Ook na privatisering loont misbruik WAO

Bedrijfstakken met veel arbeidsongeschikten zullen door de voorgestelde privatisering van de WAO meer investeren in de verbetering van de arbeidsomstandigheden, zo voorspelt Jelle Witteveen op de opiniepagina van woensdag 14 augustus. “Investeren in kennis en technologie-ontwikkeling op het terrein van de arbeidsomstandigheden was immers niet lonend omdat de kosten van arbeidsongeschiktheid deels konden worden afgewenteld.” Witteveen suggereert dat privatisering een einde maakt aan deze afwenteling. Maar zolang er sprake is van een verzekering lost privatisering het klassieke probleem van collectieve actie niet op. Het misbruik van de WAO blijft lonend, omdat de opbrengst direct toevalt aan de werkgever en de kosten worden gedragen door de collectiviteit. Of de door Witteveen gewenste investeringen er zullen komen blijft dus onzeker. Tegenover deze onzekere voordelen van privatisering, staan veel onbedoelde nadelen.

Een bedrijf in nood zal nog altijd op de loonkosten beknibbelen door werknemers af te voeren in de WAO. Als de hele bedrijfstak problemen heeft (zoals ooit de scheepvaart en de metaal) kan privatisering desastreuze effecten hebben. De premies nemen enorm toe, waardoor nog meer bedrijven over de kop gaan. Het effect is niet minder, maar meer uitkeringstrekkers.

Voorstanders van privaterisering onderschatten de inventiviteit van werkgevers om nieuwe afwentelmethoden te vinden en overschatten hun financiële ruimte. Bedrijven in nood hebben geen middelen om de door Witteveen gewenste investeringen te doen. Bovendien vergeet hij dat werkgevers naast de afwenteling op de bedrijfsvereniging, zeer gewiekst zijn in andere vormen van afwenteling. Soms kunnen de gestegen kosten worden afgewenteld op de consument. Een ernstiger variant is de afwenteling op nieuwe werknemers. De decentralisering van de wachtgeldproblematiek op de universiteit heeft laten zien hoe dit in zijn werk gaat. Geconfronteerd met de gestegen kosten voor werkloosheid hebben de universiteiten zich niet toegelegd op investeringen om bijvoorbeeld promovendi betere kansen te bieden op de arbeidsmarkt, maar zich gestort op het bedenken van plannen die de rechtspositie van het tijdelijk personeel aantasten. Zo willen ze universitair docenten vervangen door uitzendkrachten en promovendi een beurs geven in plaats van een salaris. De privatisering van de sociale zekerheid kan soortgelijke afwentelingsprocessen oproepen. Bedrijven zullen, ten koste van de rechtspositie van de nieuw aan te stellen werknemers, wegen zoeken om arbeidskrachten in te huren waarvoor lagere premies hoeven te worden betaald. Zo kunnen ze zoveel mogelijk personeel betrekken van uitzendbureaus die niet zijn aangesloten bij de bedrijfsvereniging.