Klikken

“Mama, gelukkig ben jij niet zo streng als mrs. Holt”, vertrouwde mijn zoontje me toe. “Hoezo?” vroeg ik enigszins verbaasd, omdat ik het idee heb dat ik veel kortaffer ben dan mrs. Holt die ik voortdurend maar met haar kinderen hoor onderhandelen over de meest onbenullige kwesties. Een paar dagen geleden was hij gaan spelen in het huis van een schoolvriendje, wiens kleine zusje ook een vriendinnetje op bezoek had. Bij de lunch, vertelde mijn zoontje, begon Arthur uit balorigheid zijn brood in stukjes te knijpen en op de grond te gooien. Het vierjarige vriendinnetje rende de kamer uit om de moeder te halen. Die zei toen (en ik kan me precies voorstellen in welke bewoordingen dat ging): “We have a rule in this house that we don't tell on each other, OK honey? So, if Arthur wants to throw his sandwich on the floor, that's his problem, OK?”

Dit vond mijn zoontje streng en daar kan ik inkomen, want voor hem is streng equivalent met onaangenaam. En een uiterst onaangename regel is het - dat moet gezegd. In ons huis is het de hele dag een geklik van jewelste: “Mama, papa, de baby klimt op de tafel, Felix slaat mij, Michiel pakt zomaar koekjes, de baby verscheurt kranten, Felix zegt dat ik stom ben, Michiel is in de kamer aan het voetballen,” enzovoort, het gaat maar door. Sommige mededelingen vereisen onmiddellijk ingrijpen, andere lokken slechts een plichtmatig 'dat mag niet, hou d'r mee op!' uit, maar ik ben toch liever zelf degene die beoordeelt of er een calamiteit nadert of dat de kinderen het zelf moeten uitvechten. Hoe kunnen jonge kinderen onderscheid maken tussen een serieuze overtreding die onverwijld gerapporteerd moet worden (mama, hij speelt met lucifers) en een onschuldig vergrijp (mama, hij eet het stuk taart op dat voor papa was bedoeld)? In het ene geval zou de boodschapper een pluim krijgen, in het andere geval op z'n donder vanwege klikken. Dat is te ingewikkeld. Dan kunnen ze maar beter alles zeggen wat hen opvalt.

De anti-klikregel is iets wat door kinderen of andere machtelozen zelf ontwikkeld moet worden. Wanneer ouders (en alle andere machthebbers) decreteren dat er niet geklikt mag worden, krijg je een paradoxale situatie: alleen de toezichthouder zelf mag de naleving van de regels controleren en wie hem daarbij helpt is een vuile collaborateur.

Het meest pijnlijk komt dit tot uiting in het kinderversje 'A, B, C, D, E, F, G/ Meester de jongens nemen knikkers van me mee/ Stoute jongen, je mag niet klikken/ anders krijg je zeven tikken.' Hier hebben we niet eens het geval van een kind dat ziet dat er iets onrechtmatigs gebeurt, maar een kind dat door een overmacht beroofd wordt van zijn bezittingen. Wie weet werd het ook nog wel in elkaar geslagen, toen het zich probeerde te verdedigen. Elke andere burger wie zoiets overkomt, loopt naar de politie, maar deze arme jongen wordt door de autoriteiten bedreigd met nog een pak slaag erbovenop.

De anti-klikregel heeft alleen zin als de machtelozen dit onderling met elkaar afspreken. Niet alle wetten en verboden zijn nu eenmaal in marmer gebeiteld. Machtelozen kunnen het niet eens zijn met bepaalde verordeningen en besluiten om die te ontduiken zonder meteen aangegeven te worden door een mede-machteloze. In de loop van de lagere school ontdekken alle kinderen de voordelen van vrijheid en solidariteit die een anti-klikhouding met zich meebrengt. Maar als het niet-klikken van bovenaf wordt afgedwongen, is het niet meer dan een van de vele in kinderogen bizarre regels, zoals handen wassen voor tafel, dankjewel zeggen en bijtijds naar bed gaan. Bovendien leidt een klikverbod (in wezen zwijgplicht) tot extreem individualisme en uiteindelijk onverschilligheid. Gooit Arthur z'n boterhammetjes op de grond? Dat is dan zijn probleem, en niet van de andere kinderen die daar zitten te eten. Die horen koeltjes hun schouders op te halen.

Maar het is helemaal niet Arthur zijn probleem. Iemand moet straks de rotzooi opruimen en het zal wel weer z'n moeder wezen. Je hebt die klassieke situatie waarin de schoolmeester de hele klas laat nablijven tot iemand de schuldige aanwijst of hij zichzelf. Op de een of andere manier doet zo'n gezin met een klikverbod me daaraan denken. Klikplicht of klikverbod, het blijft terreur.