Intrap geeft Belgisch voetbal een onvoorspelbaar tintje

EEKLO, 7 SEPT. Vertrouwde zondagse beelden heersen ook aan de poort van het voetbalveld van Eeklo. Massaal uitgerukt verwelkomt de politie in afschrikwekkend tenue de toeschouwers. Niettemin een vreemde gewaarwording, gezien het aantal mensen dat zich naar het kleinste stadionnetje van de Belgische tweede klasse spoedt.

Hier staat iets te gebeuren. Maar wat? Niets bijzonders, zo blijkt. Van de aanhang van de bezoekende club wordt gevreesd dat ze een conflict uitlokt met de aanhang van de thuisclub. In de tweede klasse van België wordt zelfs een wedstrijd tussen de Katholieke Football Club Eeklo en de Sport Kring Lokeren als een risicowedstrijd beschouwd.

De opwinding rond een wedstrijd die door nog geen tweeduizend mensen wordt bezocht, had te maken kunnen hebben met het fenomeen 'de intrap', een door de wereldvoetbalfederatie veronderstelde nieuwe sensatie in het voetbalspel waarmee dit seizoen in de Belgische tweede klasse, in de hoogste Engelse amateurklasse en in de Hongaarse tweede klasse wordt geëxperimenteerd.

De inworp wordt als ouderwets ervaren. In het voetbal, waar het spelen van de bal met elk deel van het lichaam behalve dat tussen schouders en vingernagels is geoorloofd, hoort geen handspel. De inworp is afkomstig van het rugby, waaraan het voetbal is ontleend.

Zo revolutionair is de invoering van de intrap dus niet. Wie de reacties van de trainers in België verneemt, zou kunnen concluderen dat de intrap de charme van het spel niet zo ten goede komt als de spelvernieuwers verwachten. Ze wijzen op het gevaar van minder mooi voetbal en zien een te grote verwantschap met rugby. Ze zien hun spelpatronen, tactische vondsten en defensiesystemen verstoord door opportunistische trappen vanaf de zijlijn.

Het inzicht van trainers reikt niet verder dan eigen belang. Bij wijze van misverstand denken ze dat het voetbalspel voor hen is uitgevonden. Maar beroepsvoetbal is amusement. En in die context kan de intrap een welkome vernieuwing betekenen. Meer spektakel voor het doel.

Tijdens het duel in Eeklo, blijkt dat de intrap op verschillende manieren kan worden toegepast. Op schootsafstand van het doel - zeg maar tot aan de middenlijn - wordt bij voorkeur de bal met een trap in het strafschopgebied geplaatst. Bij een intrap kan een speler niet buitenspel staan. Ook kan niet rechtstreeks worden gescoord. Bovendien mag de doelman de bal niet met de handen raken wanneer een medespeler met een intrap op hem terugspeelt.

Een kort tikje als intrap naar een medespeler, lijkt de snelheid van het spel meer te bevorderen dan een inworp. De bal wordt over de grond gespeeld, hetgeen voor de aangespeelde voetballer rustgevender is dan een hoge of stuitende bal die ter controle tijd vraagt. Maar een kort tikje wordt door de toeschouwers niet gewaardeerd. Het volk wil naar vóóren.

De toeschouwers in Eeklo veren na twee minuten op als een Eekloënaar op tien meter van de hoekvlag een intrap mag nemen. Hij verzendt van de rechterkant van de veld een fraaie inswinger, die met een kopbal bijna doeltreffend wordt afgerond. Vijf minuten later kopieert Lokeren aan de andere kant deze intrap. Veel dreiging, geen doelpunt.

Na twintig minuten neemt de nummer 11 van Eeklo op twintig meter van de cornervlag aan de rechterkant van het veld een intrap. Opnieuw een inswinger. De bal landt achterin het strafschopgebied - zo ver kan een voetballer niet ingooien. De Lokerense verdediging reageert paniekerig en onwennig: de keeper komt ver uit zijn doel en verdedigers staan verkeerd. De kopbal van de nummer 10 van Eeklo is mede daarom doeltreffend.

Specialist bij Lokeren is de Nederlandse linkerspits Marcel Peeper. In de eerste competitiewedstrijd werd uit een intrap van hem gescoord. Peeper mag ook dit keer vanaf de zijlijn zijn traptechniek demonstreren, zowel vanaf de linker- als de rechterkant. Wanneer hij in de slotfase bij de stand 1-0 dicht bij de middenlijn moet intrappen, kan hij de bal naar een medespeler tikken. Maar hij verkiest een lange trap naar het strafschopgebied, weliswaar zonder succes, maar er is gevaar en opwinding. Even later maakt Lokeren gelijk, niet uit een intrap.

Trainer Walter Elegeert van Eeklo zegt: “Een intrap zorgt in tegenstelling tot de inworp onmiddellijk voor doelgevaar, waardoor van de verdediging meer alertheid wordt gevraagd. Maar voetballende ploegen worden benadeeld door de invoering van de intrap. Ik vrees dat het technische voetbal niet wordt aangemoedigd door de maatregel.”

“Tijdwinst levert de intrap niet op”, zegt Philibert De Vlaeminck van Eeklo. “De scheidsrechter wil dat de bal op de juiste plaats èn stil ligt. Van verrassing is op die manier geen sprake meer. Alleen in de buurt van de hoekvlag wordt het anders. Dan heb je telkens met een extra corner te maken. En in de meeste gevallen zijn dan de verdedigers in het voordeel.”

Trainer Luc Vinck van Boom vindt dat de intrap het tempo breekt. “Het is een vertragingsmechnisme. De grote mannen komen naar voren en dat duurt een tijd. Maar bij sommige ploegen heb je verdedigers die ver kunnen ingooien. Daar moet ook op gewacht worden.”

Trainer André van Maldeghem van Moeskroen: “Onze spitsen zijn klein en je kunt niet niet iedere keer weer je grote verdedigers naar voren sturen. Dat vergt tijd, daarom gebeurt zoiets alleen bij een hoekschop.” Trainer Herman Vermeulen van Patro Eisden: “Aanvallender voetbal levert de intrap in geen geval op. Een intrap is immers een hoekschop, zodat iedereen van de tegenpartij zich massaal terugtrekt.”

Eric van Couillie, verdediger van Lokeren, ondervindt dat het voetbal spectaculairder wordt. “Een ploeg die op achterstand staat krijgt een extra wapen in handen. Het aantal scoringskansen neemt toe, want er komen veel meer hoge ballen in mijn richting. Een feit is dat in elke competitieronde al twee of drie doelpunten uit een intrap zijn gescoord.”

Het is een kwestie van gewenning. Geen enkele speler maakt in het duel in Eeklo aanstalten de bal met de hand te pakken om in te gooien. De gretigheid om in te trappen is groot. Het is verleidelijk de bal meteen naar het strafschopgebied te trappen. Voetbal heeft een onvoorspelbaar tintje gekregen. En dat is wat trainers niet zo leuk vinden.