Van Randwijck mag zich niet meer uitlaten over IRT-zaak

DEN HAAG, 7 SEPT. De Amsterdamse procureur-generaal Van Randwijck mag zich van minister Sorgdrager (justitie) niet meer in het openbaar uitlaten over de IRT-zaak. “Er is met hem gesproken. Hij zal zich niet meer over die zaak uitlaten en dat accepteert hij ook.”

Dat zei Sorgdrager gistermiddag in de Tweede Kamer in een debat dat was aangevraagd door het Kamerlid Rabbae (Groen Links) met de minister van justitie en met minister Dijkstal (binnenlandse zaken). Van Randwijck heeft op 30 augustus in een brief aan hoofdofficier van justitie Vrakking in Amsterdam gevraagd hoofdcommissaris Nordholt een spreekverbod op te leggen over de toegepaste recherchemethoden in de IRT-zaak.

Nordholt had in twee interviews kritiek geoefend op de afhandeling van die affaire. De procureur-generaal bracht de inhoud van de brief via deze krant naar buiten, voordat het schrijven Vrakking had bereikt.

Tijdens het debat zeiden de beide politieministers geen enkel verschil van inzicht te hebben over de afhandeling van deze kwestie. Minister Sorgdrager, die voor het eerst in die hoedanigheid optrad in de Kamer, zei Van Randwijck wat betreft de inhoud van zijn vraag aan Vrakking te steunen. “Met uitlatingen van Nordholt over methoden door het IRT gebruikt, wordt schade toegebracht aan de rechtsgang”, zei ze. Maar het openbaar maken van Van Randwijcks brief door hemzelf vindt zij “erg onverstandig”.

Sorgdrager liet blijken de publiciteitsgerichtheid van Nordholt af te keuren. “Ik hecht zeer aan de vrijheid van meningsuiting”, zei de minister, “maar die heeft hier en daar beperkingen. Als een hoofdcommissaris van politie dingen zegt die schadelijk kunnen zijn voor personen of zaken, is het beter dat hij dat niet doet.”

Alle partijen in de Kamer lieten de politieministers weten dat het uit moet zijn met 'de veenbrand' tussen de politie en het openbaar ministerie in Amsterdam. Of zoals CDA-justitiespecialist Van der Burg zei: “Het gedonder, het gesodemieter moet afgelopen zijn”. Kamervoorzitter Deetman riep hem vervolgens tot de orde met het verzoek “parlementaire taal te gebruiken op deze parlementaire plaats”. Minister Dijkstal vatte Van der Burgs uitlating echter op als een “steun in de rug” en niet als een verwijt.

Rosenmöller (Groen Links) vroeg minister Dijkstal wanneer hij zelf gaat ingrijpen. Dijkstal antwoordde dat volgens de nieuwe Politiewet de minister pas kan ingrijpen als de burgemeester zijn verantwoordelijkheden niet nakomt of de hulp van de minister inroept. “Maar zo ver is het nog niet gekomen”, aldus Dijkstal.

De beide politieministers beloofden de Tweede Kamer op verzoek van PvdA-woordvoerder Van Heemst een chronologisch overzicht toe te sturen van alle verwikkelingen sinds de interviews met Nordholt verschenen.