Woody Allen investeert talent maar niet zijn ziel in 'Bullets over Broadway'; Von Trier maakt soap met cultstatus

VENETIE, 6 SEPT. In een brochure over zijn nieuwe film Riget (The Kingdom) brengt de Deense regisseur Lars von Trier een kleine ode aan linkshandigheid, althans aan de tijdelijke linkshandigheid van de rechtshandige. Je gaat houden van dat gekrabbel, zoveel minder saai dan je gebruikelijke handschrift, zegt hij - het wordt een voorwerp van bewondering. Is het eenmaal zover dan moet je volgens hem weer met de rechterhand gaan schrijven, want anders raak je verliefd op afstotelijkheid.

Het klinkt wat cryptisch, maar Riget maakt veel duidelijk. Het is een bijna vijf uur durende, vierdelige televisieserie, die gisteren in het Filmfestival van Venetië gelukkig als een lange speelfilm is vertoond. Gelukkig, want het lijkt me moeilijk te verdragen een week te moeten wachten op de volgende aflevering. Nu is dat het ongeduld dat een soapopera - en dat is deze serie - wel vaker oproept, in dit geval zijn er ook nog andere dan de gebruikelijke redenen.

De rechtshandige Von Trier die de op het pretentieuze af zo diepzinnige film Europa maakte, is linkshandig gaan filmen en tart alle regels. Riget is uitgesproken lelijk. Uitgelicht heeft hij zijn scènes waarschijnlijk niet, het beeld is grofkorrelig en vlekkerig. De toon van de kleuren is gedempt om niet te zeggen vies, en varieert van rossig via geel naar groenig. De montage lijkt te zijn uitgevoerd met een bijl, de beeldwisselingen zijn bruusk en rafelig, het zijn visuele mokerslagen. De serie is in zeer korte tijd gemaakt en die hit and run-kwaliteit is er aan alle kanten vanaf te zien. En toch is het een film geworden die, inderdaad, bewondering waard is en voorbestemd lijkt voor een cult-status.

Het verhaal speelt zich af in een echt ziekenhuis in Kopenhagen, waarvan het oorspronkelijke onderkomen in 1910 werd gebouwd. Omdat aan de oprichting dertig jaar geharrewar vooraf was gegaan, de meest vooraanstaande medici er te werken kwamen en het ziekenhuis voor alle Denen toegankelijk werd, kreeg het de bizarre naam 'Het Koninkrijk' - en al is het oude gebouw in de jaren zestig vervangen door een soort Bijlmerflat, zo heet het nog altijd. Het is dus zo vreemd niet dat Von Trier bedacht heeft, dat als something rotten in Danmark is, het hier moet zijn.

Zijn film is een horror, waarin de in het ziekenhuis rondwarende geest van een meisje de hoofdrol speelt. Het kind heeft echt bestaan en werd als buitenechtelijke dochter van Dr. Krüger, een van de oprichters van het ziekenhuis, door haar vader vermoord. De zoektocht naar het spook en de uitdrijving ervan vormen de verhaallijn, maar het thema is de strijd tussen de klinische wetenschap en het spiritisme die de medici onderling verdeelt. Zo introduceert de geneesheer-directeur het project 'Morgenlucht', dat voorziet in jaren zestig-achtige openhartigheid jegens elkaar en anesthesie vervangt door hypnose, en zo vertegenwoordigt Dr. Helmer, een gerenommeerde Zweedse neurochirurg, de nuchtere wetenschap.

De eerste helft is het mooist en fascinerendst. Omdat het spook nog geen zichtbare rol speelt, lijkt het op een geënsceneerde film van de documentarist Frederick Wiseman. De ogenschijnlijke echtheid van de scènes wordt verhoogd door de schokkerige cameravoering: slechts de voortreffelijke en hilarische dialogen herinneren eraan dat het om fictie gaat. Tegelijkertijd voert Von Trier de spanning op, met kleine aanwijzingen en onschuldige personages die steeds dreigender worden. Hij ondersteunt die spanning met een soort muzikaal gebrom dat, aanzwellend, menige scène met een klap afsluit. Niet alleen door dat terugkerende geluid doet Riget aan Twin Peaks van David Lynch denken. Het tweede deel wordt een zelfde soort reality-tv, vol surreeële scènes. Hoe prachtig alle lijnen dan ook bij elkaar komen en hoe fabelachtig er ook gespeeld wordt, dit deel wekt een soort heimwee naar de 'werkelijkheid' van het begin.

Met de linkerhand heeft Woody Allen zijn nieuwste film Bullets over Broadway duidelijk niet gemaakt. De film ging hier maandag in wereldpremiére, een gebeurtenis waar de festivalorganisatie niet weinig trots op is. In het in het New York van de roaring twenties spelende verhaal laat een toneelschrijver, die aanvankelijk tot geen enkele concessie bereid is, de opvoering van zijn eerste stuk noodgedwongen financieren door een gangsterleider. Die stelt als voorwaarde dat zijn talentloze minnares een hoofdrol krijgt. Bij ieder protest van haar kant dwingt haar lijfwacht een verandering in de tekst af. Uiteindelijk herschrijft hij het stuk - dat een ongekend succes wordt.

Het scenario, dat Allen samen met Doug McGrath schreef, is geestig genoeg, net als de idioot geëxalteerde speelstijl (van ondermeer Dianne Wiest en Tracey Ullman), maar de film oogt routineus. Allen heeft zijn talent, maar niet zijn ziel geïnvesteerd. Bullets over Broadway is buiten de competitie vertoond, wat prettig is voor zijn landgenoot Alexander Rockwell, wiens Somebody to love ook gisteren voor het eerst te zien was. Maar hij zal het, als de jury haar verstand niet verliest, hoe dan ook niet redden, want zijn film is een wanprodukt, langdradig, sentimenteel en slecht gespeeld, ook door Harvey Keitel. Dan is een grootscheepse techno-thriller als Clear and present danger van de Australiër Philip Noyce, met Harrison Ford (uitzinnig bejubeld toen hij zich hier gisteren aan den volke vertoonde), nog te prefereren. De (buiten de competitie vertoonde) film heeft artistiek geen waarde, maar verraadt wel een groot organisatorisch talent.