestal een log gevaarte. Speciaal voor de kleinschalige boomkwekerij is nu een handgedragen spuitboom in ontwikkeling, waarmee men langs het gewas kan lopen. Het prototype, uitgevoerd samen met fabrikant Azo, behoeft nog enige ergonomische aanpassing in de vorm van contragewichtjes, maar de belangstelling bij de kwekers is groot. Onderzoek uitgevoerd in samenwerking met het Staringcentrum in Wageningen wijst uit dat gebruik van deze spuitboom tot veel minder emissie leidt dan het tradtionele spuitgeweer.

Bij dit milieu-onderzoek is de standaardmethode om langs de proefsloot te spuiten met een kleurstof. In het water bevinden zich op gezette afstanden drijvers met filtreerpapier. Uit dat papier valt het ingewaaide middel vervolgens weer te extraheren. Hoe schoner de gebruikte spuittechniek, hoe minder er op het filtreerpapier wordt aangetroffen.

Door het plaatsen van een scherm langs de sloot valt de drift nog aanmerkelijk te reduceren. “Dat kost echter veel geld”, zegt Dolmans, “en ook uit overwegingen van landschapsbehoud is het geen goed idee om heel Boskoop met slootschermen op te tuigen.” Op een meter afstand achter het scherm blijkt de emissie bij gebruik van een spuitboom met zestig procent verlaagd, op meer dan twee meter afstand is geen effect meer zichtbaar.

De juiste dop

Onderzoekster Barry H.M. Looman experimenteert ook met nieuwe doppen die een nog meer specifieke druppelrange bezitten. Dat levert vrijwel even goede resultaten als gebruik van een scherm. Over het algemeen waaien de druppels niet verder dan vijf tot tien meter. Daarna zijn ze meestal wel verdampt - om uiteindelijk toch weer met het regenwater ergens neer te komen. Door gebruik van driftarme doppen, die grove druppels geven, valt de emissie met zestig procent te beperken, zo blijkt uit het onderzoek.

Op het proefstation wordt precies uitgezocht welke dop bij welke druk en rijsnelheid de beste resultaten geeft. “Wij proberen die vertaalslag voor de kweker te maken,” aldus Dolmans. “Voor de boomkwekerij als kleine sector wordt door fabrikanten of instituten vrijwel niets specifieks ontwikkeld. Wij moeten maar meeliften met andere sectoren en die resultaten op ons proefstation zien aan te passen. Toch heeft de boomkwekerij een produktiewaarde van zo'n 700 tot 800 miljoen, vergelijkbaar met de fruitteelt. Maar omdat wij met zo'n enorm omvangrijk sortiment werken, kiezen onderzoeksinstituten op zoek naar een modelgewasje toch liever een aardappel of een appel dan een van de duizenden boomkwekersgewassen.”

Langere termijn

Voor de langere termijn verwacht Dolmans goede resultaten van het gebruik van een plastic spuitkap. Het scherm rijdt dan als het ware met de spuitmachine mee en dat leidt tot nog minder emissie. Voor de zaailingenteelt kan de boomkweker gebruik maken van luchtondersteunde spuittechnieken uit de akkerbouw, waarbij de spuitvloeistof rechtstreeks het gewas wordt ingeblazen. Potplantenkwekers kunnen profiteren van ontwikkelingen uit de tuinbouw. Maar voor de hoge laanbomenteelt blijft men problemen voorzien. “Daar moet je omhoog spuiten en dat is natuurlijk altijd kwalijk voor het milieu”, aldus Dolmans.

Naast dit alles wordt geëxperimenteerd met mechanische onkruidbestrijders om het herbicidengebruik in te dammen. Men kan niet al het onkruid tussen de planten langs mechanische weg verwijderen, maar wel tussen de rijen en dat scheelt al heel wat. Overigens wisselt de hoeveelheid onkruid van jaar tot jaar enorm. In een natte zomer zoals vorig jaar spoot het de grond uit. Dit jaar viel het erg mee.

Op 25 boomkwekerijen wordt bij wijze van experiment helemaal biologisch gewerkt. Ziekten, plagen en onkruiden worden niet meer langs chemische weg bestreden. De eerste resultaten zien er veelbelovend uit.