Nieuw literair programma met hoogdravende presentator

We moeten hem voorlopig maar even het voordeel van de twijfel gunnen, de nieuwe literaire presentator van de VPRO. Michaël Zeeman, in het dagelijks leven chef kunst van de Volkskrant, voerde gisteravond zijn eerste gesprek met drie schrijvers in het televisieprogramma Nachtsalon. Erg sprankelend kon de conversatie niet direct worden genoemd. De drie gasten, de Amerikaans-Duitse Irene Dische, de Turks-Duitse Emine Sevgi Özdamar en de Nederlands-Belgische Benno Barnard zaten er wat bedremmeld bij, alsof ze een mondeling examen aan het afleggen waren. Nu waren de kwesties die de gastheer aan de orde stelde ook niet altijd even simpel. Want één ding werd wel duidelijk: op het uitwisselen van genoeglijke ditjes en datjes is hij niet uit. Vooral in gestrengheid lijkt hij zich te willen onderscheiden van zijn twee voorgangers, Adriaan van Dis en Maarten 't Hart. Zijn gasten moesten het in een sober decor zien te stellen zonder salontafel, glas wijn of asbak en ook de televisiekijker moest er op dit late uur het hoofd goed bijhouden, want de inleidingen waren kort en de thema's aan de abstracte kant.

Wie Zeeman na één aflevering al wil karakteriseren, komt ergens tussen Van Dis en 't Hart uit. Hij is even beleefd, maar minder sfeergevoelig en hartelijk dan de eerste en hield net als de laatste vooral aan zijn eigen gedachtengang vast, al was zijn presentatie weer minder nerveus.

Zeeman had zich duidelijk goed voorbereid en hoefde zijn vragen niet van een papiertje op te lezen. De indruk werd soms zelfs gewekt alsof hij meer wist of bevroedde van hun werk dan zijn gasten zelf. Benno Barnard, geconfronteerd met de tweekoppige problematiek die in zijn boek Het gat van de wereld aanwezig zou zijn, reageerde wat onthutst op de openingskwestie hoe hij zijn persoonlijke met zijn culturele identiteit dacht te verbinden. “Geen eenvoudige vraag”, mompelde hij. Daarentegen reageerde hij mooi ad rem op de vraag of hij uitsluitend schreef uit een Europees perspectief. “Natuurlijk”, zei hij. “Ik ben immers geen Chinees.”

Cultuur, identiteit, geschiedenis en Europa, dat waren de sleutelbegrippen in deze eerste Nachtsalon, en Zeeman deed een dappere poging om zijn gasten hierover belangrijke uitspraken te ontlokken. Wat hij vooral graag wilde horen, was of de individuele lotgevallen die zij hadden beschreven, ook veralgemeniseerd konden worden tot nationele of zelfs universele lotgevallen. Bij Özdamar drong hij achtereenvolgens aan op een gemeenschappelijke identiteit, een gemeenschappelijke geschiedenis en op een monument voor àlle herinneringen, maar zij liet zich over haar bedoelingen al bijna net zo behoedzaam uit als Irene Dische. Ook Dische moest haar gastheer teleurstellen. Met haar roman Een gevoelige snaar had haar niet speciaal iets universeels voor ogen gestaan en ook ging het hier, zo merkte zij enigszins verontschuldigend op, niet om een literair experiment. “Het ging om iets veel eenvoudigers. Ik wilde een boek over emoties schrijven.”

Zeeman mag voortaan wel wat meer op zijn redenaarstalent en improvisatievermogen vertrouwen. Dan hoeft hij zich ook niet zo vast te bijten in hooggestemde thema's, zoals hij trouwens in de VPRO-gids al had beloofd. Dan krijgen niet alleen de gasten, maar ook de kijkers wat meer ruimte voor eigen gedachten. Of, zoals Dische antwoordde op de vraag of haar roman op moest worden gevat als een ironische allegorie: “Dat moet de lezer zelf maar uitmaken.”