Truc stelt blunderende Van Almsick alsnog in staat finale te winnen

ROTTERDAM, 7 SEPT. Het is heel ongewoon dat bij zwemmen de winnaar van baan acht afkomstig is. Franziska van Almsick was in de finale op de 200 meter vrije slag bij de wereldkampioenschappen in Rome al lang blij dat ze mocht meedoen. De 16-jarige Duitse scholiere had zich gistermorgen in de serie van haar sterkste nummer verkeken. Ze dacht zich met een minimale inspanning te kunnen plaatsen, maar bleek uiteindelijk de negende tijd te hebben gezwommen.

Dat betekende slechts een plaats in de B-finale. In tranen had Van Almsick het zwembad verlaten. Via een handige truc wisten de Duitsers hun vedette echter alsnog bij de beste acht te krijgen. Teamgenote Dagmar Hase, die in de serie de achtste tijd had gezwommen, trok zich terug en ruimde op die manier een plek in voor Van Almsick.

Deze opmerkelijke actie slaagde volledig. Van Almsick passeerde op de laatste meters van de finale de Chinese Lu Bin en won in een nieuw wereldrecord de race. Haar tijd van 1.56,78 was 0,77 seconden sneller dan die van Heike Friedrich uit 1986. “Ik heb geluk gehad, veel geluk”, stamelde Van Almsick naderhand. Ze had er niet meer op gerekend dat ze een record zou zwemmen na de emotionele ontwikkelingen. “Ik heb me niet echt lekker gevoeld.”

Van Almsick had, vertelde ze na afloop van een bijzondere zwemdag, op het erepodium tijdens het spelen van het volkslied alleen maar aan Dagmar Hase moeten denken. “Zij heeft me de kans gegeven goud te pakken.” Uiteraard waren er de speculaties dat miljonaire Van Almsick in de buidel had getast om de plek van Hase te kopen. “Ik veracht de mensen die dat zeggen”, reageerde de winnares. “Dagmar heeft dit uit vrije wil besloten en ik denk dat het een voorbeeld van grote sportiviteit is.”

Hase zelf verklaarde haar geste door te stellen dat Van Almsick veel meer kansen op een medaille had dan zij. Hase is een specialiste voor de langere afstanden.

Ook Tom Dolan zwom op de tweede dag van het WK een wereldrecord. De 19-jarige Amerikaan won de 400 meter wisselslag in 4.12,30. Op dit nummer werd Marcel Wouda als kanshebber voor een medaille beschouwd. De Nederlander haalde echter zelfs de eindstrijd niet en werd door de B-finale te winnen negende. De 2.02 meter lange Wouda begreep niets van zijn falen. Het was zijn bedoeling geweest om in de serie onder de 4.20 te zwemmen en dan in de finale nog harder te gaan.

De in Amerika studerende en trainende Wouda faalde op de schoolslag, na de vrije slag zijn beste onderdeel. “Het kostte veel moeite mijn techniek vast te houden”, legde Wouda uit. “Je ziet de anderen gaan, probeert bij te blijven, te vechten, maar ik had niet de macht voor een versnelling.” Wouda was in de B-finale met 4.21,41 ruim twee seconden sneller dan 's ochtends in de serie.

Casper van Dam zwom op de 100 meter vlinderslag de 40ste tijd, 56,54. “Met zo'n tijd hoor je hier niet thuis”, realiseerde Van Dam zich. Hij zei dezelfde tijd een jaar geleden ook te hebben gezwommen, “maar toen was ik tien kilo zwaarder”. Ook Kirsten Vlieghuis en Carla Geurts konden zich vanmorgen in de series van de 400 meter vrije slag niet kwalificeren voor de finales.

Olympisch kampioen Anthony Nesty uit Suriname slaagde er op zijn favoriete nummer, de 100 meter vlinderslag, niet in een medaille te winnen. Hij kwam in de finale als zevende aan. Van Nesty werd vooraf ook niet meer verwacht. Door geldgebrek was zijn voorbereiding matig. Zijn reis- en verblijfkosten bij het WK in Rome worden door de internationale zwemfederatie, FINA, betaald.