Niets kopen

In winkels treft men nogal eens mensen die graag iets willen verkopen. Vooral in modezaken komen heel verkoopgrage verkoopsters voor die toevallig ook nog 'een heel mooie blouse' hebben bij die rok, of een colbertje of een winterjas, enfin, men begint een t-shirt te passen en heeft daar al snel voor twaalfhonderd gulden kleren overheen aangetrokken. Dat was niet de bedoeling. Maar in een zaak waar de verkoopsters net doen of het doodgewoon is dat een colbertje achthonderd gulden of meer kost, want zulke colbertjes dragen ze zelf ook, daar is het moeilijk om te zeggen: ik vind dat te duur. Toch moet het. Anders belandt men in het laffe 'nog even over denken' waar verkoopsters de genadeloze repliek op hebben gevonden: “Zal ik het voor u opzij hangen?” Ook daarop moet men dan wel 'ja' zeggen en maar hopen dat ze niet over aanbetaling beginnen want dan moet de spreuk 'even over denken' opnieuw en ditmaal met kracht en overtuiging worden uitgesproken. Hoe het ook afloopt, de winkel wordt zo snel mogelijk en met gebogen hoofd verlaten en tevens lange tijd niet opnieuw betreden uit angst dat de verkoopster je zal herkennen als die persoon die in het wilde weg kleren opzij laat hangen en dan nooit meer iets laat horen.

Deze methode verdient dus geen aanbeveling. Het enige wat helpt is met opgeheven hoofd precies te zeggen wat je wilt en wat niet, maar dat is nu juist het moeilijke. Ooit heb ik mij zelfs door een psycholoog laten helpen omdat ik niet in staat was om één kroket te kopen bij de slager. Ik bestelde er altijd twee, omdat ik dacht dat de slager anders zou denken: goh, ze is alleen... zielig... geen wonder trouwens, wie wil er nu een vrouw die in haar eentje kroketten eet... zal ze wel dik van worden ook....

Natuurlijk wist ik wel dat het de slager niets kon schelen wat ik at, maar dat hielp niet. Van de psycholoog kreeg ik leerzame opdrachten: ga naar de groenteboer, bestel een pond druiven en weiger als hij vraagt: mag het ietsje meer zijn? Of: koop bij de banketbakker één taartje. Daar heb ik veel van geleerd, maar hoe je te weer te stellen tegen een verkoopster die enthousiast roept dat iets je schitterend staat en dat het trouwens ook heel chic en stijlvol is - 'ik heb er ook nog een práchtige sjaal bij!' - daar heeft hij mij niet op getraind.

Er zijn twee soorten zeer intimiderende verkoopsters. De ene is ouder dan je zelf bent, de andere is slanker dan je zelf bent. Combinaties komen ook voor. De slanke wordt in de loop der tijd iets minder erg, behalve als je dacht dat een strakke jurk toch best een keertje zou kunnen. Dan zie je in die magere ogen de afkeuring levensgroot staan: dat jij met jouw achterwerk zo'n jurk denkt aan te kunnen! Nog erger is als ze zegt: “Ik zal even een maatje groter halen.” In sommige winkels zeggen ze dat altijd, omdat ze daar niet van strakzittende kleren houden en alles graag vormeloos willen. Het is moeilijk om het daar niet mee eens te zijn als er zo'n den naast je staat die er in een iets ruim zittende rok inderdaad heel elegant uitziet. Het omgekeerde kan trouwens ook gebeuren, dat je je in een jurk, broek of rok voelt als een te vol gepropt braadworstje en dat de verkoopster opgetogen uitroept dat het enig is en dat die jurk bij haar ook heel strak zit.

De oudere verkoopster heeft andere nadelen. Zij kan bij voorbeeld met overtuiging zeggen dat je nog een beeldig bikinifiguurtje hebt terwijl je zelf ziet dat daar geen sprake meer van is. Zelfs als je de plaatsen aanwijst waar de bikini zeer zichtbaar niet kan, weigert zij daar instemmend op te reageren. De klant voelt zich dan een onnodig gefrustreerd type, iemand die barst van de onzekerheden, iemand van wie je je afvraagt hoe die überhaupt in het leven een beetje moet slagen - als de klant er tenminste zo een is die zich de mening van de verkoopster voor gaat stellen. Dan kan het gebeuren dat zij zelfacceptatie veinst en met de gewraakte bikini de winkel verlaat, waarna het thuis voor de spiegel nog erger blijkt te zijn dan gedacht.

Bovendien hebben verkoopsters nu een nieuwe geraffineerde truc verzonnen: ze maken een opzetje. Verkoopster A helpt de klant. Die komt enigszins onzeker uit de paskamer te voorschijn in het te overwegen pak. “Zit perfect”, zegt A. “Of het voor u gemaakt is.” Dan werpt verkoopster B een blik en roept spontaan: “Wat is dat toch een mooi pak! En wat staat het u goed!” Nu is het bijna onmogelijk geworden om het zuinige gezicht dat men voor alle zekerheid maar vast getrokken had, vol te houden.

Enfin, klagen heeft geen zin. Het is noodzakelijk zich te weer te stellen. Begin bij voorbeeld eens met te denken aan het salaris van de verkoopster. Dat kan nooit zo enorm zijn dat zij zich daarvan achteloos colbertjes van elfhonderd gulden kan aanschaffen. Als ze er toch zo een aan heeft, is dat òf niet van haar zelf, òf ze heeft het met reuzenkorting kunnen kopen.

Probeer realistisch te denken aan (in willekeurige volgorde): de eigen bank- of girorekening ('u heeft een negatief saldo'); wat man of vriend ervan zal vinden ('het lijkt wel een broekrok!'); wat beste vriendin ervan zal vinden ('tuttig!'); hoe het zal zijn om dit 's ochtends, op een gewone werkdag, aan te trekken (het prikt); wat er verder zoal in de kast hangt (nog drie zwarte colbertjes).

Begin niet meteen hartelijk en/of vertrouwelijk te doen, dat kan altijd nog. De verkoopster die niet hartelijk terugdoet heeft meteen een niet meer weg te werken overwicht, de verkoopster die dat wel doet is al snel te vertrouwd om nog pertinent nee tegen te zeggen.

Keur eerst, volmaakt willekeurig, een paar dingen af (desnoods neemt men ze uitsluitend met dat doel mee de paskamer in). Met een beetje geluk gaat men zelf in deze houding geloven - dan zijn we meteen een heel stuk verder. Oefen eventueel in winkels waar ze niets hebben dat zelfs maar vagelijk aantrekkelijk is.

En de beste, meest ouderwetse, door en door beproefde manier: neem iemand mee met een te vertrouwen oordeel. Dat is de makkelijkste en zekerste weg. Maar die leidt niet tot de zelfstandige aanschaf van één kroket.