Strop of kogel

Het rapport van het Sociaal en Cultureel Planbureau geeft de antwoorden die iedereen wist, op vragen die niemand zich durfde te stellen. (Variatie op de titel van een Amerikaanse bestseller.) Natuurlijk weten we allemaal dat er steeds meer 'allochtonen' komen, niet alleen naar Nederland maar naar heel West-Europa. Natuurlijk weten we dat ze komen omdat ze weten dat er hier meer welvaart en zelfs meer werk is dan in hun land van herkomst. Het is bekend dat ze dan naar de steden zullen gaan, dat er nu al niet voldoende geld is om die behoorlijk te onderhouden en te besurveilleren, en dat, als we alles min of meer op zijn beloop laten, er getto's zullen ontstaan, met meer armoede, meer misdaad, enzovoort. En wat in het rapport van het SCP niet staat, maar wat iedereen ook kan voorspellen is, dat meer misdaad de vraag naar orde zal versterken, dat er een ogenblik kan komen waarop de meerderheid van orde niet genoeg kan krijgen, en dat dit dan weer politieke gevolgen kan hebben waarvan het voorspellen niet tot de opdracht van het SCP hoort.

De voorspelling reikt tot plusminus het jaar 2010. Dat is onder de nu heersende omstandigheden veel. Twintig jaar geleden zou zo'n spanne tijds minder profetische gaven hebben gevergd; tien jaar geleden was de kans op vergissingen verveelvoudigd; en hoe groot die kans nu is kunnen we in 2010 vaststellen. Het zal de moeite waard zijn, een reeks rapporten van het SCP te vergelijken, niet om daarmee een bron van leedvermaak aan te boren maar om te kunnen vaststellen hoeveel continuïteit de voorspellers van de samenleving toen verwachtten.

De prognose zelf kan onthullend zijn over de omstandigheden waarin zij is gedaan. Uit deze zou dan kunnen blijken dat we het vertrouwen in de oude continuïteit hebben opgegeven. Een land dat binnen twintig jaar een bevolking zal hebben die voor vijftien procent uit immigranten bestaat, met een paar grote steden waar nog maar iets meer dan de helft 'oorspronkelijk' is, maakt een revolutie door. Als deze oorspronkelijken dan ook nog gaan 'individualiseren' (wat zoals het Planbureau zegt een 'containerbegrip' is en waarbij ik geneigd ben, de somberste mogelijkheid uit de container te kiezen), is dat een revolutie binnen de revolutie.

Een jaar of tien geleden was het voorspellen gemakkelijker en waarschijnlijk zouden we bij onderzoek vaststellen dat het ook betrouwbaarder was. Niet alleen Nederland maar de hele westelijke wereld bevond zich toen in een betrekkelijk statische situatie. Het land was verankerd in een groot geheel dat maar langzaam veranderde. Daaraan is in 1989 - het jaar dat niet kan worden overschat - een eind gekomen dat door geen planbureau ter wereld is voorzien. Op het ogenblik is niets nog statisch. De constanten die de grondslag van iedere speculatieve berekening vormen zijn in verval of verdwenen; de variabelen die de voorspelling verstoren zijn ontelbaar Zo komt het dat berekeningen waaruit de toestand van over twintig jaar moet worden afgeleid, een veel groter waagstuk zijn.

Toch is het nodig dat er voorspeld wordt. De mensen kunnen niet leven zonder dat ze de illusie hebben dat ze althans een deel van hun toekomst ongeveer kunnen voorzien. Op grond van die illusie maken ze hun plannen, en zonder plannen is er alleen chaotisch handelen. Dat wil niemand. Vandaar de behoefte aan de voorspellingen. Daarbij ontstaat één vraag die in de prognose niet wordt beantwoord: hoe zullen de voorspellingen worden gebruikt?

Vooruitlopend op de oplossing van het geprognosticeerde ordeprobleem heeft 43 procent van alle Nederlanders, meer dan de helft van alle jonge Nederlanders (en volgens een VNU-enquête zelfs 84,2 procent van de Nederlandse jongeren tussen 13 en 19 jaar) zich voor de doodstraf uitgesproken. In de uittreksels waarop ik me beroep zijn deze Nederlanders niet verder uitgesplitst. Maar rekening houdend met de vergrijzing en de daarop volgende afsterving zou dit betekenen dat in 2010 door een overweldigende meerderheid serieus zal worden uitgekeken naar de beste methode: strop, kogel, gas of naald. Dat is de meest onthutsende gevolgtrekking uit deze revolutionaire rapporten. Hier wordt duidelijk dat er een kloof gaapt in de opvoeding. Want wat hebben de oudere generaties nagelaten of verkeerd gedaan waardoor er zo'n massale hardheid is ontstaan?

Meer dan de veranderende samenstelling van de bevolking, de 'individualisering' en wat er verder aan opmerkelijke trends wordt gesignaleerd betekent zo'n naderende meerderheid vóór de doodstraf een breuk in de continuïteit van wat we over het algemeen nog als een fatsoenlijke nationale beschaving zien. Als men zich in groten getale voor de gerechtelijke moord uitspreekt is dit niet zomaar een het gevolg van een neerslachtig moment in de stemming van het volk, maar het teken dat er veel meer verkeerd is gegaan in het grote complex van de opvoeding.

In het vervolg op dit prijzenswaardige rapport zou ik om te beginnen graag nog een rapport willen lezen: waarin staat welke overwegingen deze ordelievende jongeren ertoe hebben gebracht om weer werkgelegenheid voor de beul te scheppen. En dan natuurlijk: wat de regering daaraan denkt te doen.