Belgische schuld bedreigt pensioenen

BRUSSEL, 6 SEPT. Maar liefst zo'n 10.000 miljard frank - omgerekend ongeveer 550 miljard gulden - bedraagt de Belgische staatsschuld. Dat is 140 procent van 's lands bruto nationaal produkt. Geen wonder dat analisten met gemengde gevoelens aankijken tegen het conjunctuurherstel dat ook de Belgische economie in zijn greep heeft gekregen.

De groeiprognoses zijn de afgelopen maanden naar boven toe bijgesteld, het consumentenvertrouwen loopt op, de belastingontvangsten stijgen en de inflatie vermindert. Het kabinet kon vlak voor het zomerreces in een bijna lacherige sfeer de begroting voor komend jaar opstellen: extra pijnlijke ingrepen zijn niet meer nodig om het verwachte financiertingstekort van 5,7 à 5,3 procent van dit jaar te laten slinken tot de beoogde Maastricht-norm van 3 procent in 1996.

Maar het enthousiasme wordt getemperd door de naar Europese maatstaven gigantische schuld die de Belgische overheid jaar in jaar uit met zich mee moet torsen. Veel politici en economen betogen dat er niet zo veel aan de hand is, zolang de rijke en spaarlustige burgers in België (met een spaarquote van ruim 20 procent, vergelijkbaar met Japan) maar bereid zijn om hun verarmde staat bij te springen. Maar niet iedereen is er gerust op dat België er de komende jaren zonder kleerscheuren vanaf zal komen.

De omvang van de staatsschuld is in ieder geval een enorme handicap voor de regering om een ander indrukwekkend probleem aan te vatten, dat in de komende jaren alleen maar aan scherpte zal winnen: de financiering van de pensioenen in België. Anders dan in Nederland - met een landelijk wettelijk basispensioen (AOW), en waar werknemers en ambtenaren zelf 'sparen' voor hun latere aanvullende pensioenuitkering - kent België het zogeheten 'omslagstelsel'. In Nederland is via het ABP een grote reserve opgebouwd voor de toekomstige pensioenen van de ongeveer 1,1 miljoen ambtenaren. De 900.000 ambtenaren in België sparen niet voor hun pensioen, het welvaartsvaste inkomen van hun gepensioneerde collega's komt rechtsstreeks uit de budgetten van rijk, provincies en gemeenten.

“Bij de staatsschuld spreekt men over het doorlopende gevaar van de rentesneeuwbal. Bij de pensioenen is geen sprake van een sneeuwbal. Als niet wordt ingegrepen, wordt dat een lawine”, voorspelt professor Philip Neyt, verbonden aan de Usfia, de Universiteit van Antwerpen, en één van de belangrijkste pensioendeskundigen in België. Hij heeft berekend dat het huidige ambtenarencorps in België op dit moment al voor 7.000 miljard frank aan toekomstige pensioenrechten heeft opgebouwd, waarvoor geen enkele reserve aanwezig is. Het geld zal moeten komen uit de begroting, maar gezien de overdadige omvang van de staatsschuld zal daarvoor geen uitwijkruimte bestaan, zo schetst Neyt het dreigende gevaar.

Door de snelle 'vergrijzing' van de bevolking, de vervroeging van de pensioenleeftijd en het sluipend hoger worden van de uitkeringen wordt het Belgische pensioenstelsel de komende decennia onbetaalbaar. Ook in de particuliere sector stapelen de donderwolken zich op. Nu nog dragen werkgevers en werknemers samen 16,26 procent van het bruto loon af aan pensioenbijdragen en springt de overheid voor 2,5 procent bij. Dat maakt samen 18,86 procent.

In 2010 is bij ongewijzigd beleid een bijdrage van 23,3 procent noodzakelijk om de dan bestaande pensioenaanspraken te honoreren, en in 2030 zelfs 29,1 procent. Een stijging van de premiedruk van ruim 10 procentpunten. “Dat is nooit op te brengen, ook al omdat de factor arbeid dan veel te duur wordt. Om de werkgelegenheid te stimuleren, streven alle landen in de Europese Unie juist naar een vermindering van de sociale lasten die drukken op het inkomen uit arbeid”, schetst Neyt het dilemma.

De omvang van de werkgelegenheid is een cruciale factor. Hoe meer mensen een baan hebben, hoe breder het draagvlak is om het pensioenstelsel te financieren. Onder andere het Belgische Planbureau heeft al eens gezegd dat er daarom geen reden is om in paniek te raken over de onbetaalbaarheid van de pensioenen. Als de werkloosheid de komende jaren drastisch vermindert en als bovendien tegen 2010 het overheidstekort is weggewerkt - waardoor ruimte ontstaat voor de overheid om wat meer schulden te maken voor de pensioenen - kunnen de problemen betrekkelijk pijnloos worden gepareerd, zo luidt het verweer.

Neyt is niet onder de indruk van die redenering. “Als je voor de komende decennia uitgaat van een jaarlijkse groei van 3 procent, heb je alle problemen opgelost. Als je een gemiddelde groei van niet meer dan 1 procent prognotiseert, roep je grote doemverhalen over je heen”, illustreert hij het willekeurige karakter van dit soort bewijsvoering. Zelf beveelt hij de regering dringend aan om op zekerheid te spelen. Dat wil zeggen: niet alleen gokken op banengroei - de laatste cijfers wijzen juist op een stijging van de werkloosheid in België ondanks het aantrekken van de conjunctuur - maar ook reële bezuinigingen doorvoeren aan de uitgavenkant van de pensioenen.

Alleen drastisch ingrijpen kan “de vicieuze cirkel” van het Belgische pensioenvraagstuk doorbreken, aldus Neyt. Bijvoorbeeld door de overheidspensioenen niet langer welvaartsvast te houden, de grondslag voor de uitkeringen te bevriezen, het weer optrekken van de pensioengerechtigde leeftijd naar 65 jaar (ook voor vrouwen) en het afschaffen van vakantietoeslag voor gepensioneerden. Daarnaast bepleit de Neyt een herstructering naar Zwitsers model, waarbij de invoering van een verlaagd 'basispensioen' wordt gecombineerd met stelsels van verplichte en vrijwillige aanvullende pensioenverzekeringen, waarvoor wordt gespaard.

Maar of 'de politiek' zijn ideëen op korte termijn zal overnemen, is twijfelachtig. Ingrijpen komt neer op bezuinigingen en dat is nooit een populaire boodschap van politici. In Nederland heeft de discussie over de oudedagvoorzieningen voor onrust gezorgd. Ook in België roeren de ouderenpartijen zich. En met volgende maand gemeenteraadsverkiezingen en volgend jaar parlementaire verkiezingen in het zicht, “is het niet zo simpel om dit probleem aan te pakken”, weet Neyt.