Justitie beëindigt proef Marokkaans tehuis na geweld

AMSTERDAM, 7 SEPT. Drie medewerkers van de particuliere justitiële inrichting Amal in Amsterdam zijn gisteren gearresteerd op verdenking van zware mishandeling. De veertien Marokkaanse jongens die in Amal verbleven, zijn gisteravond op last van Justitie overgeplaatst naar andere inrichtingen.

Dit voorjaar uitten enkele ex-medewerkers van Amal beschuldigingen over stelselmatige mishandeling van pupillen. Na een onderzoek door de Amsterdamse politie werden drie Marokkaanse groepsleiders gearresteerd. Justitie heeft besloten de kliniek te ontruimen, aldus een woordvoerder van het ministerie.

De vorig jaar geopende 'behandelinrichting' Amal was exclusief terrein voor jonge criminelen met een Marokkaanse achtergrond en Marokkaanse hulpverleners. Gewapend met dezelfde culturele bagage als de jongens zou de hulpverlening succesvoller zijn, zo meende het Sociaal-Agogisch Centrum (SAC) in Amsterdam, dat Amal had opgericht. Per jongen per jaar zou 100.000 gulden subsidie worden verstrekt.

Ex-werknemers verklaarden in mei dat de jongens regelmatig in isolatie werden opgesloten en geslagen door hun begeleiders. “Ik heb erbij gestaan toen een jongen op zijn gezicht werd geslagen door een teamleider”, aldus ex-groepsleider N. Amrani. “Hij wilde de naakte jongen nog met zijn riem slaan. Alleen omdat wij drieën er bij stonden, heeft hij het niet gedaan.” Soortgelijke beschuldigingen werden geuit door enkele pupillen.

Voor directeur A.E.R. Tiel van het SAC is de actie van Justitie “totaal onverwacht” gekomen. Hij wil niet inhoudelijk op de zaak ingaan tot het openbaar ministerie zijn onderzoek heeft afgerond. Tiel heeft steeds volgehouden dat het om beschuldigingen van rancuneuze ex-werknemers ging. Toch werden na hun uitlatingen maatregelen genomen. De Marokkaanse staf werd aangevuld met en deels vervangen door Nederlandse medewerkers.

De Amsterdamse kinderrechter B. de Poorter, lid van de begeleidingscommissie van Amal, is het eens met de maatregel van Justitie. De Poorter ziet de ontruiming niet als een eind van de inrichting, maar als een pas op de plaats, een maatregel om rust te scheppen. Ze vindt dat het experiment zo mogelijk moet worden voortgezet. “Het is op goede gronden begonnen. Het gaat om een groep jongeren waarmee in de reguliere aanpak weinig resultaat werd geboekt.”