Palestijnen voelen zich opgesloten in Jericho

JERICHO, 6 SEPT. “Ik heb drie [Palestijnse] collaborateurs in Kalkilya [op de Westelijke Jordaanoever] gedood. Eén op straat, één in zijn huis en een ander na een verhoor”, zegt de 23-jarige Feisal Shrim zonder een spier op zijn gezicht te vertrekken. “Of ik er wel eens een nachtmerrie over heb? Nooit. Ik deed het omdat het de regels van de intifadah waren. Het was geen persoonlijke aangelegenheid, wraak of zoiets. Nee, we vochten voor onze vrijheid, niet alleen tegen het Israelische leger maar ook tegen de verraders onder ons. Omdat we wisten dat ze vaak onder zware druk van de Israelische Shin-Bet stonden werden ze eerst gewaarschuwd. Als die waarschuwingen geen effect hadden, werden ze gedood. Soms als het lukte na ontvoering en berechting - en soms niet.”

Met een groepje vorige maand door Israel vrijgelaten leden van de Zwarte Panters, de strijdgroep van Yasser Arafats guerrillabeweging Al-Fatah, zit hij doelloos in de schaduw van een boom op het speelplein van een school in het vrijwel verlaten vluchtelingenkamp Akabat Jzaber in het autonome district Jericho. “We willen naar huis”, komt Eyad Zakarni (27) uit het dorp Kabatyah tussenbeide. Met gepolijste intifadah-taal in perfect Engels - “dat heb ik mezelf in de Israelische gevangenis geleerd” - vertelt hij betrokken te zijn geweest bij de eerste intifadah-terechtstelling van een collaborateur. “Dat was op 25 februari 1988. We hebben de gewapende man, na een schietpartij, waarbij aan onze kant 17 gewonden vielen en een meisje van drie jaar werd gedood, uit zijn huis gebrand en zijn lijk als waarschuwing aan de anderen aan een elektriciteitsmast opgehangen.”

Evenals de vier andere Palestijnen die aan het gesprek deelnemen, werd hij aan het begin van de intifadah al door Israelische troepen gearresteerd. Wegens moord op collaborateurs veroordeelde een Israelische militaire rechtbank hen tot levenslang. Ze vertellen met trots over doorstane martelingen tijdens de ondervraging door agenten van de Shin-Bet, de Israelische binnenlandse veiligheidsdienst. Dat alles en de jaren gevangenis hoopten ze te vergeten toen ze deze zomer als uitvloeisel van het Israelische-Palestijnse akkoord werden vrijgelaten. Maar: “We zijn van een kleine gevangenis in een grote terechtgekomen”, zegt Eyad Zakarni. “Israel staat niet toe dat we naar onze dorpen op de Westelijke Jordaanoever terugkeren. Wij begrijpen dat niet. Israel en de PLO hebben toch de 'vrede der moedigen' gesloten? Vrede is toch verzoening? Wij zijn toch geen criminele moordenaars, maar Zwarte Panter strijders die de vrede steunen?”

Zaterdagavond liep de woede over in een demonstratie. Honderd van de 530 vrijgelaten Palestijnen die het autonome district Jericho niet uit mogen blokkeerden de hoofdweg net achter de Israelische 'grenspost' met matrassen en brandende banden. De Palestijnse politie greep snel in om een incident met Israelische troepen te voorkomen. “Dat is onze eerste actie”, zegt Eyad Zakarni. “Als er we hier doelloos blijven opgesloten, moeten we misschien weer Israeliërs aanvallen die naar Jericho komen.”

Eyad Zakarni is er zeker van dat hij veilig naar Kabatyah kan terugkeren en in zijn geboortedorp geen last zal hebben van de familie van de vermoorde collaborateur. “Familieleden van de verraders komen naar Jericho en vragen ons op goede voet met hen te leven als we terugkeren”, zegt hij.

Voor zowel deze door Israel vrijgelaten Palestijnen als voor Salah Hussein, de nieuwe burgemeester van Jericho, zijn de volgens het Israelisch-Palestijnse autonomie-akkoord te houden verkiezingen voor de samenstelling van de Palestijnse bestuursraad op de nog door Israel bezette Westelijke Jordaanoever en in Gaza van cruciaal belang. Het autonomie-akkoord schrijft voor dat de Israelische troepen zich vóór deze verkiezingen uit de steden en dorpen terugtrekken naar zogeheten veiligheidslocaties. “Dan kunnen we naar huis”, zegt Eyad Zakarni. “Wie kan ons dan nog tegenhouden?”.

Het doorgaan van de verkiezingen ziet de vorige week benoemde burgemeester van Jericho als een test voor de Israelische intenties. Veel vertrouwen heeft hij daar niet in. Volgens hem doet Israel van alles om het zelfbestuur van Jericho te torpederen. “De vrijgelaten Palestijnse gevangenen worden in de stad gedumpt om ons in moeilijkheden te brengen. We hebben geen werk en woningen voor ze. Ze worden zenuwachtig, ze beginnen problemen te maken”, zegt hij. “Als het zelfbestuur in Jericho mislukt, hebben de Israeliërs een argument om uitbreiding van het zelfbestuur over de hele Westelijke Jordaanoever uit te stellen en misschien zelfs helemaal niet uit te voeren. Wij beantwoorden die Israelische uitdaging met geduld. We hebben na zo'n lange strijd heel veel geduld. Dat is ons geheime wapen. We zullen slagen, zoals onze vrijheidsstrijd slaagde.”

Het nieuwste 'geheime wapen' in Jericho tegen de “Israelische ondermijning” is de opname van de moslim-fundamentalistische beweging Hamas in een stedelijke coalitie die alle Palestijnse fracties omvat. Samir Ahmed Jibril Jawhar (27) is de eerste Hamas-vertegenwoordiger die op stedelijk niveau bestuursverantwoordelijkheid aanvaardt in de PNA, de Nationale Palestijnse Autoriteit. Tenminste zo lijkt het, totdat hijzelf nadrukkelijk zegt dat dit niet het geval is. “Hamas is tégen het vredesproces. Daar is geen verandering in gekomen. Voor het welzijn van de stad Jericho heeft Hamas echter besloten een zetel in de gemeenteraad in te nemen. Politieke betekenis moet daar niet aan worden gehecht. Van samenwerking met de PNA kan geen sprake zijn, want de vrede tussen Israel en de Palestijnen is niet rechtvaardig.”

Toch, en dat is ogenschijnlijk in strijd met deze opvatting, is Hamas er volgens Jawhar wel voor spoedig mogelijk verkiezingen op de Westelijke Jordaanoever te houden. Dat is een aanwijzing dat het leiderschap van Hamas naar wegen zoekt zich in de nieuwe Palestijnse realiteit in te passen. De zaak ligt zo gevoelig, dat het jonge Hamas-gemeenteraadslid met klem zegt niet over politiek te willen praten.

Burgemeester Saleh Hussein ziet de unieke samenstelling van zijn gemeenteraad als een voorbeeld voor de hele Westelijke Jordaanoever. “Eenheid is noodzakelijk om de Palestijnse revolutie te laten slagen”, zegt hij. “De moeilijkheden waarmee ik in Jericho heb te kampen zijn enorm. We hebben gewoon geen geld om de door Israel verwaarloosde en verwoeste infrastructuur van de stad te herstellen. Drinkwatervoorziening en riolering hebben de hoogste prioriteit. Laten al die Europese landen die de vrede willen laten slagen, het beloofde geld geven zodat we aan de slag kunnen om de basis van de vrede onder het volk te verstevigen.”

Saleh Hussein heeft het burgemeesterschap van Jericho overgenomen van Jamil Khalaf. “Die was door Israel benoemd en had altijd een pistool bij zich”, zegt een ander gemeenteraadslid, Akam Bakr. “Hij was dus niet langer houdbaar.” Of de wisseling van de wacht veel voor de inwoners van Jericho uitmaakt, valt te bezien. “De hoge verwachtingen die we deze zomer van de komst van Yasser Arafat naar Jericho hadden, zijn niet uitgekomen. De situatie wordt dagelijks slechter. Er gebeurt niets, niets. Geen investeringen, geen nieuwe huizen, geen nieuwe wegen”, zegt een inwoonster van de stad, lid van een van de bekende Palestijnse families. “We verliezen onze hoop.”