Alleen radicaal verzet helpt tegen duister fundamentalisme; Vervolgde Bengaalse schrijfster Nasrin zet in Zweden strijd voor betere rechten van islamitische vrouwen voort

STOCKHOLM, 6 SEPT. De Bengaalse schrijfster Taslima Nasrin is, nu ze veilig in Stockholm zit, niet van plan haar strijd tegen de moslim-fundamentalisten in Bangla Desh op te geven. Ze heeft zelfs haast: de positie van de vrouw in haar thuisland moet snel verbeterd worden, voor de fundamentalisten de kans krijgen de klok helemaal terug te draaien. Ze werkt aan een boek over de positie van de vrouw onder de islam. Dat zegt ze in en van de eerste vraaggesprekken sinds ze drie weken geleden, met toestemming van de autoriteiten, vluchtte uit Dhaka.

Daar eisen moslim-fundamentalisten haar dood omdat Nasrin godslastering zou hebben gepleegd door te stellen dat de vrouw door islamitische regels onderdrukt wordt.

Nasrin in haar nieuwe huis in Stockholm: “Ik heb tijdens mijn werk als dokter zes jaar lang gezien waaraan vrouwen in mijn land blootstaan: geweld, marteling, verkrachting. Alle leed en discriminatie waarvan ik getuige ben geweest, hebben mijn ogen geopend. Het is het collectieve lijden van de vrouwen van Bangla Desh, waarover ik schrijf en dat ik ondraaglijk vind.”

Op wat voor manier wordt de religie gebruikt om vrouwen te onderdrukken?

“Een vrouw heeft slechts recht op een derde erfdeel, een zoon erft twee derde deel van de bezittingen van zijn ouders. Een vrouw mag volgens religieuze gebruiken niet scheiden. Daar staat tegenover dat een man vier vrouwen mag hebben. Een vrouw heeft niet het recht haar eigen man te kiezen. In onze samenleving heeft een vrouw geen keuze. Het is niet toegestaan dat ze seksuele verlangens heeft, over seksueel misbruik kan ze niet praten. Haar echtgenoot beschouwt haar als slaaf. Vrouwen zouden vrij in lichaam en geest moeten zijn.”

Wanneer bent u gestopt met uw werk als dokter?

“In januari 1994, toen de Bengaalse overheid mijn paspoort confisqueerde, omdat, zoals ze het omschreven, ik tegen de religie schreef. Ik was uitgenodigd om in India een bijeenkomst bij te wonen, maar ik kon dus niet. Ik heb mijn paspoort teruggevraagd, maar ze zeiden dat ik als dokter en werknemer van de overheid het land niet mocht verlaten. Toen ben ik uit protest gestopt, en ben full-time schrijver geworden.”

Ondervindt u steun in Bangla Desh van vrouwen?

“Er zijn veel vrouwen die mijn werk lezen. Maar er is een aantal intellectuele vrouwen dat sceptisch is over mijn werk. Sommige vooruitstrevende mensen vinden dat ik te extreem, controversieel, ontactisch en confronterend ben. Zij willen de Bengaalse samenleving op een andere, langzamere, mildere en strategischer manier veranderen. Maar ik heb haast. Ik weiger compromissen te sluiten. De fundamentalisten hebben lak aan iedereen, en hebben grote haast de klok terug te zetten in Bangla Desh. Ik wil ze voor zijn. Zacht geuit protest leidt tot niets. We leven in duisternis, en daarom uit ik me extreem.”

“Bangla Desh is een zeer arm land, en gedurende honderden jaren onderdrukt door buitenlandse en binnenlandse dictatoren. Structuren om mensen een leven in waardigheid en democratie te garanderen, zoals hier in de Scandinavische landen, ontbreken. Vooral het platteland is achterlijk, waar 80 procent van de bevolking analfabeet is, en vooral vrouwen het slachtoffer zijn van onrechtvaardige situaties.”

Wat voor samenleving in Bangla Desh streeft u na?

“Een samenleving zonder onrechtvaardigheden, zonder onderdrukking, zonder religieuze afpersing, zonder bijgeloof. Ik wil de sociale en economische belemmeringen die vrouwen ondervinden afbreken. Ik wil een wereld waarin mensen en ideeën vrij kunnen reizen en elkaar ontmoeten. Ik streef Verlichting na, en met minder ben ik niet tevreden. Ik ben bereid de prijs voor de verwerkelijking van mijn dromen te betalen.”

Twijfelt u nooit aan die dromen en de radicale manier waarop u ze wilt bereiken?

“Nee, nooit. Ik houd van waarheid en humaniteit. Ik houd van vrijheid en democratie. Mijn hele leven ben ik al radicaal, en zal dat altijd blijven. Als ze me om mijn idealen vermoorden willen, dan kunnen ze dat doen. Begrijp me goed, ik wil graag leven. Maar er zijn belangrijker zaken dan mijn leven. Het belangrijkste is de waarheid, en getuigen van de waarheid.”

Wanneer begonnen de fundamentalisten u aan te vallen?

“Vijf jaar geleden, toen ik mijn eerste column in de krant schreef tegen de discriminatie van vrouwen uit naam van de religie. Alles wat naar meer democratie en grotere gelijkheid neigt, willen de fundamentalisten in Bangla Desh tegenhouden. Ze waren bang dat vrouwen naar me zouden luisteren, en zichzelf zouden keren tegen de slavernij. En dat de vrouwen de onrechtvaardigheid van de religieuze regels zouden inzien die de fundamentalisten onze seculiere samenleving op willen leggen. Steeds sterker veroordeelden de fundamentalisten mij, totdat ze afgelopen herfst mijn dood eisten.”

Hebben dat doodvonnis en de prijs op uw hoofd u ooit beangstigd?

“Nee, nooit. Maar toen ik de massa's buiten op straat voor mijn huis “Hang Taslima op,” of “Dood aan Taslima” hoorde schreeuwen door megafoons, werd ik buitengewoon verdrietig. Niet voor mezelf, maar voor Bangla Desh. Dit land heeft zoveel onrechtvaardigheid uit naam van religie meegemaakt. In 1971, tijdens de onafhankelijkheidsoorlog, kozen de fundamentalisten de kant van de Pakistani's en vermoordden miljoenen onschuldige mensen. Tussen '71 en '75 was het hen verboden politiek actief te zijn. Maar sindsdien winnen ze terrein, zeker sinds 1988 de islam officiëel weer staatsreligie werd. Ik ben bang dat ze de macht zullen grijpen. De regering moet ophouden met hen samen te werken, voor het te laat is.”

U komt uit een moslim-familie. Had u nooit religieuze gevoelens?

“Nee. Ik ben atheïst. Ik beschouw alle religies als anachronistisch. Ik droom van een wereld zonder religie, gebaseerd op rede en respect voor menselijke waarden. Ik heb, denk ik, geen religieuze gevoelens omdat mijn vader, een wetenschapper en arts, mij al vroeg de voordelen van kritisch en rationeel denken bijbracht.

Na het tweede doodvonnis afgelopen mei en een arrestatiebevel dook u zestig dagen onder. Waar verborg u zich en wat voelde u?

“Ik verstopte me op verschillende plaatsen, en veranderde elke nacht van schuilplaats. Ik zat in pikdonkere kelders, en kon niet lezen of schrijven. Het was een hopeloze situatie. Ik kon de lucht niet zien, ik kon mijn familie en vrienden niet ontmoeten. Ik vreesde dat de fundamentalisten de macht zouden grijpen en alle vooruitstrevende mensen zouden doden, met name de sterke vrouwen. De hele tijd hoorde ik de fundamentalisten in de straten. Ze zochten me en schreeuwden 'Dood aan Taslima!' Ik was natuurlijk bang. Niet voor mezelf, maar voor de mensen die me onderdak boden. Ze konden vermoord worden voor die goede daad. Ik dacht dat mijn dagen geteld waren en ik nergens veilig was.”

Gaat u er over schrijven?

“Ik zal er zeker over schrijven, maar eerst wil ik mijn boek over de positie van vrouwen onder de islam afmaken. Ik heb 21 boeken geschreven, met poëzie, essays, korte verhalen en romans. Het boek dat me nu beroemd heeft gemaakt, 'Lajja' is een journalistieke documentaire over de positie van de vrouw in Bangla Desh dat ik in de sociaal-politieke context schrijven moest. Maar het is niet een boek dat typisch voor mij als schrijver is. Er is grote belangstelling voor dat boek nu, maar ik hoop dat mensen ook mijn andere, meer artistieke werk zullen lezen.”

Wat zijn uw toekomstplannen?

“Ik blijf voorlopig in Zweden, waar ik nu woon. De Tucholsky-prijs die ik hier heb ontvangen geeft me de mogelijkheid een tijdje als onafhankelijk schrijver te werken. Maar ik wil ook rondreizen, voor ik terugkeer naar Bangla Desh.”

Nasrins boek Lajja (Schaamte) verschijnt vrijdag in de Nederlandse vertaling bij uitgeverij De Kern in Baarn (in samenwerking met Novib)