Chinese zwemsters nemen Duitse hegemonie over

ROME, 6 SEPT. Eén ding is na de eerste dag zwemmen bij de wereldkampioenschappen wel duidelijk. Niemand kan een belabberde tijd nog wijten aan het trage olympische bad van Rome. Le Jingyi heeft het tegendeel gisteren al op het openingsnummer bewezen door het wereldrecord van de Amerikaanse Jenny Thompson (54,48) op de 100 meter vrije slag met bijna een halve seconde te verbeteren. Ze zette er een ongelooflijke 54,01 voor in de plaats.

Onmiddellijk werd er over dopinggebruik gespeculeerd. Dat gebeurde hardop, al ruim voordat een praatje kon worden gemaakt met de nieuwe wereldkampioene. En niet wegens de jeugdpuistjes op haar 19-jarige gezicht. De Chinese coach Zhou Ming dreef perschef Camille Cametti in de enorme Italiaanse chaos tot wanhoop door Le rustig het schoonspringbad in te drijven om uit te zwemmen en Lu Bin, met 54,15 de winnares van het zilver, aan te sporen tot een warming-up voor de nog later op te halen gouden medaille op de 4x200 vrij.

Eenmaal uitgepeddeld werd Le spoorslags naar het hok voor de dopingcontrole gebracht. Omdat ze kennelijk sneller zwemt dan plast, werd het wachten met nog een kwartiertje verlengd.

“Ik maak me altijd kwaad als die beschuldiging over doping weer opduikt”, zei Le prompt. “Ze zijn denk ik jaloers. In Europa en de Verenigde Staten werden in het verleden ook goede prestaties geleverd en dan begon niemand er over.”

Duidelijk werd dus ook dat Le destijds te jong was om de krant te lezen. Of de berichtgeving over dopinggebruik in de DDR haalde de Chinese pers niet. Feit is dat de verhalen over basstemmen en onvoorstelbare spierbundels op de vrouwentorso's al bestaan sinds de DDR de hegemonie overnam van zwemland Nederland. Zelf is Jingyi clean. “Ik ben ik weet niet hoe vaak gecontroleerd dit seizoen buiten de competitie om.”

Jingyi Le is lang en heeft stevige schouders, maar is in vergelijking met Franziska van Almsick (brons) zeker niet buiten-proportioneel van bouw. Een verklaring voor de plotselinge Chinese successen op sportgebied had Le wel: “We hebben briljante coaches en trainen verschikkelijk hard.”

Chinese mannen zijn dus kennelijk luier aangelegd, want die komen vooralsnog in het stuk niet voor. “Ze hebben dezelfde mogelijkheden en coaches, maar het niveau van het vrouwenzwemmen is een stuk lager. Daar is nog grote progressie mogelijk. Daar doen we ons best voor en dat laten we ook zien.”

Zij niet alleen. Behalve de estafetteploeg, met de 17-jarige Lu Bin en nog drie zwemsters die de 200 vrij binnen de twee minuten aflegden, versloeg ook wisselslagspecialiste Dai Guohong de concurrentie. Dai voltooide de 400 meter in 4.39,14, goed maar niet bijzonder. De Oostduitse Petra Schneider kon het in 1982 in Guayaquil al drie seconden sneller. Allison Wagner en Kristine Quance flankeerden de Chinese op het erepodium.

Het Europese succes werd verzorgd door de mannen. De Fin Antti Kasvio won de 200 vrij in een tegenvallende 1.47,32 vóór Anders Holmerts (Zweden) en de Nieuwzeelander Danyon Loader. De Hongaren Norbert Rosza en zijn trainingsmaatje Karoly Guttler beheersten de 100 meter schoolslag: 1.01,24 tegen 1.01,44. De verrassing kwam uit België. Het was de sterk kalende Frederik Deburghgraeve, die voor zijn record van 1.01,79 brons kreeg omgehangen.

En de Nederlandse inbreng? Die kwam 's avonds alleen van Ron Dekker. Hij viel in de B-finale net als in Seoul op door bij het startsignaal te blijven staan op het blok. De veelvoudig Nederlands kampioen vertrok uiteindelijk wel en finishte als zesde in 1.03,74 op de 100 school. Dekker schopte niet als in 1988 een kledingbak het water in, maar was wel boos en teleurgesteld. Hetzelfde gold voor Karin Brienesse, die in de series van de 100 vrij al werd uitgeschakeld, evenals Marcel Wouda. Vanochtend werd Wouda op zijn specialiteit de 400 meter wissel slechts negende. Casper van Dam werd uitgeschakeld in de series van de 100 meter wissel.