VUT uit de gratie bij werkgever en personeel

DEN HAAG, 7 SEPT. Zowel werkgevers als werknemers voelen steeds minder voor handhaving van de huidige regelingen voor vervroegde uittreding (VUT). Het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) maakte juist vanmorgen bekend dat het aantal mensen in de VUT eind vorig 146.000 bedroeg, evenveel als het jaar ervoor. Volgens het CBS is dit mede een gevolg van de verhoging van de VUT-leeftijd bij de overheid van 60 naar 61 jaar.

Vooral door het aantrekken van de economie staat de regeling meer dan ooit ter discussie. Bedrijven, die de VUT lange tijd hebben gebruikt als goedkope 'dumplaats' voor overtollig personeel, willen ervaren oudere krachten niet meer missen. Voor de vakbeweging zijn onder meer de toegenomen kosten reden om de huidige collectieve VUT ter discussie te stellen en naar flexibeler alternatieven te zoeken. Bij ongewijzigd beleid zou het aantal vutters vanaf 2010 oplopen tot boven de 200.000. Door de hoge kosten blijken jongere werknemers steeds minder bereid de premie op te brengen, die via het omslagstelsel niet aan henzelf maar aan de huidige vutters ten goede komt. De discussie over de VUT is in een stroomversnelling gekomen door het voorstel van het kabinet-Kok het recht op VUT bij de overheid te beperken tot ambtenaren die ten minste veertig dienstjaren hebben.

Onder meer door de VUT en een vroege pensionering werkten eind 1993 van de 1,4 miljoen mensen van 55 tot 64 jaar nog maar een kwart. Eveneens een kwart (346.000) kreeg een WAO- of AAW-uitkering.

Het aantal mensen met een arbeidsongeschiktheidsuitkering blijft volgens gisteren gepubliceerde cijfers van de Sociale Verzekeringsraad (SVr) dalen. In juli ontvingen 907.800 mensen een AAW/WAO-uitkering, dat is 3.700 minder dan in juni. Het aantal beëindigde uitkeringen steeg van 8.800 tot 10.100. De daling van het AAW/WAO volume houdt onder meer verband met het wijzigen van het criterium voor arbeidsongeschiktheid. Sinds 1 augustus 1993 wordt bij het vaststellen van de arbeidsongeschiktheid geen rekening meer gehouden met opleiding en vroeger beroep.