SCP: gezin wordt niet bedreigd door individualisering

ROTTERDAM, 6 SEPT. Nederland heeft zijn achterstand in sociaal en cultureel opzicht ten opzichte van andere Europese landen de afgelopen decennia zo snel ingelopen dat het nu tot de voorhoede is gaan behoren. Dat brengt onzekerheid met zich mee: het land moet een nieuw evenwicht zoeken, terwijl pasklare oplossingen niet voorhanden zijn.

Dit vormt de rode draad in het Sociaal en Cultureel Rapport 1994, dat vandaag is verschenen. Dit tweejaarlijkse overzicht van het Sociaal en Cultureel Planbureau bevat geen nieuw onderzoek, maar vat honderden rapporten die de afgelopen jaren zijn verschenen samen en plaatst ze in een samenhangend perspectief. Speciale aandacht wordt dit keer besteed aan het thema 'de toekomst'.

Volgens prof. drs. A. van der Staay van het Sociaal en Cultureel Planbureau moet de overheid haar eigen rol daarin niet te zeer relativeren. De overheid onderschat de maakbaarheid van de samenleving, nadat ze die in de jaren zeventig nog overschatte, aldus Van der Staay vandaag bij de presentatie van het rapport.

Individualisering is volgens het SCP in de nabije toekomst de belangrijkste onomkeerbare sociaal-culturele kracht. Het gezin behoudt echter een belangrijke plaats, al krijgt de overheid het steeds moeilijker het als uitgangspunt bij beleid te hanteren.

Het SCP verwacht niet dat de werkloosheid in de nabije toekomst substantieel zal verminderen. Ook al komen er vele nieuwe banen bij, er zijn ook steeds meer mensen die willen werken. Internationaal bezien heeft Nederland nog altijd een uitzonderlijk lage arbeidsmarktparticipatie. In de meest optimistische variant die in het rapport wordt gepresenteerd hebben in 2010 8,2 miljoen mensen werk in Nederland, tegen 5,6 miljoen nu.

Het SCP verwacht dat de immigratie zal aanhouden, al is de omvang daarvan niet echt te voorspellen. Het SCP acht het echter 'niet te gewaagd' om ervan uit te gaan dat Nederland in 2010 15 procent inwoners van allochtone herkomst zal tellen.

Sinds 1991 is de publieke opinie over de herinvoering van de doodstraf omgeslagen: in dat jaar was 36 procent van de Nederlanders voortstander daarvan, vorig jaar was 43 procent het eens met de stelling dat sommige delicten met de dood bestraft moeten worden. Een probleem bij dit soort cijfers is dat ze een mate van exactheid suggereren die in toemende mate schijn is. Basisgegevens als afkomst, geslacht, leeftijd en burgerlijke staat zeggen steeds minder over wat iemand in werkelijkheid doet en denkt.