Herstel rondom jaar 2000 verwacht; Schade ozonlaag bij NASA overschat

ROTTERDAM, 6 SEPT. De aantasting van de ozonlaag boven de gematigde klimaatzones van het noordelijke halfrond is veel minder groot dan tot voor kort werd aangenomen. Dat berichten onderzoekers van het KNMI en het Belgische KMI in Ukkel.

Uit een recente vergelijking van de zogeheten TOMS-waarnemingen van de NASA-satelliet Nimbus-7 met die van opnieuw geijkte grondstations blijkt dat de TOMS-spectrometer de teruggang van de ozonlaag boven de gematigde breedten met ruim vijftig procent overschatte.

De Amerikaanse ruimtevaart-organisatie NASA zou hebben toegegeven dat de afwijkingen van de TOMS-meter groter waren dan werd aangenomen. Tot voor kort ging men er vanuit dat de ozonlaag boven gematigde breedten van het noordelijk halfrond in de periode 1979-'93 met ongeveer vier à vijf procent per decennium afnam; zes procent in winter en voorjaar en drie procent in zomer en herfst. Volgens de laatste schattingen is de afname in werkelijkheid op jaarbasis minder dan drie procent per decennium geweest.

Uitspraken over trends in de dikte van de ozonlaag berusten vrijwel uitsluitend op de metingen van de Nimbus-7, die sinds 1979 gegevens naar de aarde seinde maar in mei 1993 uit de ether verdween. In de loop van de tijd heeft de NASA steeds nieuwe rekenmethoden verspreid voor de omrekening van de Nimbus-signalen naar zogeheten kolomdiktes ozon. De 'versie zeven' die nu in ontwikkeling is, zou de ingrijpende aanpassing van de uitspraken noodzakelijk maken.

Het nieuwe inzicht heeft geen effect op de waardering van het beruchte ozongat boven de zuidpool dat de laatste vijftien jaar in de lokale lente (van september tot november) optreedt. Dat 'gat' (een extreme verdunning van de ozonlaag) wordt zorgvuldig beschreven door instrumenten die ter plekke staan opgesteld. Bovendien worden ook waarnemingen vanuit ballonnen en zeer hoog vliegende vliegtuigen verricht. De laatste twee jaar werden onheilspellende records bereikt in diepte en omvang van het Antarctische ozongat.

Het geruststellende nieuws over de ozonaantasting boven de gematigde breedten valt samen met het verschijnen van een nieuw wetenschappelijk ozonrapport van de VN-organisatie voor meteorologie WMO, waarvan de samenvatting vandaag is vrijgegeven. Volgens het nieuwste rapport (het vorige was van 1991) hebben de internationale afspraken over de beperking van de produktie van ozonbedreigende gassen als cfk's en halonen nu al zo'n gunstig effect dat het maximum van de ozonaantasting al voor het einde van de eeuw zal zijn bereikt. Als alle geïndustrialiseerde staten zich houden aan het Montreal-protocol en - vooral - de zware aanpasingen daarvan in 1990 (Londen) en 1992 (Kopenhagen) kan al omstreeks 2000 het herstel van de ozonlaag inzetten. Dan zal het zeker nog een jaar of vijftig duren voor ozondiktes zijn bereikt die in de jaren zestig bestonden.

Pag.5: Toename van halonen en cfk's vlakt af

Ook de nieuwe Scientific Assessment of Ozon Depletion: 1994, waaraan bijna driehonderd ozon-deskundigen meewerkten, is opvallend positief getoonzet. Waar het enerzijds constateert dat theorie en modelonderzoek de bestaande ozonconcentraties in de stratosfeer nog met geen mogelijkheid kunnen 'voorspellen', stelt het anderzijds dat de teruggang van de ozonlaag boven de gematigde breedten van het noordelijk halfrond - de bewoonde gebieden van Noord-Amerika en Europa - beperkt zal blijven tot een extra 2,5 procent van het huidige niveau.

Al rond 1998 zal de ozonlaag zijn zwaarste verdunning bereiken, dan is de laag twaalf à dertien procent dunner dan in de jaren zestig. Het WMO-rapport gaat echter nog uit van oude TOMS-metingen.

Het optimisme van de WMO stoelt voornamelijk op de constatering dat de snelheid waarmee de atmosferische concentraties cfk's en halonen tot voor kort toenamen inmiddels duidelijk afvlakt. Bovendien acht men nu bewezen dat de uitbarsting van de Filippijnse vulkaan Pinatubo (juni 1991) inderdaad verantwoordelijk was voor de verhevigde ozonaantasting in 1992 en 1993. Nadat het stof van de Pinatubo uit de stratosfeer was verdwenen (zomer '93) herstelde zich de ozonlaag boven het noordelijk halfrond.

Het WMO-rapport biedt verder voornamelijk een bevestiging van resultaten die al eerder bekend werden. Betrekkelijk nieuw is de aandacht voor het gas methylbromide (broommethaan) dat een groter ozon-aantastend vermogen bezit dan werd aangenomen. Methylbromide wordt gebruikt voor bodemontsmetting en komt vrij bij verbranding van organisch materiaal. Verrassend is de zorg die men uitspreekt over de toename van het vliegverkeer tussen Europa en Noord-Amerika. Dat zou een belangrijke stijging van de ozonconcentraties in de troposfeer met zich meebrengen.