Dioxine in vetweefsel zwangere vrouw veroorzaakt geringe schade

ROTTERDAM, 8 SEPT. Dioxines uit het vetweefsel van zwangere vrouwen en zogende moeders veroorzaken meetbare maar geringe schade aan hun baby's. Pasgeborenen die tijdens zwangerschap en door borstvoeding aan de hoogste in Nederland bij mensen voorkomende concentraties dioxines zijn blootgesteld, lopen in hun eerste levensmaanden een motorische ontwikkelingsachterstand van hooguit enkele weken op. Na 1,5 jaar zijn er geen verschillen in neuromotoriek meer te meten. De onderzochte kinderen die moedermelk met de relatief hoge concentraties dioxines dronken, functioneerden overigens even goed als de onderzochte kinderen die op flesmelk opgroeiden.

Onbekend is of bij de opgroeiende kinderen op den duur nog andere schade aan het licht zal komen. Maar proefdieren die in de baarmoeder en als pasgeborenen zijn blootgesteld aan minimaal tienmaal hogere dioxineconcentraties dan in Nederlandse moeders en baby's voorkomen, blijven op volwassen leeftijd achter in hun seksuele ontwikkeling.

Deze eerste resultaten van het Nederlandse Moedermelkonderzoek zijn vandaag gepresenteerd door kinderartsen van het Academisch Ziekenhuis Groningen en het Sophia Kinderziekenhuis in Rotterdam, en door proefdieronderzoekers van de landbouwinstituten in Wageningen en TNO-voeding in Zeist. Deze instituten onderzochten vanaf 1990 de schade door dioxines en polychloorbifenylen (PCB's), zowel in pasgeboren baby's als in proefdieren.

Dioxines en PCB's zijn moeilijk afbreekbare schadelijke stoffen die zich in vetweefsel ophopen. Tijdens de zwangerschap en de zoogperiode, als vrouwen hun vetreserves aanspreken, komen ze daaruit vrij.