Concurrentiepositie VS beter dan Japan

ROTTERDAM, 7 sept. De Verenigde Staten hebben Japan verdrongen van de koppositie van de internationale ranglijst van meest concurrerende landen. Ook Singapore is Japan op de ranglijst voorbij gestreefd naar een tweede positie. Japan, dat sinds 1985 bovenaan de ranglijst stond, is afgezakt naar de derde plek. Dit blijkt uit een gezamenlijke publikatie van het International Institute for Management Development (IMD) in Lausanne en het World Economic Forum in Geneve.

Nederland neemt een volgens de opstellers van het rapport 'indrukwekkend stabiele' achtste plaats in, en handhaaft daarmee de positie op de ranglijst. Het vanmorgen gepubliceerde rapport noemt als sterke punten van Nederland onder meer de nadruk op buitenlandse handel en internationale samenwerking, de talenkennis en de culturele openheid. Ook de beschikbaarheid van kapitaal en de zelfstandigheid van financiële instituten hebben aan de hoge notering bijgedragen. Het IMD wijst echter ook op de zware schuldenlast van de staat, de uitgebreide regelgeving en het monetaire en begrotingsbeleid, dat een zware last voor het bedrijfsleven betekent. Ook het dure sociale stelsel stipt het instituut aan als een van de zwakke kanten van Nederland. Het IMD hoopt evenwel dat door de huidige privatiseringen de uitgaven van de overheid zullen afnemen. Opvallend is dat het vertrouwen van Nederlanders in de overheid sterk daalde. Van de 41 onderzochte landen neemt Nederland wat dit punt betreft een vijfentwintigste plaats in.

De Verenigde Staten hebben, naast de voordelen van het economisch herstel, hun eerste plaats met name te danken aan de terugval van Japan. De VS komen na de recessie sterk terug, terwijl de economie van Japan zich maar moeilijk weet te herstellen en bovendien wordt geplaagd door binnenlandse politieke strubbelingen.

Na de VS, Singapore en Japan wordt Nederland op de concurrentieranglijst voorafgegaan door achtereenvolgens Hongkong, Duitsland, Zwitserland en Denemarken. Van de andere Westeuropese landen neemt Frankrijk een dertiende plaats in en het Verenigd Koninkrijk een veertiende. Zeer laag scoorden Italië met positie 32 en Griekenland met 37.

De ranglijst wordt opgesteld aan de hand van zowel statistische gegevens als een onderzoek onder 16.500 topmensen uit het bedrijfsleven. De ondernemers geven een oordeel over de concurrentiekracht van een land aan de hand van uiteenlopende factoren als het overheidsbeleid, de infrastructuur en de kwaliteit van de werknemers. De gehanteerde definitie van internationale concurrentiekracht is “het vermogen van een land om in verhouding meer rijkdom voort te brengen dan zijn concurrenten op de wereldmarkt”.

Rijzende sterren zijn volgens het rapport Maleisië (17), Chili (22), Mexico (26), Argentinië (27) en Colombia (30).

Loonkosten zijn een belangrijke factor in het bepalen van internationale concurrentievermogen. In de toekomst wordt de kracht met name bepaald door de snelheid waarmee een technologische infrastructuur van de grond komt.