Grieks nationalisme

Het staat Peter Michielsen geheel vrij het beleid van Griekenland jegens Albanië te veroordelen (NRC Handelsblad, 27 augustus).

Bezwaarlijk is echter, dat hij zijn betoog inzake de Griekse Albanië-politiek ondersteunt met een zwart beeld van de Griekse minderhedenpolitiek in het algemeen. Zo zouden Griekse Turken gedwongen zijn Grieks te spreken, hun naam te vergrieksen en uit hun oorspronkelijke woongebieden te verdwijnen. Eén bezoekje aan Thracië is voldoende om Griekse Turken/Turkse Grieken te ontmoeten, die onderling Turks spreken, Islamitische namen dragen (waarbij de vergrieksing beperkt is gebleven tot Mustafa tou Achmed voor Mustafa ben Achmed), en die wonen rond een oude, mooi onderhouden moskee. Zonder te willen beweren dat deze mensen niets te lijden hebben of hebben gehad van de in Griekenland officieel uitgedragen nationalistische ideologie, moet wel worden opgemerkt dat zij vrijelijk van hun minaretten kunnen oproepen tot het gebed, posters van Turkse voetbalclubs mogen ophangen, zelfs een gereserveerde parkeerplaats voor de auto van de mufti kunnen claimen.

De wat malicieuze opmerkingen over de joden van Salonika lijken te impliceren dat de vreemdelingenhaat de Grieken al lang in het bloed zit: volgens Michielsen herinnert niets in die stad aan het feit dat het voor een groot deel een joodse stad is geweest. Hoe zit dat dan met het monument in de Odhos Langadha, een fraai werk uit 1962 van de Italiaan Manfredo Portofino, ter nagedachtenis aan de tienduizenden joden van Salonika die, overigens niet door Grieks toedoen, de oorlog niet overleefd hebben? En hoe zit het met de boeken over joods Salonika en joods Griekenland in het algemeen in Thessaloniki's uitstekende boekhandels, waaronder trouwens ook een joodse boekhandel? Nuances, nuances! Misschien is Griekenland toch iets minder een 'kind van het Turkse despotisme' dan Michielsen de lezer wil doen geloven, en gewoon een land vol dramatische contrasten en ongerijmdheden, zoals de meeste landen.