Constant op jacht naar de mazen in de wet

Door belastingfraude zijn de belasting- en premietarieven voor de eerlijke belastingbetaler te hoog. Maar ook via vaak ingenieuze constructies wordt de bijdrage aan de schatkist zo laag mogelijk gehouden.

The Economist adverteert er mee. “He hasn't paid tax since 1987.” In het Britse weekblad worden constructies aangeboden waarbij de ondernemer of vermogende particulier geen of nauwelijks belasting hoeft te betalen. Ook in Nederland wordt geadverteerd met juridische constructies waarbij belastingheffing meestal naar de toekomst wordt verschoven (pensioenconstructies). Vaak worden ook constructies aangeboden waarbij gebruik wordt gemaakt van aftrekposten (renteconstructies) of van het feit dat particuliere vermogensgroei in de regel onbelast is.

In Nederland voert J.E.A.M. van Dijck een kruistocht tegen fiscale constructies die maar één doel nastreven: het verminderen van de belastingafdracht. De oud-hoogleraar fiscaal recht strijdt tegen het credo van belastingconsulenten dat fiscaal alles mag wat niet verboden is. Waarom zou in de fiscale wereld de moraal samenvallen met de wet, vroeg Van Dijck zich onlangs af in zijn column in het Weekblad voor fiscaal recht. “Waarom zouden wij in Nederland geen moreel oordeel kunnen hebben over een zeer vermogend man die zich volledig aan zijn belastingverplichtingen onttrekt door zijn inkomen tot nihil terug te brengen?” Iemand die wel profiteert van het hele scala aan overheidsdiensten, maar daaraan niet bijdraagt door het gebruik van constructies “behoeven wij niet aan te duiden met de verdoezelende term free rider, maar kunnen we in goed Nederlands aanduiden met een klaploper”, meent Van Dijck. Tijdens een lezing vergeleek de fiscalist een belastingconsulent die voor zijn klanten op grote schaal 'turbo-vennootschappen' gebruikt, met een bordeelhouder: “Ook hij profiteert van anderen.”

Maar niet alleen de belastingadviseurs zijn constant op jacht naar de mazen in de fiscale wetgeving. Wanneer in het voorjaar de blauwe enveloppe op de deurmat valt, begint het nationale spel van de aftrekposten om de afdracht aan de fiscus zo laag mogelijk te houden. Sinds de belastingoperatie Oort is de winst van het spel lager. In ruil voor een verlaging van de tarieven is in 1990 het aantal aftrekposten namelijk sterk verminderd. En een beetje frauderen mag, want belastingontduiking staat laag genoteerd op de schaal van de delicten.

Uit een promotie-onderzoek van J. Roording blijkt dat belastingfraude ook veel minder zwaar wordt bestraft dan bijvoorbeeld fraude met sociale uitkeringen. “Een bekende, van grootschalige belasting- en premiefraude verdachte restauranthouder kan zelfs uitgroeien tot een volksheld”, verzucht Roording die volgende week promoveert aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

“Wij zijn geen vereniging die het ontwijken van belasting propageert en wijzen de Nederlandse belastingbetaler dus ook niet op de mazen in de wet”, zegt voorzitter E. Lietaert Peerbolte van de Nederlandse Vereniging van Belastingbetalers, de Consumentenbond van fiscaal Nederland. “Toen de vereniging begin vorig jaar werd opgericht, was ik bevreesd voor een Luxemburg-gezelschap, maar onze leden zijn keurige belastingbetalers die wij een helpende hand bieden in het woud van de fiscale wetgeving.”

Met de verwijzing naar het groothertogdom doelt de NVB-voorzitter op belastingvlucht; een legale actie om de fiscus te vermijden. Een Nederlander kan bijvoorbeeld verhuizen naar een land met een 'milder' fiscaal klimaat. Zo zijn nogal wat vermogende Nederlanders verhuisd naar België, omdat dat land geen vermogensbelasting kent. Fiscaal hoogleraar D. Juch schatte aan het eind van de jaren negentig dat in een periode van tien tot vijftien jaar fiscale emigranten een vermogen van 20 tot 25 miljard gulden hebben meegenomen.

Belastingvlucht vindt ook plaats wanneer kapitaalstromen en winsten worden omgeleid via belastingparadijzen, zoals de Bahama's en de Nederlandse Antillen. Belastingparadijzen zijn (ei)landen die worden gekenmerkt door lage fiscale tarieven. Met reparatiewetgeving is de Nederlandse wetgever opgetreden tegen het gebruik van de zogenoemde Antillenroute door particuliere beleggers en ondernemingen.

Belastingontwijken is legaal in tegenstelling tot belastingontduiking waarbij belastingplichtigen op illegale manier aan de fiscus proberen te ontsnappen. Ondernemers verzwijgen bijvoorbeeld een deel van hun omzet waardoor ze minder BTW hoeven af te dragen. Op deze manier ontlopen ze - ten dele - ook de winstbelasting.

Over de omvang van het zwarte circuit valt uiteraard weinig met zekerheid te zeggen. Maar sinds het midden van de jaren zeventig zijn verschillende schattingen gepubliceerd van de omvang van de verborgen economie. In de 25 rijkste geïndustrialiseerde landen van de wereld (de OESO-landen) zou in de periode 1960-1978 het 'zwarte circuit' zijn verdubbeld tot acht à negen procent van de 'witte economie'.

In Nederland wordt de omvang geschat op vijf tot tien procent van de legale economie. Met andere woorden: het bedrag waarover belastingen en sociale premies worden geheven, is 25 tot 50 miljard gulden minder dan door de wetgever is beoogd. De jaarlijkse belasting- en premie-opbrengst zou met ruwweg de helft kunnen toenemen als de fiscus erin zou slagen alle fraudeurs op te sporen. Voor de eerlijke belastingbetaler zijn de tarieven op dit moment dus hoger dan strikt genomen nodig is. En de niet-ontwijkende belastingbetaler zou helemaal een forse tariefsverlaging tegemoet kunnen zien als er minder gebruik zou worden gemaakt van fiscale constructies. Over het bedrag dat met belastingontwijking is gemoeid, zijn geen schattingen bekend.

Het is een illusie om te verwachten dat fiscale fraude ooit volledig kan worden uitgebannen, meent Lietaert Peerbolte. Volgens de NVB-voorzitter zijn de belastingwetten zo ingewikkeld “dat ze fraude uitlokken. Maar de omvang van de fraude moet beneden een zekere kritische grens blijven. Anders gaat de belastingmoraal ten gronde, omdat het besef wijdverbreid raakt dat belasting betalen slechts voor de dommen is”.

Hoogleraar bedrijfsethiek dr. E.J.J.M. Kimman meent dat de belastingmoraal erodeert. “We leven in een maatschappij waar het gezag van de overheid tanende is, waardoor belastingheffing moeilijker is geworden”, constateert de Amsterdamse hoogleraar. Dat uit zich in belastingontwijken en belastingontduiking. “Met de belastingopbrengst wordt de publieke zaak bekostigd. Staat die publieke zaak nog wel voldoende centraal voor degenen die in ons land wonen”, vraagt Kimman zich af in Tribuut, het tijdschrift van de belastingadviseurs. Oud-minister Kok (financiën) formuleerde in de Miljoenennota 1993 de nieuwe belastingmoraal. “Terugdringing van fiscale bureaucratie door eenvoudige regelgeving kan, net als verlaging van de tarieven, de acceptatie van belastingen vergroten.”