Verslaving drijft prostituées de auto in; De verslaafdenprostitutie op de De Ruyterkade vormt de laagste tree van de seksindustrie

Moet Amsterdam een officiële tippel-gedoogzone zoeken of blijft straatprostitutie in de schemerzone? De gedwongen verhuizing van het opvanghuis voor de verslaafde prostituées aan de De Ruyterkade biedt de stad alle gelegenheid een principiële keuze te maken.

AMSTERDAM, 6 SEPT. '7/8/94. Mercedes. Neemt meisje mee naar een plek. Daar springen twee mannen uit de kofferbak en die mishandelen en verkrachten je.'

'8/8/94. Mitsubishi. Knijpt je keel dicht, dreigt met een mes. Je moet pijpen onder dwang. Neemt na afloop je geld af.'

'2/9/94. Volkswagen. Betaalt en is aardig. Aangekomen op afwerkplek, rukt hij alle kleren van je lijf en begint te slaan. Wilde op de terugweg ook geld terug.'

Het zijn niet de vriendelijkste klanten die terechtkomen op de muur in het Mirjamhuis in Amsterdam. Via deze kaartjes (altijd met het kenteken erbij en een omschrijving van 's mans uiterlijk) waarschuwen de straatprostituées van de De Ruyterkade elkaar voor onbetrouwbare hoerenlopers. Het is geen paranoïde ritueel. Vorig jaar zijn drie vrouwen van de kade door klanten vermoord. Dit jaar nog één.

Zo breed als hij is, 's nachts is de De Ruyterkade een dode steeg. De achterkant van het Centraal Station is op slot, het IJ is een zwart gat. Hier moet over enkele jaren de glorieuze IJ-boulevard liggen. In de luwte van de rijwielstalling voeren twee junks hun opgewonden-ruzie sketch op, een ander zet zijn tang op een fietsslot.

De kade, drie uur 's nachts. Er staan tien, vijftien vrouwen mager te wezen. Met make up zijn de ergste uitputtingsverschijnselen weggewerkt. Auto's rijden ellipsen van café 't Ancker tot Aspen Shipping Trade. Elke keer dat die zwarte Mercedes langsrijdt, draaien de vrouwen zich om en houden zich vrolijk. Na drie rondjes pikt de Mercedes het meisje in de groene rok op. Geen onderhandelingsritueel zoals op de Wallen, waar een klant soms minutenlang met een prostituée overlegt wat hij verlangt en voor hoe weinig geld. Binnen enkele seconden zit het meisje in de auto en rijdt de man weg.

Aan de overkant van de kade wordt juist een vrouw uit een fourwheeldrive gezet. Met een vriendin glipt ze even later een laag, geblindeerd gebouwtje in. Dit is het Mirjamhuis. Binnen kunnen ze brood krijgen, thee en vooral rust.

Dat duurt geen twee maanden meer. Eind oktober moet het Mirjamhuis sluiten. De NS willen de sporen bij het Centraal Station uitbreiden en de huizen aan de De Ruyterkade gaan tegen de vlakte. De verhuizing is al twee jaar geleden aangekondigd, maar het dit jaar gekozen gemeentebestuur is pas begonnen over de consequenties na te denken.

Amsterdam is de enige van de vier grote steden die geen tippel-gedoogzone kent - met afwerkplekken, zoals de plaats van handeling wordt genoemd. De aarzeling van het gemeentebestuur komt vooral door het onvermijdelijke gevolg dat met het tippelen ook harddrugsgebruik wordt toegelaten. Tot 1985 concentreerde de straatprostitutie zich rond de Reguliersgracht. Daar stond sinds 1982 ook het eerste Mirjamhuis, opgericht door drie nonnen. Toen de tippelzone werd verplaatst en de gemeente ook werkelijk even de De Ruyterkade tot gedoogzone verklaarde, ging het opvanghuis mee. Het gedogen heeft tot 1987 geduurd, de prostituées zijn niet meer weggegaan. Het Mirjamhuis vangt er zo'n 60 à 70 per nacht op en geeft ze vier gratis boterhammen, koffie en thee en voor eventjes een slaapplaats.

Dat de De Ruyterkade geen gedoogzone is, zegt coördinator Hilde Blonk van het opvanghuis, leidt tot de ellende die terug te lezen is op de kaartjes aan de muur. De vrouwen worden opgejaagd door hun verslaving. Als ze voor 200 gulden per dag gebruiken, moeten ze een flink aantal keren in de nacht met een klant mee, volgens Blonk. En elke nacht jaagt de politie ze op. Soms stuurt die hen alleen weg, soms pakt die hen voor een paar uur op, wat de rest van de tijd alleen maar nijpender maakt.

Voor de deur ligt de rand van de maatschappij. De verslaafdenprostitutie op de kade is de laagste tree van de seksindustrie in Amsterdam. Naar schatting van de GG en GD is dertig procent van de vrouwen hier HIV-positief. Blonk schat dat percentage nog hoger. Toch komen mannen juist hier voor seks zonder condoom. En ze kunnen het eisen ook. Voor deze prostituées valt niets te weigeren.

Een gedoogzone met afwerkplekken zou volgens Blonk aan die situatie een eind maken. “Ze krijgen nu de tijd niet om goed uit hun ogen te kijken voor ze bij een man in de auto stappen. Als ze erin zitten, zien ze pas of er nog iemand op de achterbank ligt, maar dan zijn alle deuren al op slot.” In 1993 deden 40 vrouwen aangifte van verkrachting. Als er niet zo'n groot wantrouwen jegens de politie bestond zou dat aantal veel hoger zijn. Blonk heeft hetzelfde jaar van zo'n 300 verkrachtingen en mishandelingen gehoord. “En toch neemt de politie elke aangifte zeer serieus.”

Waar het Mirjamhuis terechtkomt, is nog onduidelijk. De De Ruyterkade zal voorlopig toch de tippelzone van Amsterdam blijven. Liever dan een principiële keuze te maken, zoekt de gemeente nu naar een tijdelijke plaats voor het Mirjamhuis, zonder gedoogzone, zonder afwerkplekken. Waar, dat wil ze niet zeggen. Want welke buurt zit te wachten op verslaafde prostituées? Het Mirjamhuis aan de De Ruyterkade is niet voor niets geblindeerd.