Dioxines schaden baby's

Uit het Nederlandse Moedermelkonderzoek blijkt dat dioxines in moedermelk de gezondheid van baby's een meetbare maar kleine schade toebrengen. Ook tijdens de zwangerschap loopt de foetus al schade op door dioxines en PCB's.

Dioxines vertragen de psychomotorische ontwikkeling van het kind in de eerste paar levensmaanden. De oorzaak daarvan ligt niet alleen in met dioxines verontreinigde moedermelk. De schade ontstaat al tijdens de groei in de baarmoeder.

Volgens proefdieronderzoekers is de invloed van dioxine in het bloed van de moeder tijdens de zwangerschap zelfs de belangrijkste oorzaak voor de ontwikkelingsachterstand van jonge zoogdieren. Kinderartsen die moeders en kinderen onderzochten denken nog dat zwangerschap en borstvoeding ongeveer evenveel invloed hebben. Uit proefdieronderzoek blijkt ook dat dioxines de seksuele ontwikkeling op latere leeftijd remmen.

Dit zijn de eerste resultaten van het in 1990 begonnen Nederlandse Moedermelkonderzoek. De onderzoekers noemen de resultaten 'zowel geruststellend als verontrustend'.

Dioxine is een van de giftigste stoffen ter wereld. In zeer kleine hoeveelheden is het al dodelijk voor ratten en cavia's, proefdieren die in de toxicologie model staan voor de mens. In Nederland brak paniek uit toen bleek dat melk van koeien die nabij vuilverbrandingsinstallaties graasden te hoge concentraties dioxines bevatte. Dioxines in de voeding hopen op in vetlagen en komen weer vrij als de vetlagen worden aangesproken. Dat gebeurt bij vrouwen in ieder geval als ze zwanger zijn en hun baby zogen. De gezondheidsautoriteiten vreesden daarom voor de gezondheid van baby's.

Men veronderstelt dat dioxine de kans op kanker bij mensen verhoogt. Bij proefdieren veroorzaken dioxines al snel tumoren. Op grond daarvan is in Nederland de dagelijkse maximaal aanvaardbare inname op 10 picogram (picogram = 10 gram) toxische equivalenten (TEQ) per kilogram lichaamsgewicht gesteld. Grote epidemiologische studies bij de mens hebben echter nog niet overtuigend aangetoond dat dioxine de kans op kanker vergroot. De beroemde Amerikaanse toxicoloog Bruce Ames spot daarom al jaren met de - in zijn ogen - overdreven angst voor dioxine. Volgens hem is een glas dioxinevrij bier gevaarlijker dan een slok moedermelk.

Het gevaar van dioxines voor de mens schuilt echter niet alleen in kanker en dood. De Jacobsons, twee Amerikaanse psychologen van de Wayne State Universiteit in Detroit, ontdekten tussen 1985 en 1990 dat kinderen van moeders die vis uit Lake Michigan aten, tot op vierjarige leeftijd achterbleven in hun mentale en motorische ontwikkeling. De vis was verontreinigd met polychloorbifenylen (PCB's), stoffen met een zelfde soort schadelijke werking als dioxines. Nederlanders hebben ongeveer even hoge lichaamsconcentraties PCB's en dioxines - gemiddeld 10 nanogram (nanogram=10 gram) TEQ per kilo - als de Michigan-moeders. In Nederland vormde het Amerikaanse onderzoek in 1990 de aanleiding om het Nederlandse Moedermelkonderzoek op te zetten. Daarbij werden zowel moeders als hun pasgeboren kinderen onderzocht, maar er is ook uitgebreid nieuw proefdieronderzoek opgezet.

Kinderartsen van het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam en van het Groningse Academisch Ziekenhuis volgden twee jaar ieder 200 moeders en hun baby's. De 400 moeders konden kiezen of ze na de geboorte hun baby's louter flesmelk of moedermelk gaven. Flesmelk bevat vrijwel geen dioxines en PCB's. In moedermelk komen de dioxines vrij die de moeder gedurende jaren in haar vet heeft opgeslagen. In het onderzoek werd waar mogelijk gemeten op dioxines en PCB's.

Bij de geboorte werd navelstrengbloed van de baby's onderzocht op de tijdens de zwangerschap ondervonden dioxine- en PCB-belasting en op de werking van het schildklierhormoon, dat van essentieel belang is voor de groei van de hersenen van een embryo. PCB's en schildklierhormoon werden ook gemeten in het bloed van de moeders. Vermoedelijk belemmeren PCB's en dioxines de werking van het schildklierhormoon. Na 3, 7 en 18 maanden namen kinderartsen de baby's in het onderzoek een mentale en motorische ontwikkelingstest af. Verder onderzochten ze het korte termijn geheugen en de neurologische activiteit.

Het proefdieronderzoek vond plaats binnen de vakgroep Toxicologie van de Landbouwuniversiteit, het RIKILT-DLO in Wageningen, en TNO-voeding in Zeist. Daarbij werd vooral naar de hersenschade bij hoge dosering en de invloed van dioxines op de seksuele ontwikkeling gekeken.

Verontrustend

De resultaten zijn zowel verontrustend als geruststellend, zegt prof. dr P.J.J. Sauer, kinderarts in het Sophiakinderziekenhuis. “Verontrustend omdat we effecten zien bij concentraties waaraan een groot deel van de Nederlandse bevolking bloot staat, geruststellend omdat het om lichte effecten gaat.”

In het bloed van de moeders werd gemiddeld 2,2 nanogram PCB's per gram bloedplasma gevonden. De gevonden concentraties varieerden van 0,4 tot 7,8 nanogram. Baby's die tijdens de zwangerschap met de hoogste concentraties waren belast, waren drie maanden na de geboorte vertraagd in hun neurologische en motorische ontwikkeling. Zij scoorden 5 punten lager - op een schaal met een gemiddelde score van 115 - dan baby's die de gemiddelde belasting aan dioxines en PCB's hadden ondervonden. Volgens kinderarts Sauer is dit een licht effect door dioxinebelasting tijdens de zwangerschap.

Bij de eerste meting in de derde levensmaand was de invloed van de voeding nog niet merkbaar. Na 7 maanden wel. De motorische ontwikkeling van zuigelingen die twee- tot vijfmaal zo veel dioxines met de borstvoeding binnenkregen was met twee weken vertraagd ten opzichte van de baby's die moedermelk met de minste dioxines kregen. Dit onderzoek bevestigt overigens nog eens dat moedermelk beter is voor de motorische ontwikkeling dan flesmelk, want baby's die de moedermelk met hogere doses dioxines dronken, scoorden even goed als de flesmelkbaby's. Na 18 maanden waren de verschillen tussen borst- en flesgevoede baby's weer verdwenen.

Behalve de motorische ontwikkeling werden ook de mentale vorderingen gemeten. Daarbij kwam geen invloed van dioxine aan het licht. Sauer sluit niet uit dat op latere leeftijd nog effecten te vinden zullen zijn. Mentale testen zijn dan makkelijker uit te voeren.

Het proefdieronderzoek bevestigt deze resultaten in grote lijnen. Opvallend is dat de ontwikkelingsstoornissen bij de proefdieren vooral tijdens de zwangerschap worden veroorzaakt. Toxicoloog dr.A. Brouwer, coördinator van het dioxine-project aan de Landbouwuniversiteit: “Onze conclusie is dat het geven van moedermelk er niet zo toe doet. Het gaat vooral om de belasting tijdens de zwangerschap. Het embryo is veel gevoeliger dan de pasgeborene.” Uit het humane onderzoek komt dit niet zo sterk naar voren.

Brouwer denkt dat de schadelijke invloed van PCB's en dioxines wordt veroorzaakt door de remming van het schildklierhormoon. “Dioxines kunnen de hoeveelheid schildklierhormoon in het bloed verminderen. We hebben gezien dat sommige dioxines en PCB's ervoor zorgen dat het schildklierhormoon versneld in de lever wordt afgebroken. Andere dioxines lijken qua vorm op het schildklierhormoon en concurreren om een binding op het transporteiwit dat het schildklierhormoon in het bloed vervoert. De foetus krijgt daardoor te weinig schildklierhormoon via de placenta en loopt een achterstand op zolang het zelf nog geen volgroeide schildklier heeft.” Uit onderzoek van Brouwers medewerker ir. D.C. Morse blijkt dat een tekort aan schildklierhormoon tijdens de zwangerschap onherstelbare schade aan de hersenen van de rattenfoetus veroorzaakt. De kinderartsen vonden significant lagere concentraties schildklierhormoon bij moeders met veel dioxines in hun bloed. De schildklier van hun pasgeboren baby's werkte harder dan normaal.

Een andere verklaring is dat dioxine-achtige stoffen de produktie van dopamine afremmen. Dopamine is een neurotransmitter die zenuwprikkels doorgeeft. Een tekort verstoort sommige hersenfuncties. Ratten die aan hoge concentraties dioxinen zijn blootgesteld hadden inderdaad te weinig dopamine, maar een verklaring ontbreekt nog.

Seksuele ontwikkeling

Dieren die in de baarmoeder en als pasgeborene met hoge concentraties dioxines zijn belast blijven op volwassen leeftijd achter in hun seksuele ontwikkeling. Dr.R.E. Peterson van de Wisconsin universiteit in Madison heeft zeer recent ontdekt dat jonge mannetjesratten door de meest giftige vorm van dioxine (de verbinding TCDD) later geslachtsrijp werden, minder sperma produceerden, meer moeite moesten doen om een vrouwtje te bevruchten en zelfs vrouwelijk gedrag vertoonden. Het effect trad op bij concentraties die zes- tot honderdmaal hoger liggen dan gemiddeld in Nederlandse mensen. De spermaproduktie nam al af bij een concentratie die slechts een factor zes hoger ligt.

Petersons resultaten zijn inmiddels meermalen bevestigd. Ook TNO vond effecten op de voortplanting. Dr.A.E. Smits van Prooije stelde moederratten aan PCB's bloot en zag dat het nageslacht helemaal geen nakomeling meer kreeg. Hun voortplantingsorganen waren veranderd. Hoe deze seksuele veranderingen bij dieren ontstaan en of lage concentraties bij de mens schade veroorzaken, is niet duidelijk. Wel zijn de gevolgen van milieurampen bekend.

In Taiwan hebben zonen van moeders die zwaar met PCB's verontreinigde rijstolie hadden gegeten mini-penissen. De PCB-concentratie in het moederlichaam was daar echter driehonderd maal hoger dan in Nederland. De Rotterdamse kinderarts Sauer kan effecten van lage concentraties nog niet uitsluiten: “De gevolgen bij mensen hoeven nu nog niet waarneembaar te zijn. De dioxines kwamen pas begin jaren vijftig in ons milieu terecht. Het duurt even voordat ze zich in het menselijk lichaam hebben opgehoopt. Maar de seksuele effecten kunnen wel van toepassing zijn op toekomstige generaties. We moeten er in ieder geval alles aan doen om de niveau's van dioxines en PCB's in ons voedsel te verlagen. Sauer adviseert minder produkten met dierlijke vetten te consumeren, omdat daarin relatief hoge concentraties dioxines en PCB's aanwezig zijn.

Volgens toxicoloog Brouwer moet er in ieder geval een andere normering komen. De huidige norm is gebaseerd op de veronderstelling dat dioxine kankerverwekkend is. “Men gaat daarbij uit van een levenslange blootstelling. Nu blijkt dat vooral de zwangerschapbelasting belangrijk is. Het is dus belangrijk om te weten hoeveel dioxines de moeder voor de zwangerschap in haar lichaam heeft opgehoopt. Op grond van de huidige gegevens is niet aan te geven waar een veilige ondergrensgrens ligt. Duidelijk is in ieder geval dat bij de huidige achtergrondswaarden effecten zijn aangetoond.”