Sociaal Cultureel Rapport '94 : Bakens van de samenlevings-boekhouder verliezen betekenis

ROTTERDAM, 6 SEPT. Het aantreden van een paars kabinet vormt in zekere zin de bezegeling van de modernisering van Nederland. Ontzuiling en secularisering hebben de positie van de christen-democraten zover aangetast dat ze geen onvermijdelijke deelnemers aan de regering meer zijn. Velen, vooral aanhangers van paars, zien dit kabinet dan ook vooral als een kans om de modernisering die zich in de leefwereld van de bevolking al heeft voltrokken, institutioneel te verankeren. Afschaffing van het kostwinnersbeginsel en de winkelsluitingswet prijken bij hen hoog op het verlanglijstje.

Het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) had dan ook geen beter tijdstip kunnen kiezen voor de presentatie van een rapport over de toekomst van Nederland dan nu, enkele dagen na de paarse regeringsverklaring. 'De toekomst' vormt dit keer de rode draad van het eens in de twee jaar verschijnende Sociaal en Cultureel Rapport. Zoals gebruikelijk biedt het rapport geen nieuw onderzoek, maar een samenvatting van en een samenhangend perspectief voor honderden rapporten die de afgelopen jaren zijn verschenen. Waar gaat het heen met Nederland, is het motto, en wat kan de politiek daaraan doen?

Sociale wetenschappers die zich aan voorspellingen wagen, bewegen zich op glad ijs. In het ongekend dikke rapport (644 pagina's) is dan ook veel plaats ingeruimd voor slagen om de arm, scenario's en varianten. De toekomst bestaat niet, benadrukt het SCP enkele malen expliciet. Wel zijn er enkele lange-termijnontwikkelingen die zich naar alle waarschijnlijkheid zullen voortzetten: emancipatie, individualisering en secularisatie. Door demografische en economische scenario's tegen deze achtergrond te bezien valt er wel iets zinnigs te zeggen over de komende decennia, al blijft er natuurlijk veel onzeker. Te meer daar op enkele gebieden - zoals volkshuisvesting, gezondheidszorg en wellicht sociale zekerheid - stelselwijzigingen ophanden zijn.

Het SCP acht individualisering de belangrijkste onomkeerbare sociaal-culturele kracht in de komende periode. Het SCP gebruikt die term in dit rapport in een specifieke betekenis: de geleidelijke overgang van het gezin naar het individu als basiseenheid in de samenleving. Die overgang vindt zowel plaats in de leefwereld van mensen als in het institutionele vlak. Het gezin heeft overigens geenszins afgedaan, zeker niet als ideaal. Slechts een gering deel van de bevolking kiest bewust voor een alternatief levensperspectief in de vorm van alleenstaan, LAT-relatie, éénoudergezin of woongroep. Als tijdelijke oplossing of als een door het lot opgelegde situatie komen zulke leefvormen echter wel steeds meer voor en worden ze ook steeds meer geaccepteerd. Het SCP introduceert naar analogie van de frictie-werklozen de term frictie-alleenstaanden voor mensen die tussen twee relaties tijdelijk alleenstaan.

Individualisering op het institutionele vlak wil zeggen dat het overheidsbeleid zich steeds meer zal richten op het individu en minder op het huishouden. Dat brengt problemen met zich mee, met name in de sociale zekerheid. Het gezin, of de kostwinner als hoofd van het gezin, was hier altijd de vanzelfsprekende partij voor de overheid om zaken mee te doen. Zelfs bij mensen die in gezinsverband leven, tast de overheid in het duister over de precieze economische relatie tussen de partners. Met gezinsvervangende constructies als huishouden, economische eenheid en woningdeler probeert de overheid de principes van het op gezinnen gebaseerde stelsel overeind te houden, maar het raakt in toenemende mate ten prooi aan fricties en inconsistenties, schrijven de onderzoekers. Toch verwachten ze niet dat er in de naaste toekomst een volstrekt geïndividualiseerd stelsel zal ontstaan. Een nieuw compromis tussen betaalbaarheid en rechtvaardigheid is nog niet in zicht. Het bestaande stelsel zal zo lang worden gehandhaafd als het betaalbaar blijft, schatten ze.

Niet alleen het gezin vervaagt, ook de jeugd. In toenemende mate zullen jongeren na het afsluiten van hun opleiding niet direct een vaste baan op hun niveau verkrijgen, concluderen de onderzoekers uit een aantal ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. Starters zullen zich vaker met deeltijdbanen en tijdelijke contracten tevreden moeten stellen. Het verschil met de bestaanswijze als scholier of student is dan minder abrupt dan wanneer deze jongeren direct een volle baan krijgen. Het SCP verwacht dat door deze 'gefaseerde start' de jeugdperiode in mentaal opzicht zal worden verlengd en zal opschuiven in de richting van het dertigste levensjaar.

Binnen de categorie twintigers zullen de verschillen echter groot zijn: de een is volledig gesetteld met vaste baan, vaste partner, eigen huis en kinderen; de ander studeert nog of heeft een tijdelijke baan met een onzeker perspectief, en heeft ook in zijn relatie en in zijn woonsituatie nog geen bestendigheid bereikt. Deze verschillen zijn voorbeelden van wat wel 'de individualisering van de levensloop' wordt genoemd: waar vroeger bij elke leeftijd een bepaald soort bestaan hoorde, verdwijnt die standaard in toenemende mate. Wat de een op zijn twintigste doet, doet de ander op zijn veertigste.

Naast de drie genoemde aspecten van modernisering - emancipatie, individualisering en secularisatie - doet zich nog een belangrijke ontwikkeling voor die naar alle waarschijnlijkheid de komende jaren zal doorzetten: internationalisering, en daarmee gepaard gaande migratie. Deze zal ertoe leiden dat Nederland steeds meer inwoners van allochtone herkomst krijgt. Vijftien procent in 2010 noemen de onderzoekers “niet te gewaagd”. In de vier grote steden zou het percentage allochtonen dan oplopen tot ten minste 45.

Deze cijfers suggereren een hoge mate van exactheid, die echter in toenemende mate een schijnprecisie blijkt te zijn. Het probleem schuilt in de definitie van allochtoon. Nu wordt iemand als allochtoon beschouwd indien hij zelf of een van zijn ouders in het buitenland is geboren, of wanneer hij een buitenlandse nationaliteit heeft. In het overheidsbeleid wringt dat nu al. Zo valt in de dit jaar van kracht geworden Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen de op Curaçao geboren dochter van een daar gestationeerde Nederlandse directeur in dezelfde categorie als de Marokkaanse jongen die op zijn vijftiende in het kader van gezinshereniging uit het Riffgebergte naar Nederland kwam.

Voor beleidsmakers én onderzoekers is dit een paradoxale ontwikkeling: hoewel ze steeds meer statistieken tot hun beschikking krijgen - en steeds gedetailleerdere - zeggen die steeds minder over de achterliggende werkelijkheid. De bakens van de samenlevingsboekhouder - geslacht, leeftijd, burgerlijke staat, afkomst - zeggen steeds minder over wat de desbetreffende persoon doet en denkt. Dat maakt het voor de politiek des te lastiger: men moet het niet alleen doen zonder gidslanden, maar ook zonder betrouwbare sociale kaart van de samenleving. Het SCP concludeert dan ook dat er in al deze onzekerheid behoefte is aan bestuurlijke creativiteit, bestuurlijk zelfbewustzijn en enig herstel in het vertrouwen in de maakbaarheid van de samenleving.