Biedenkopf geeft Saksers troost en bemoediging; 'We moeten voorop blijven lopen in Oost-Duitsland

In de Oostduitse deelstaten Saksen en Brandenburg worden zondag nieuwe regionale parlementen gekozen, vier jaar na de eerste vrije verkiezingen in de vroegere DDR. In Saksen verdedigt CDU'er Kurt Biedenkopf zijn absolute meerderheid.

DÖBELN/ DRESDEN, 8 SEPT. “U hebt reden om trots te zijn, er is hier veel gebeurd, de afgelopen vier jaar.” Kurt Biedenkopf, de 63-jarige premier van Sachsen, kijkt tevreden over het marktpleintje van Döbeln, een provinciestadje met 27.000 inwoners, zo'n vijftig kilometer ten westen van 'zijn' regionale hoofdstad Dresden. Hij knikt en zwaait naar enkele oudere belangstellenden, die twee- tot driehoog uit hun Fachwerkhäuser toekijken.

De premier doet deze middag wat alle campagnepolitici in Oost-Duitsland doen in de sector van de electorale zielszorg. Hij gaat zijn kiezers geven wat zij nodig hebben: troost, bemoediging en de verzekering dat zij “net zo hard en goed” werken als de Westduitsers. Ja, dat Saksen - voor de oorlog industrieel koploper in Duitsland (machinebouw, locomotieven, optische industrie, auto's) - Westduitse Länder als Beieren en Baden-Württemberg weer vóór zou zijn als het tot 1990 geen deel van de DDR zou zijn geweest. Het eerste economische herstel is er nu (8 tot 10 procent groei dit jaar). Maar ja, “we kunnen natuurlijk in 1500 dagen niet herstellen wat er in 15.000 dagen is misgegaan”, zegt hij.

Aan de ene kant van het plein zijn de huizen gerestaureerd, aan de andere kant kijkt de DDR als het ware nog toe uit verwaarloosde gevels en facades. Op König Biko hebben zo'n vierhonderd mensen geduldig staan wachten, de oudere mannen vaak nog steeds in het vroegere DDR-eenheidstenu: jack, een sandalen-variant en spijkerbroek, de jongeren als op de Dam en de Ramblas. De premier, die als hoogleraar economie en rechten najaar '89 al een baan in Leipzig aannam, geeft een college van een uur. Over de werking van de markteconomie bijvoorbeeld en over een betere arbeidsmarktpolitiek. Hij roemt de werkkracht en het talent van zijn Saksers. Extra hard applaus krijgt hij als hij de regering in Bonn verwijt dat zij te weinig van de Saksen begrijpt. Met opmerkingen als “we moeten samen zorgen dat we voorop blijven lopen in Oost-Duitsland” grijpt hij naar een oude gevoelige regionale snaar. Want tussen Saksers en Pruisen, die van het keizerlijke Berlijn bijvoorbeeld, of van de SED, bestaat nog steeds weinig liefde.

Er is al veel werk verzet sinds 1990 maar er wacht - ook hier - nog veel meer werk. De premier van Saksen, die vier jaar geleden in de eerste vrije regionale verkiezingen sinds 1933 met 53,8 procent de absolute meerderheid haalde, is op verkiezingspad. Dat doet hij nauwelijks als CDU-kandidaat, onder zijn grote foto op de posters zijn de letters CDU heel klein gehouden. Want Kurt der Starke, zijn andere bijnaam, voelt zich in feite slechts Landesvater, en is als zodanig zo populair dat maar weinigen er aan twijfelen dat hij komende zondag van de 3,5 miljoen kiesgerechtigden zijn absolute meerderheid in de Saksische Landdag bevestigd zal krijgen.

Vorige week ontving de SPD-burgemeester van een ander Saksisch stadje hem trouwens al met de wens dat hij als premier herkozen mocht worden. Over zijn herverkiezing twijfelt Biedenkopf zelf evenmin, hij bespreekt zijn favoriete plan bijvoorbeeld om van de toch al zichtbaar 'boomende' oude cultuurstad Dresden het grote Duitse, ja liefst Europese centrum voor micro-elektronica te maken. Een plan dat naar recente vestigingsbesluiten van Siemens en een Amerikaans concern, en bij vergevorderde onderhandeling met Japanse en Zuidkoreaanse belangstellenden, al bezig is om werkelijkheid te worden.

Aan kanselier en CDU-voorzitter Helmut Kohl, zijn boezemvijand tot deze hem in de jaren zeventig aan de kant zette als secretaris-generaal van het CDU, verspilt Biedenkopf geen woord. Meer nog: Kohl is niet gevraagd om aan enige Saksische verkiezingsbijeenkomst deel te nemen en komt nergens voor op de CDU-posters in deze Oostduitse deelstaat. Zijn brave SPD-uitdager Karl-Heinz Kunckel, een vijftigjarige elektrotechnische ingenieur, oppositieleider in de Landdag, die dit keer op misschien wel dertig procent hoopt, noemt Biedenkopf evenmin. Kunckel is zondag kansloos.

Dat perspectief maakt de grote verkiezingsbijeenkomst annex volksfeest Saksische SPD 's avonds in het Dresdense Kulturpallast geeft ter ere van Kunckel bij voorbaat enigszins tragisch. In deze uit DDR-tijden stammende blokkendoos aan de rand van Dresdens architectonische en cultuurhistorische hooggebergte kunnen dixielandbandjes en gitaristen met klassebewuste liederen dat niet verhelpen. Bovendien lijkt een groot deel van de omstreeks tweeduizend aanwezigen - een mooi aantal gezien het feit dat de SPD in Saksen maar vijfduizend leden heeft - vooral gekomen voor SPD-voorzitter Rudolf Scharping, Kohls uitdager in de Bondsdagverkiezing van 16 oktober.

Kunckel verzet zich tegen het verwijt van Kohl en de CDU dat de SPD de Duitse eenwording te weinig waardeert en aan Miesmacherei doet, dat wil zeggen: te weinig optimisme kent. Volgt een verhaal waarin Kunckel pleit voor meer staatsinterventie om de werkloosheid van 200.000 Saksers tegen te gaan. Dan schrijdt, na een enigszins plichtmatig applaus voor Kunckel, Scharping het toneel op. De SPD-chef probeert een nieuwe tactiek. Kohl is veel te zelftevreden, doet alsof hij persoonlijk voor de Duitse eenwording heeft gezorgd, begrijpt niet wat het voor mensen betekent om werkloos te zijn en geeft bovendien garantie, die nog niet het papier waard zijn waarop ze geschreven worden.

Dat Scharping enigszins in nood is, althans in de opiniepeilingen, blijkt als hij hard van leer trekt tegen het in 1990 ingesteld Berlijnse Treuhand-instituut, dat kort voor haar opheffing (eind '94) intussen bijna alle vroegere DDR-staatsbedrijven na een veelal krachtige afslanking heeft verkocht. Scharping: de Treuhand-managers kwamen allemaal uit het Westen, zij willen daarheen natuurlijk dadelijk terug, “dus is het duidelijk wier belang zij de afgelopen jaren hebben gediend”. Dat levert hem applaus op in deze zaal, maar voor een aspirant-staatsman klonk het niet zo goed, zoals ook de twee wat oudere SPD-sympathisanten menen met wie ik het Kulturpallast verlaat.