Crisis in Californië

Het systeem voor hoger onderwijs van de Amerikaanse staat Californië is sinds jaar en dag een lichtend voorbeeld voor beleidsvoerders in de gehele wereld. Niet alleen maken enkele van 's werelds meest prestigieuze universiteiten deel uit van dat systeem - wie kent niet de universiteiten van Berkeley, Stanford en UCLA - maar ook biedt het ongekend ruime toegangsmogelijkheden voor iedereen die een hogere opleiding ambieert.

Althans, zo was het. Sinds het begin van de jaren negentig verkeert het Californische stelsel van hoger onderwijs namelijk in een dramatische crisis. Het meest geroemde en vaakst geïmiteerde hoger-onderwijssysteem van de tweede helft van de twintigste eeuw staat voor de keuze om ofwel een ingrijpende herstructurering te ondergaan, ofwel te accepteren dat het er niet in is geslaagd zijn internationaal zo gewaardeerde doelstelling - maximale toegankelijkheid - te realiseren.

In 1960 nam de staat Californië het historische besluit dat het hoger onderwijs toegankelijk zou moeten zijn voor iedere ingezetene die een opleiding op tertiair niveau nastreefde. Dit besluit werd neergelegd in het California Master Plan for Higher Education. Afgestudeerde middelbare scholieren kregen gegarandeerd toegang tot een van de negen topinstellingen van de University of California (U.C.) als zij tot de beste 12 procent van hun klas behoorden, tot een van de twintig California State Universities (U.S.C.) als zij tot de beste 33 procent behoorden, en toegang tot een van de 107 Community Colleges (C.C.) in alle andere gevallen. Het plan voorzag in financiële ondersteuning van minder draagkrachtige studenten en deelde onderwijs- en onderzoekstaken toe aan de drie categorieën hoger onderwijsinstellingen.

Het Master Plan heeft drie decennia lang uitstekend gewerkt. Maar Californië heeft momenteel te lijden onder de naweeën van de economische recessie en ook het verdwijnen van de 'Koude-Oorlogeconomie' speelt de staat parten. De toekomst van de zo veelbelovende high tech-industrie is onzeker. De werkloosheid is hoger dan het gemiddelde van de Verenigde Staten. En de bevolking klaagt en masse over de hoge belastingtarieven, over de dure, bureaucratische overheid.

Aan het hoger onderwijs zijn deze problemen niet ongemerkt voorbij gegaan. Na jaren van budgettaire groei blijken de jaren negentig een forse afname van overheidssteun met zich mee te brengen. En dat terwijl de toeloop tot het hoger onderwijs explosief groeit. De ambitieuze doelstelling van het Master Plan blijkt niet langer haalbaar. Het budget voor hoger onderwijs - als percentage van het totale staatsbudget - is gedaald van 15,9 procent in 1985 tot 12,4 procent in 1993. Hierdoor zien de instellingen zich gedwongen steeds hogere collegegelden te vragen - prijsstijgingen van honderd tot tweehonderd procent zijn geen uitzondering.

Daarnaast hebben alle instellingen besloten de toegang tot het hoger onderwijs te beperken. Sinds 1990 is de opnamecapaciteit van de drie categorieën instellingen gedaald met respectievelijk 2 (UC), 12 (CSU) en 9 procent (CC). Als gevolg hiervan is het imago van het hoger onderwijs sterk verslechterd. De Californische bevolking vindt de kostenstijging onredelijk en meer dan de helft meent dat veel gekwalificeerden de mogelijkheid tot studeren is ontnomen.

De komende jaren is weinig verbetering te verwachten. Vanaf 1997 zal een 'tweede geboortegolf' zich aan de poorten van de hoger onderwijsinstellingen melden. Om die op te vangen moet, zo blijkt uit analyses, de opleidingscapaciteit in het jaar 2006 met 50 procent zijn verhoogd. Uitgaande van het budget voor 1992/93 betekent dit 85 procent meer overheidsuitgaven voor hoger onderwijs. Een dergelijke verhoging is volstrekt irreëel, de komende jaren zal het totale staatsbudget alleen maar afnemen.

De fraaie doelstelling van het Master Plan behoort derhalve tot het verleden. Het plan is failliet, zegt de voormalige financiële directeur van de staat Californië. Als enige uitweg ziet hij een aanzienlijke verhoging van de onderwijsproduktiviteit: een grotere opnamecapaciteit tegen geringere kosten, met handhaving van kwaliteit. Het totale aanbod aan opleidingen zal efficiënter moeten, het dupliceren van dure opleidingsprogramma's moet worden tegengegaan en schaalvoordeel tot het uiterste uitgebuit.

Clark Kerr, voormalig president van de University of California en een van de initiatiefnemers van het Master Plan, stelt dat de tweede helft van de jaren negentig van doorslaggevend belang zullen zijn voor de toekomst van het Californische hoger onderwijs. Hij roept op tot de ontwikkeling van een nieuw plan, waarin het accent zou moeten komen te liggen op verhoging van produktiviteit. Kerr toont zich optimistisch over de mogelijkheden van zo'n plan, maar betwijfelt of de hoger-onderwijsinstellingen ze willen aangrijpen. Zeker is dat het oude plan niet langer werkt en dat het Californische hoger onderwijs in de diepste crisis van zijn bestaan verkeert.