ALBERT REYNOLDS; De selfmade doe-het-nu-premier

LONDEN, 8 SEPT. Dinsdag drukte hij de hand van Gerry Adams, leider van Sinn Fein, de politieke vleugel van het Iers Republikeinse Leger (IRA), die hij anderhalf jaar geleden nog “een subversief element” genoemd. Hij sprak van “een unieke kans op vrede” en deed een beroep op zijn Britse collega Major erop te vertrouwen dat het geweld voorgoed voorbij is en zei dat het “nooit te vroeg is om levens te redden en het moorden te stoppen”.

Gisteren ontving hij de Amerikaanse vice-president Al Gore. En opnieuw sprak hij over een “unieke mogelijkheid” en over “het momentum” dat benut moest worden. Hij overtuigde Gore zelfs dat híj en niet Major het bij het rechte einde heeft met zijn uitleg dat de IRA voorgoed afstand van de wapens heeft gedaan.

De Ierse premier Albert Reynolds wandelt dezer dagen van de een naar de andere 'historische gebeurtenis'. Een plaatselijke krant in het Ierse Longford heeft al voorgesteld hem de Nobelprijs voor de vrede toe te kennen. Maar dat dagblad is eigendom van de Reynolds-dynastie.

Voor de 60-jarige premier had het staakt-het-vuren van de IRA op 31 augustus niet op een beter moment kunnen komen. Hij is dit jaar in opspraak gekomen door malversaties in de Ierse vleesindustrie. En juist vorige week woensdag zou het Ierse parlement zich over de betrokkenheid van Reynolds buigen. Juist die dag koos de IRA om het bestand af te kondigen. Zo hoefde Reynolds die middag niet met gebogen hoofd voor het parlement te verschijnen. Als een held werd hij binnengehaald.

Ierse perspublikaties hadden Reynolds dit jaar al eerder in verlegenheid gebracht. Daaruit bleek dat twee leden van een Saoedische familie de Ierse nationaliteit hadden gekregen, nadat ze 1,1 miljoen Ierse ponden hadden geïnvesteerd in het familiebedrijf van de premier.

Reynolds heeft zijn handen vanaf het begin in onschuld gewassen. Niet hij maar een collega-minister had de paspoorten verstrekt aan de familie. Niet hij maar zijn zoon had geprofiteerd van de “puur zakelijke” investering. Reynolds heeft de formele banden met het familie-concern verbroken sinds hij in 1977 zitting in het parlement kreeg. Zijn zoon Philip leidt het bedrijf dat vleesafval tot dierenvoer verwerkt.

Reynolds is een laatbloeier in de politiek. Hij was 39 toen hij voor het eerst interesse toonde. Daarvoor had hij zich ontpopt als een handige zakenman die overal winst ziet en marchanderen als hobby beschouwt. De zoon van een keuterboer annex begrafenisondernemer uit het dorpje Rooskey is het prototype van de selfmade man. Hij verdiende de kost met boenen van meubels, verkoop van treinkaartjes en boekhouden voor middenstanders. In de avonduren volgde hij een schriftelijke cursus accountancy.

Die kennis kwam hem van pas toen hij aan het eind van de jaren vijftig samen met zijn broer Joe dansavonden begon te organiseren. De opzet van ballrooms of romance, een grootse benaming voor dansfeesten in kale barakken waar geen alcohol vloeide, sloeg aan bij een jeugd waarvoor verder in Ierland vrijwel geen vertier bestond. Reynolds heeft altijd gezegd dat hij zijn joviale manier van doen tot in de perfectie heeft kunnen trainen tijdens zijn nachten in de danszaal, zeven nachten in de week.

In 1967 verkocht hij zijn aandeel in het amusementsbedrijf en stortte zich op het onroerend goed. Zo stuitte hij ook op een noodlijdend vleesbedrijf dat hij weer gezond maakte met zijn idee om het afval niet langer weg te gooien maar te verwerken tot dierenvoer. Die vondst maakte Reynolds tot multi-miljonair. Blikjes katten- en hondenvoer van de firma C & D Foods zijn in alle grote supermarkten in Ierland en Groot-Brittannië verkrijgbaar. Bij de bedrijfsvoering heeft Reynolds altijd handig van Europese subsidieregelingen gebruik gemaakt.

Twee jaar nadat hij zijn intrede in het parlement deed, had hij het al tot minister gebracht. Achtereenvolgens had hij in zijn portefeuille: Post en Telegraaf, Transport, Industrie en Energie, Industrie en Handel, en Financiën. Op al die posten viel hij op door zijn bedrijfsmatige aanpak en door zijn grote ongeduld. Hij liet zijn ambtenaren altijd weten dat niets mocht worden uitgesteld wat nog diezelfde dag gedaan kon worden. Hij accepteerde geen verweer dat iets 'onmogelijk' was. Bij zijn ondergeschikten stond hij bekend als 'doe-het-nu-minister'. Hij introduceerde de stelregel dat een memo nooit langer dan een A4-tje mocht zijn.

Reynolds is premier sinds hij het partijleiderschap van Fianna Fail, de grootste centrum-rechtse regeringspartij, begin 1992 heeft overgenomen van zijn monumentale voorganger Charles Haughey. Bij zijn verkiezing zei hij al dat hij samen met de Britse premier nieuwe initiaven wilde ontplooien om een eind te maken aan Ulster-conflict. Maar het eerste jaar had hij zijn handen vol aan binnenlandse rellen. Uiteindelijk tekende hij eind vorig jaar samen met Major de Downing Street-verklaring, die tot het bestand van de IRA heeft geleid.

Reynolds staat bekend om zijn directheid, zijn doortastende optreden, zijn charme en zijn ijdelheid. Niet om zijn diplomatieke talenten. Misschien vormen Major en Reynolds voor het verdere verloop van het vredesproces wel de perfecte combinatie: de behoedzame politicus en de snelle handelaar, die op zijn tijd ook graag een gokje waagt.