Sociaal Cultureel Rapport '94: MEDIA EN VRIJE TIJD; Meer geld voor 'sociaal genivelleerde' auto

Het moderne leefpatroon wordt gekenmerkt door rusteloosheid. Aan meer activiteiten wordt minder frequent deelgenomen. Vrije tijd kent steeds meer 'passanten' en minder 'trouwe klanten'.

- Sinds de jaren vijftig is het aantal uren dat thuis en dat buitenshuis wordt doorgebracht ongeveer gelijk gebleven (2:1) . De uren thuis worden echter minder gevuld met lezen en meer met televisie kijken en muziek luisteren.

- Generaties die met audiovisuele media zijn opgegroeid, zoeken hun ontspanning in visuele of op zintuigelijke genoegens gerichte ervaringen. Hun vrijetijdsgedrag is vluchtiger en extraverter dan van eerdere generaties.

- Sinds 1978 is het percentage van het inkomen dat huishoudens aan ontspanning uitgeven nagenoeg constant gebleven. Omdat huishoudens gemiddeld kleiner zijn geworden, wordt per individu meer aan ontspanning uitgegeven.

- Binnen de vrijetijdsuitgaven zijn vooral audio, video, tuin en bloemen gestegen. De uitgaven voor vakanties zijn gedaald. Van de vakantie-overnachtingen brengen Nederlanders 38 procent in een tent of caravan door. In 1985 ging nog 58 procent van de laagste sociaal-economische categorie op vakantie, in 1992 nog maar 48 procent.

- Nederlanders lezen steeds minder kranten. Een kwart van alle huishoudens heeft geen krant. Hoger opgeleiden en veertig-plussers vormen een uitzondering op deze tendens.

- Vrouwen besteden 74 procent meer tijd aan het lezen van boeken dan mannen. In 1975 was dit nog maar 36 procent. Bijna de helft van alle gezinnen kocht het afgelopen jaar geen enkel boek.

- Bijna driekwart van de huishoudens in Nederland beschikt over een of meerdere auto's. De auto lijkt zich te ontwikkelen van een gebruiksgoed voor het gezin naar een gebruiksgoed voor het individu. Een belangrijk deel van de groei van het autogebruik kan worden toegeschreven aan het toenemend aantal Nederlanders dat dagelijks meerdere taken combineert.

- Tussen 1975 en 1990 heeft zich een grote 'sociale nivellering' voorgedaan in het autogebruik. Alle geledingen van de bevolking zijn zich meer met de auto gaan verplaatsen, maar de toename was verhoudinsggewijs het grootst onder huisvrouwen, werklozen, arbeidsongeschikten en gepensioneerden. Meer vrouwen zijn auto gaan rijden. In 1992 hadden evenveel vrouwen als mannen een rijbewijs.