Pleidooi voor andere taakverdeling Navo

BRUSSEL/ DEN HAAG, 7 SEPT. De NAVO moet het de komende weken eens zien te worden over de opvolging van de vorige maand overleden secretaris-generaal Manfred Wörner. Maar over het verloop van de beraadslagingen op het hoofdkwartier in Brussel en tussen de hoofdsteden van de lidstaten, hult men zich vooralsnog in stilzwijgen. De NAVO wil koste wat kost een herhaling voorkomen van de strijd die zich eerder dit jaar binnen de Europese Unie afspeelde over de opvolging van Commissie-voorzitter Jacques Delors. Toen gingen de verschillende kandidaten openlijk met elkaar in de clinch.

Kijkend naar het verleden is de kans groot dat de keuze valt op een Europeaan. Sinds jaar en dag is de arbeidsverdeling binnen de NAVO zo dat de militaire opperbevelhebber een Amerikaan is en de secretaris-generaal uit Europa komt. Een logische verdeling, omdat de Amerikanen het militaire fundament van de verdragsorganisatie vormden en de Amerikaanse militairen liever niet onder een Europees commando stonden.

Nu de verhoudingen in Europa diepgaand zijn veranderd, gaan er echter stemmen op de verhoudingen om te keren, dus een Europeaan als hoogste bevelhebber en een Amerikaan als secretaris-generaal. “Was de tandem Amerikaans opperbevelhebber/ Europees secretaris-generaal een afspiegeling van de politiek-militaire realiteit van de Koude Oorlog, het is geen juiste weergave van het huidige strategische klimaat”, schreef de Canadees David Law, oud hoofd policy planning in de afdeling politieke zaken van de NAVO, gisteren in de Belgische krant De Standaard. Eerder hadden de vroegere Amerikaanse minister van buitenlandse zaken Henry Kissinger en het vooraanstaande Duitse christen-democratische Bondsdaglid Karl-Heinz Hornhues zich in dezelfde zin uitgelaten.

De omvang van de Amerikaanse militaire aanwezigheid in Europa wordt teruggebracht naar 100.000 man en neemt daardoor niet alleen absoluut, maar ook relatief gezien in betekenis af. De aanwijzing van een Europese opperbevelhebber zou volgens Law goed bij die ontwikkeling passen. Hij wijst er bovendien op dat een dialoog tussen een Amerikaanse secretaris-generaal van de NAVO en diens Europese ambtgenoot van de WEU - de beoogde defensiepoot van de Europese Unie - tot een echte transatlantische samenwerking zou kunnen leiden. Bovendien zou een Europees opperbevel de laatste Franse weerzin kunnen overwinnen om zich weer te scharen onder de militaire paraplu van de NAVO.

Toch is het onwaarschijnlijk dat het bondgenootschap op zo'n korte termijn tot een dergelijke ingreep zal besluiten. Al was het alleen maar dat de Amerikaanse generaal Joulwan nog maar net in functie is als opperbevelhebber en hij nog niet eens alle bondgenootschappelijke hoofdsteden heeft kunnen bezoeken.

De drie belangrijkste kandidaten op dit moment zijn dan ook Europeanen: de Belgische minister van buitenlandse zaken, Willy Claes, de Nederlandse EU-commissaris Hans van den Broek en de Noorse oud-minister Thorvald Stoltenberg, die momenteel namens de VN in het voormalige Joegoslavië bemiddelt. De afgelopen maanden zijn ook de namen genoemd van de Britse minister van buitenlandse zaken, Douglas Hurd, van oud-premier Lubbers en van de Deense oud-minister van buitenlandse zaken, Uffe Ellemann-Jensen.

De nieuwe secretaris-generaal zal vooral aandacht moeten besteden aan de transatlantische verhoudingen en aan de nieuwe taakinvulling van de NAVO op het terrein van vredeshandhaving. Hij zal moeten proberen te verhinderen dat de Amerikanen nog meer afstand nemen van Europa, aangezien daarmee op termijn het bestaan van de verdragsorganisatie op het spel komt te staan. De toenadering tot Oost-Europa zal veel van zijn stuurmanskunst vergen. Tal van Midden-Europese landen hebben grote belangstelling voor het lidmaatschap van de NAVO, het Partnership for Peace-project zal verder moeten worden uitgebouwd, waarbij tegelijkertijd voorkomen dient te worden dat dit proces leidt tot een vervreemding ten opzichte van Moskou.

Officieel is nog niemand kandidaat gesteld, maar de twee Scandinavische lidstaten van de NAVO, Noorwegen en Denemarken, zijn inmiddels een campagne voor Thorvald Stoltenberg begonnen. Ze vinden dat hij nu aan de beurt is. In 1988 legde de Noorse oud-premier Kaare Willoch het af tegen de toenmalige Duitse minister van defensie, Manfred Wörner, en alleen al daarom vinden ze dat het nu tijd wordt voor een Noor. Noorwegen is een van de landen die betrokken was bij het stichten van de verdragorganisatie en nog nooit heeft iemand uit dat land deze functie bekleed. Afgelopen maandag heeft de Deense sociaal-democratische partij van premier Rasmussen haar steun betuigd aan de kandidatuur van Stoltenberg.

De 63-jarige Stoltenberg was achtereenvolgens diplomaat, minister van defensie en buitenlandse zaken in sociaal-democratische kabinetten in Noorwegen. Ook heeft hij internationaal zijn sporen verdiend bij de Verenigde Naties, als hoge commissaris voor de vluchtelingen en verder als bemiddelaar namens de EU in Bosnië. In het geval van een actie van de NAVO buiten het verdragsgebied, bij voorbeeld in Bosnië, beschikt hij over de noodzakelijke kennis van de verhoudingen en de mogelijke effecten van zo'n operatie.

Naar verluidt zou de Belgische minister van buitenlandse zaken Willy Claes, een kandidaat zijn die ook de steun van Frankrijk heeft. Als de verdragsorganisatie wil mikken op een volledige herintegratie van Frankrijk in de verdragsorganisatie, dan zou hij hoge ogen gooien.

De Amerikanen hebben er geen misverstand over laten bestaan dat zij een uitgesproken voorkeur hebben voor de huidige commissaris van de Europese Unie voor buitenlandse betrekkingen, Hans van den Broek, die zich heeft laten kennen als een volbloed atlanticus. Van den Broek zou ook kunnen rekenen op steun in Duitse militaire kring, maar de (doorslaggevende) steun van bondskanselier Kohl is daarmee nog geen feit. Diplomaten laten doorschemeren dat Van den Broek beschikbaar is voor de post, maar dat hij graag commissaris blijft als de NAVO-kandidatuur niet haalbaar is.