In Turkije is abortus een vorm van bescherming achteraf

ANKARA, 7 SEPT. Al enkele decennia worden in het seculiere Turkije, waarvan de bevolking echter voor 99 procent uit moslims bestaat, vraagstukken als geboortenbeperking en abortus openlijk besproken. In Ankara heerste oorspronkelijk dan ook de gedachte dat met de aanwezigheid van premier Tansu Çiller op de wereldbevolkingsconferentie in Kairo de Turkse aanpak als voorbeeld zou kunnen dienen. Maar drukke werkzaamheden noopten haar, zo liet ze weten, om thuis te blijven. In de Turkse pers wordt gespeculeerd dat al het gekrakeel van internationale moslim-fundamentalisten en het Vaticaan rondom de conferentie, zowel als de vrees om de conservatieve krachten in Turkije zelf tegen zich in het harnas te jagen, met haar besluit te maken hebben. Toch heeft in de afgelopen dagen maar één pro-islamitische krant het idee verkondigd dat de VN-bijeenkomst een “zionistisch-imperialistische samenzwering is om de moslims te verhinderen hun aantal te vergroten”.

In 1965 werd radicaal gebroken met het sinds de oprichting van de republiek in 1923 gevoerde beleid om de Turkse bevolking - gezien de grote verliezen in opeenvolgende oorlogen - snel te laten groeien. De noodzaak van bevolkingsplanning werd wettelijk vastgelegd, in 1967 gevolgd door een aparte wet die vrouwen de mogelijkheid bood van abortus om sociale redenen. In 1983 zijn deze twee wetten samengevoegd en aangepast.

Eén van de grootste familie-holdings in Turkije, Koc, werd eerder dit jaar door de Verenigde Naties onderscheiden voor het werk dat de speciaal hiervoor opgerichte Koc-associatie doet op het gebied van geboortenplanning. Het doel van de VN was om te onderstrepen dat religie en een liberale kijk wat betreft geboortenplanning best hand in hand kunnen gaan. In het verleden zijn de voorgangers in de Turkse moskeeën in de dorpen zelfs betrokken bij de voorlichtingscampagnes; zij besteedden er in hun wekelijkse vrijdagpreek aandacht aan.

Turkije heeft een jonge bevolking: in de stedelijke gebieden is eenderde beneden de 15 jaar, op het platteland is dat zelf tweevijfde. Een kleine 63 procent van de risicogroep gebruikt inmiddels één of andere vorm van anticonceptie. Maar slechts 34,5 procent benut moderne, dus betrouwbare methoden als het spiraaltje (het meest populair) en de pil; de rest houdt het bij traditionele methoden als coïtus interruptus en onthouding.

Volgens Enis Balkan van de Koc-associatie is de gebrekkige gezondheidszorg er de oorzaak van dat vooral op het platteland vrouwen nog steeds een veel groter aantal kinderen ter wereld brengen dan ze wensen. De kinderwens ligt gemiddeld in Turkije op 2,5, maar de realiteit is dat per gezin nog steeds 4,1 kinderen worden geboren. Een overzicht uit het bevolkingsonderzoek dat de Hacettepe-universiteit in Ankara vorig jaar verrichtte, laat zien dat naarmate het opleidingsniveau van vrouwen verbetert, het aantal kinderen sterk daalt: analfabete vrouwen krijgen gemiddeld 5,6 kinderen, universitair opgeleide vrouwen 1,3.

Het relatief beperkte gebruik van betrouwbare voorbehoedmiddelen maakt dat nogal wat vrouwen in Turkije hun toevlucht nemen tot abortus. Hoewel betrouwbare statistieken ontbreken over het daadwerkelijke aantal zwangerschapsafbrekingen is, zo blijkt uit onderzoeken, abortus een wijdverbreide vorm van 'bescherming achteraf'. “Een tante van mij”, zo vertelde een vrouwelijke kennis onlangs, “heeft inmiddels 15 abortussen ondergaan. Ze gaat tekens naar een andere dokter, om lastige vragen te ontwijken.”

Het aandeel van de Turkse man in de inspanningen de bevolkingsgroei af te remmen is beperkt: slechts 6,6 procent van de paren die een betrouwbaar voorbehoedmiddel gebruiken, beschermt zich door middel van een condoom, terwijl de onderzoekers van de Hacettepe-universiteit geen enkele man op het spoor kwamen die zich had laten steriliseren.