Maakbaarheid

NEDERLAND, zei VVD-fractievoorzitter Bolkestein vorige week in het debat over de regeringsverklaring, heeft een tweede Planbureau nodig. Concurrentie op de markt voor toekomstvoorspellingen en berekeningen zou goed zijn om het monopolie van het Centraal Planbureau te doorbreken. Ongewild werd Bolkestein op zijn wenken bediend: gisteren verscheen het Sociaal en Cultureel Rapport 1994, een tweejarige publikatie van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP). Er zijn dus al twee planbureaus in Nederland.

Twee jaar geleden publiceerde het CPB een veelgeprezen economische toekomstverkenning, Nederland in drievoud. Het SCP wilde niet achterblijven en peilt nu de sociale en culturele toekomst van Nederland. Dat wil zeggen: het SCP heeft een groot aantal bestaande studies verzameld en samengevat. Dat is nuttig werk, want het geeft in 644 pagina's een overzicht van de stand van de Nederlandse sociale wetenschappen op belangrijke terreinen zoals gezondheidszorg, arbeid, sociale zekerheid, onderwijs, wonen, cultuur, migratie, vrije tijd en justitie.

De literatuurlijst van de honderden publikaties die het SCP heeft geraadpleegd, geeft aan dat Nederland bomvol 'planbureaus' is die zich met de maakbaarheid van de samenleving bezig houden. Naast een aantal universitaire studies worden stapels rapporten aangehaald van organisaties die commercieel floreren op overheidssubsidies voor zogenoemd beleidsrelevant onderzoek. Deze semi-wetenschappelijke denk-tanks zijn sterk aan de overheid gelieerd - niet alleen financieel maar ook qua personeel - en ze bepalen in belangrijke mate het nationale debat. Dissidente opvattingen of kritische vergezichten zijn daarin een zeldzaamheid.

HET BEZWAAR van de aanpak waarvoor het SCP heeft gekozen, is dat het resultaat op het oog niet veel nieuws oplevert. De sleutelbegrippen in het SCP-rapport, modernisering, emancipatie, individualisering en secularisatie, zijn al tientallen jaren gemeengoed in de sociale wetenschappen. En de vaststelling dat Nederland “in sociale en culturele zin in twee decennia in de Europese voorhoede is terechtgekomen” is intrigerend. Worden hiermee de bezuinigingen op de cultuur bedoeld, of het gedoogbeleid dat op zoveel terreinen is opgerukt, het gevoel van onveiligheid of de lage arbeidsparticipatie die ook dit rapport weer constateert?

Het SCP-rapport bevat ook interessant materiaal, dat kan nauwelijks anders in zo'n lijvig rapport. Zoals de tabel waaruit blijkt dat sinds het begin van de eeuw het percentage van de bevolking dat werkt voor zijn of haar inkomen, nagenoeg constant is gebleven in een nauwe band tussen vijfendertig en veertig procent. De grote verandering in de tijd is dat in 1930 zestig procent van de bevolking helemaal geen inkomen had en dat in 1993 een kwart van de bevolking een uitkering ontvangt.

Deze terugblik wijst op de enorme, nog steeds voortschrijdende collectivisering van de inkomensoverdrachten. Dat staat overigens haaks op de toekomstverwachting van voortgaande individualisering die het SCP schetst. Moderne, hoog-geïndustrialiseerde en gebureaucratiseerde samenlevingen zijn per definitie sterk gecollectiviseerd. Daar doet de drang naar individueel gedrag en de verminderde betekenis van het gezin niets aan af.