Russisch leger bij Tsjetsjenië paraat

MOSKOU, 6 SEPT. Rusland heeft zijn troepen in de noordelijke Kaukasus in de hoogste staat van paraatheid gebracht in verband met de hoog opgelaaide strijd in Tsjetsjenië.

De Russische minister van defensie, generaal Pavel Gratsjov, die dit gisteren in Moskou bekendmaakte, zei dat het leger “de meest serieuze maatregelen” neemt, met het oog op de verslechtering van de toestand in Tsjetsjenië. Hoeveel troepen Rusland heeft in de autonome republieken die in het westen, noorden en oosten aan Tsjetsjenië grenzen, is niet duidelijk. Ook de Russische luchtmacht in de noordelijke Kaukasus is in maximale staat van paraatheid gebracht; de piloten hebben opdracht gekregen vooral te letten op troepenverplaatsingen vanuit Tsjetsjenië naar gebieden buiten dat land.

De Russen zijn naar eigen zeggen niet betrokken bij de strijd in Tsjetsjenië. President Doedajev heeft Rusland beschuldigd zich wel met de strijd te bemoeien door de oppositie met wapens en geld te steunen. De Russische regering drong eerder deze week in een verklaring onomwonden aan op het aftreden van Doedajev.

Volgens een melding van het Russische ministerie van defensie hebben de Tsjetsjenen een gearresteerde officier van de Russische contra-spionagedienst FSK (de vroegere KGB) vrijgelaten. In de Tsjetsjeense hoofdstad Gronzy is dat tegengesproken: de man zou nog steeds gevangen zitten.

De strijd tussen de troepen van de Tsjetsjeense president Dzjochar Doedajev, de man die zijn land in 1991 eenzijdig van Rusland afscheidde, en de diverse milities van zijn tegenstanders zijn vanaf midden vorige week ernstig geëscaleerd. In de nacht van zondag op maandag sneuvelden tientallen militairen bij een aanval van Doedajevs troepen op de stad Argoen, een bolwerk van de oppositie. Argoen, gelegen op vijftien kilometer van Grozny, werd door het regeringsleger ingenomen. De stad werd verdedigd door Roeslan Labazanov, de leider van een van de oppositionele milities. Volgens de minister van binnenlandse zaken van Tsjetsjenië sneuvelden veertig van zijn militieleden en werden er zeventig gevangen genomen. (Reuter, AFP)