Politie speelde gegevens door aan beveiligingsbedrijf

DEN HAAG, 6 SEPT. Acht politiefunctionarissen, een lid van de Koninklijke Marechaussee, twee sociale rechercheurs en een GAK-medewerker hebben vertrouwelijke gegevens doorgespeeld aan een particulier beveiligingsbedrijf. Dat blijkt uit een brief die minister Dijkstal (binnenlandse zaken) heeft gestuurd aan de Tweede Kamer. Dijkstal noemt de zaak “zeer ernstig”.

Ook de commerciële activiteiten van een stichting waarvan onder meer de hoofcommissarissen Nordholt, Hessing en Brand deel uitmaakten, konden volgens Dijkstal niet door de beugel.

De rijksrecherche stelde een uitgebreid onderzoek in nadat deze krant eind vorig jaar berichtte over commerciële activiteiten van (oud-)politiemensen in onder meer Amsterdam en Utrecht. Uit het onderzoek blijkt nu dat acht politiemensen betrokken zijn geweest bij het doorspelen - tegen betaling - van vertrouwelijke informatie uit politieregisters aan het bedrijf Kuras in Nieuwegein.

Minister Dijkstal heeft de beheerders van de vier betrokken politiekorpsen gevraagd disciplinaire maatregelen te nemen tegen de acht functionarissen. Het betreft medewerkers van de regiokorpsen van Groningen, Utrecht, Gelderland-Midden en Noord-Brabant-Noord. De medewerker van de marechaussee, die was gedetacheerd bij de Amsterdamse politie, is door de Rijksrecherche aangehouden op verdenking van schending van het ambtsgeheim en/of omkoping. Tegen de ambtenaren is proces-verbaal opgemaakt wegens schending van de geheimhoudingsplicht.

Het beveiligingsbedrijf en recherchebureau Kuras werd opgericht en geleid door voormalige politieambtenaren van de gemeentepolitie Utrecht en bestond uit drie bedrijven die zich bezighielden met (persoons-)beveiliging en recherche-advisering. Tussen 1989 en 1993 verkregen zij via hun contacten bij de vier korpsen gegevens uit verschillende politieregisters.

De bewindsman meent dat de korpschefs van de grote steden bij een andere constructie, de Stichting Transpol Management Consultants voor het Koninkrijk der Nederlanden, buiten hun boekje zijn gegaan. Transpol werd in 1991 opgericht door de korpschefs E.E. Nordholt, R.H. Hessing (Rotterdam), J.L. Brand (Den Haag), en J. Wilzing, hoofd van de Centrale Recherche Informatiedienst (CRI). De stichting Transpol organiseerde onder meer stages, studiereizen, cursussen en congressen. Drie cursussen werden op commerciële basis georganiseerd bij de Postbank.

Volgens hoofdcommissaris Nordholt waren de cursussen bedoeld om burgers “weerbaarder” te maken en was winst maken geen uitgangspunt. Aan de cursus misdaadanalyse hield Transpol wel ruim 27.000 gulden over. Minister Dijkstal is van mening dat Transpol “haar nut in de praktijk heeft bewezen”, waar het gaat om activiteiten die waren gericht op de politie. Transpol mag van Dijkstal echter “geen commerciële activiteiten” verrichten voor het bedrijfsleven. In juni heeft Nordholt laten weten dat Transpol alle commerciële activiteiten inmiddels heeft gestaakt.

De rijksrecherche deed tegelijkertijd onderzoek naar de relaties die het Risico Advies Centrum Politie Amsterdam (RACPA) onderhield met Kuras. RACPA, een onderneming die werd bestuurd door vier leden van de Amsterdamse korpsleiding, had met een groot aantal beveiligingsbedrijven overeenkomsten gesloten waarin werd geregeld dat RACPA haar klanten naar de ondernemingen zou doorverwijzen. RACPA werd daarvoor betaald. Twee keer deed RACPA zaken met Kuras.