Een gentleman

William Ambrose Wright, over de hele sportwereld bekend als Billy Wright, overleed zaterdag jongstleden in een Londens ziekenhuis op 70-jarige leeftijd. Hij leed aan kanker. Billy Wright met zijn blonde kuif was zeker niet de beste technicus van de Britse velden en evenmin een man met de kracht van een beer. Toch speelde hij een recordaantal interlands (105), de eerste in september '46 tegen Noord-Ierland - hij was toen 22 jaar - de laatste op 35-jarige leeftijd in mei 1959 tegen de Verenigde Staten. Van die 105 interlands opereerde Wright 59 keer als kanthalf. Zijn toewijding was ontzagwekkend. Hij speelde totaal voor het elftal en knapte een formidabele partij 'vuil' werk op voor de anderen. Verbijsterend-mooie dingen heb ik hem zelden zien doen: hij was geen begenadigd technicus en ook geen man van daverende verre schoten, die pas tot rust kwamen in wat vroeger de touwen heette. Eigenlijk was hij als kanthalf niet echt een uitblinker, maar hij had het geluk dat de toenmalige manager van de nationale ploeg, Walter Winterbottom veel in hem zag. Hij herkende in Billy pure leidersgaven en maakten hem snel aanvoerder. Ook trof het de manager hoe uiterst-sportief Wright was. Sommigen zijn er zeker van dat hij in zijn hele leven nooit een waarschuwing heeft gekregen. Een enkeling houdt zelfs vol, dat hij nimmer een vrije schop tegen zich kreeg. Ik beperk mij tot het simpele feit dat hij ongewoon sportief en ridderlijk was. Dat hij geen Engels record-international was, werd veroorzaakt door de omstandigheid dat hij niet langer dan tot zijn 35ste doorging als speler. Bobby Charlton, Peter Shilton en de onlangs eveneens overleden Bobby Moore overtroffen hem nog in aantal interlands.

Eigenlijk kwam hij het meeste tot zijn recht als stopperspil, maar daar kwam men pas achter toen Billy al 59 interlands op het middenveld achter de rug had. Met zijn uitstekende kijk op het spel en goed kopwerk was hij nog jarenlang een dominante figuur in de Engelse defensie. Hij speelde als professional voor slechts één club, de Wolverhampton Wanderers. Met de toenmalige manager, Stan Cullis, kon hij het uitstekend vinden. Onder de gedreven leiding van dit tweetal werden de Wolves driemaal kampioen van Engeland (in '54, '58 en '59). Wright's grootste deceptie was de 6-3 nederlaag van Engeland op het heilige Wembley tegen Hongarije in '53, toen ook hij af en toe werd weggespeeld door de briljante combinaties van Puskas, Kocsis, Hidegkuti en de anderen. Maar een kleine revanche kwam via een Europees cupduel tussen de Wolves en Honved, de legerclub waarin diverse Hongaarse internationals speelden. In de modder van Wolverhampton sleepten Billy Wright en zijn mannen een 3-2-zege uit het vuur.

Na afsluiting van zijn spelersloopbaan werd hij manager van Arsenal, maar hij was te gevoelig en te emotioneel voor dat harde vak. Het knaagde aan hem als hij een speler die hij aardig vond er naast moest zetten of - erger nog - verkopen. Later trad hij als televisiecommentator op, zo ook tijdens de Wereldkampioenschappen van 1978 in Argentinië. In Mendoza, op de dag waarop de competitie stil lag, besloten de mediawerkers een onderling partijtje voetbal te organiseren. Kees Jansma was captain van het ene team. Samen met de aanvoerder van de tegenstanders draafde hij het veld op. Hij keek de man naast zich eens aan. Een onbekende. Kees was in zijn to-the-point-bui en vroeg: “Did you ever play football?” De man naast hem keek hem even van opzij aan en zei met zachte stem: “I played 105 times for my country. I'm Billy Wright....”