Voetbal en literatuur

Hard gras, 1ste jrg.nr.1. Veen, 128 blz. ƒ 14,90

'Een literair getint voetbalblad' - uitgeverij Veen lanceert Hard gras, een kwartaalblad waarin schrijvers ervoor uit durven komen dat ze van de volkssport houden. Sport en sportjournalistiek staan in Nederland in lager aanzien dan in Angelsaksische en andere landen, waarschijnlijk vanuit het calvinistische besef dat wat leuk is niet goed kan zijn. De samenstellers van Hard gras, Matthijs van Nieuwkerk en Henk Spaan, geloven echter dat 'in het iets minder snobistische Nederland' de emancipatie van de voetbalsport zich in stilte al voltrokken heeft. Hard gras zal het nog even moeten bewijzen.

Nick Hornby, de Engelse schrijver-sportjournalist die de aanzet gaf tot Hard gras mag het eerste nummer openen. “Wij willen ook iemand als Dennis Bergkamp, of Rijkaard, of Gullit, of Van Basten of Koeman. Voor wie op een kaart kijkt is het volkomen duidelijk dat Nederland een paar miljard jaar geleden aan het oosten van Engeland heeft vastgezeten (Waarschijnlijk was het toen voor het laatst dat we een fatsoenlijk nationaal elftal konden opstellen).”

Ronald Giphart doet in 36 bladzijden, ruim een kwart van het blad, verslag van de WK in Amerika vanuit het Oranjelegioen. Vanuit is te veel gezegd; Giphart poseert nadrukkelijk als het intellectuele lulletje dat erboven staat. “Aan de rand van het zwembad voor mijn kamer, met een lekkere koele Bacardi die cirkelt in mijn glas, de weldadige zon op mijn huid, een paar mooie jonge vrouwen op bespied-afstand en een goed boek plus een zak Amerikaanse zoutjes binnen handbereik, baal ik enorm. Echt waar, ik baal zo erg dat ik nog almaar geen èchte supporters heb ontmoet.” Hierbij kun je je alleen nog maar droevig afvragen hoe iemand als schrijver-voetballer Chris Keulemans deze uitgelezen kans benut zou hebben. Keulemans ontbreekt echter in Hard gras, net als Jan Mulder, maar August Willemsen is er bij. Hij concentreerde zich op de Brazilianen - O kanaries, kanaries! Ik wil niet zeggen dat het huilen me nader stond dan het lachen, maar ik vond Brazilië nu wel erg op Italië gaan lijken, en dat is de ergste vergelijking die ik bedenken kan.”

Heel fraai is het stuk van Herman Koch, die voetbal beschrijft als een stiekeme verslaving waar je vooral vroeger niet voor uit durfde te komen. Ook mooi is de zoektocht van Jos de Putter naar jong talent in de sloppen van Rio de Janeiro; en Henk Pröppers bijdrage over Nederland-Duitsland - “De Duitser, zeggen de Nederlanders, is niet tot satire in staat. Hij is zwaar, zwaarwichtig, zwaarmoedig, ontwerper van de zwaarste tank, de grootste zware industrie, van zwaar eten, zware filosofie, zwaar water. De Nederlander houdt van lichte dingen, van lichtvoetigheid, lichthartigheid, lichtmissen, lichtzinnigheid, van de snelheid van het licht, van Philips.”

Vrouwen staan in Hard gras natuurlijk langs de zijlijn. Het zijn voorwerpen van begeerte, dan wel irritante afleidsters van het wezenlijk belangrijker edele spel.