Farag geeft heel Nederland cadeau voor Palestina, maar hij kan niet terug; Dat is een Palestijn, die willen we niet

Het leven van een illegaal, hoe ziet dat eruit? Hoe kon het gebeuren, wie is het overkomen, hoe moet het verder? Een serie portretten van mensen die, om heel verschillende redenen, zonder geldige papieren in Nederland wonen.

Farag (40) is per boot uit Palestina gevlucht. Hij had geen paspoort bij zich en is na een slepende rechtszaak naar het station van Oss gebracht met de opdracht Nederland te verlaten.

“Ik vluchtte met een boot uit Israel. Ik hield me in het ruim verborgen. Sommige mensen die op de boot werkten, wisten dat ik daar was. Toen we in Syrië aanmeerden, moest ik van boord. Na drie dagen vertrok er een andere boot, naar Europa. Ik had eten en drinken gekocht en verstopte me beneden in de boot. Niemand wist dat ik daar was. De reis duurde verschrikkelijk lang. Toen ik merkte dat de boot aangemeerd was, ben ik aan dek gegaan. Het was nacht, ik wist niet in welk land ik aangekomen was. Ik kon geen Nederlands of Engels lezen, alleen Arabisch. Toen ik een man zag met een Arabische krant in zijn hand, ben ik naar hem toe gegaan om te vragen waar ik was. Hij vertelde me dat dit Rotterdam was. Dit was Nederland. Ik was toen erg gelukkig. Ik dacht dat ze me hier wel zouden helpen. In Palestina had ik in de krant gelezen dat de Nederlandse overheid een aantal Palestijnen geholpen had.

Voor de Intifada werkte ik in Israel als vrachtwagenchauffeur en ik woonde in Palestina. Ik kon het altijd goed met de Israeliërs vinden. Er waren nooit problemen. Na de Intifada werd dat steeds moeilijker. De Palestijnen die achter Arafat of Hamas stonden, gooiden de ruiten van mijn vrachtauto in. Later, toen ik problemen met de Israeliërs kreeg, staken deze mijn auto in brand. Daardoor kon ik niet meer werken.

De Israeliërs kwamen naar mij toe en vroegen of ik hen wilde helpen. Ze wilden dat ik informatie doorgaf over Palestijnen. Maar hoe kon ik dat doen? Moet ik mijn eigen mensen bespioneren en verraden? De Israeliërs kwamen hier en pakten mijn land af, moet ik hen dan helpen? Ik weigerde natuurlijk. Maar ze lieten me niet met rust. Ze brachten me een paar keer naar de gevangenis en begonnen me te slaan. Ze sloegen me met hun geweren in mijn gezicht en op mijn hoofd. Ze trokken mijn tanden eruit. Het kon hen gewoon niks schelen.

Ze bleven terugkomen, soms midden in de nacht. Ik kon niet meer in mijn eigen huis slapen. Ik sliep buiten op het land, een paar kilometer uit de stad. Dan vroegen ze mijn vrouw waar ik was. Ze zei dat ze het niet wist. De laatste keer dat ze kwamen, braken ze de deur open en gingen naar binnen. Ze sloegen mijn vrouw met een geweer tegen haar hoofd. Dat heeft ze niet overleefd. Ze hebben haar vermoord. Toen wist ik dat ik daar weg moest gaan, weg uit Palestina.

Ik vertelde de Nederlandse overheid mijn verhaal. Ze geloofden me niet. Maar als ik niet zulke problemen had, dan zou ik toch nooit zijn weggegaan uit Palestina en naar Nederland komen? Ik had daar een huis, ik had geld, een groot stuk land. Ik was gelukkig voor al die problemen begonnen. Al zou ik héél Nederland krijgen, ik wil het niet hebben. Als ik terug zou kunnen, zou ik meteen gaan.

Ze geloofden hier niet eens dat ik een Palestijn ben. Ik had geen paspoort bij me. Ik heb er nooit een gehad, dat had ik daar nooit nodig.

Ik zat in het asielzoekerscentrum te wachten. Op een ochtend werd ik wakker gemaakt door de politie. Ze zeiden dat ik mee moest komen, dat ze een andere plaats voor me hadden. Ik wilde mijn spullen meenemen, maar dat mocht niet. Ze brachten me naar een groot gebouw, toen ik binnen was en om me heen keek, ontdekte ik dat het een gevangenis was. Ik heb nooit geweten waarom ze me opsloten. Ik begrijp niet waarom ze iemand die om hulp komt vragen in een gevangenis wegstoppen. Ik heb daar zes maanden gezeten. Soms kwamen ze me halen om naar de rechtbank te gaan. Ze hebben zes ambassades gevraagd om mij op te nemen. Maar iedereen zei, “nee, dat is een Palestijn, die willen we niet.” Ze gingen zelfs naar de ambassade van Israel. Ze geloofden nog steeds niet dat ik een Palestijn was, terwijl het Arabisch dat ik spreek toch heel anders is dan het Arabisch van Syrië of Marokko.

Na een half jaar kwam de politie weer. Ik vroeg of ze weer een andere plaats voor me gevonden hadden. Hij zei, “nee, ik breng je naar het centraal station van Oss, daar kan je de trein nemen en Nederland verlaten.” Ik vroeg hem waarheen, maar hij zei dat dat niet zijn probleem was. Ik had helemaal geen geld, dus hoe kon ik een kaartje kopen? Toen ik hem daarnaar vroeg, zei hij dat ook dat zijn probleem niet was. Ze lieten me op het station achter. Ik zat daar gewoon, zonder eten, zonder drinken. Na twee dagen kwam er een vrouw op me af. Ze vroeg wat ik daar toch deed en wat er met me gebeurd was. Ik vertelde haar dat ik niet eens een kwartje had voor de telefoon. Ze begreep niet dat ik niemand om een kwartje gevraagd had. Maar ik wil geen bedelaar zijn, ik wil mijn hand niet ophouden. Zij bracht me naar haar kantoor en heeft iemand gebeld die ik kende van het asielzoekerscentrum. Zodoende ben ik bij de VVN terechtgekomen en die hebben me doorgestuurd naar de Pauluskerk in Rotterdam.

Ik heb nu een nieuwe advocaat, maar ik weet niet hoe het af gaat lopen. Ik had mijn vader gevraagd om mijn geboortebewijs op te sturen. Dat bleek te oud te zijn. Nu heb ik een nieuw gekregen. De Israeliërs wilden dat eerst niet afgeven. Het heeft maanden geduurd en mijn vader heeft er veel geld voor moeten betalen. Ondertussen zit ik hier al meer dan een jaar. Ik krijg hier eten, ik kan hier slapen en Hans Visser helpt me enorm. Maar dit is natuurlijk niet wat het leven zou moeten zijn. Ik zit hier en wacht. Waarop? Waarom moet ik hier wachten? Ik heb vier kinderen. De oudste is nu 17 en de jongste, mijn dochter, is pas 8 jaar. Mijn vader zorgt voor hen. Ik ben nu al drie jaar in Nederland en heb mijn kinderen al die tijd niet gezien of gesproken. De Israelische overheid heeft ze in de gaten gehouden. Ze dachten dat ik terug zou komen om mijn kinderen met me mee te nemen. Maar ik kan alleen maar terug als ik een Nederlands paspoort heb. Dan kan ik naar Israel gaan, naar Palestina, om mijn kinderen te zien. Dan ben ik een Nederlander en kan niemand problemen met me maken.