ZUIDAFRIKANEN MET BAT NAAR SCHOOL

Na een boycot van 21 jaar werd Zuid-Afrika in 1991 weer toegelaten tot de internationale cricketwereld. Hoewel het nationale team taboe was, ontbrak het niet aan buitenlandse contacten. Het verbaast niemand dat Zuid-Afrika nu weer tot de wereldtop behoort.

Hoeveel cricketers er in Zuid-Afrika zijn kan niemand zeggen. De spelers niet, de manager niet en de meegereisde pers niet. “Nederland telt zestig clubs, niet? Die heb je alleen al in Jo'burg”, zegt een radioverslaggever die zijn Zuidafrikaanse luisteraars in een zes uur durende live-uitzending vanuit Den Haag op de hoogte houdt van de ontwikkelingen in de wedstrijd tussen Nederland en Zuid-Afrika. “Cricket is na rugby en voetbal de derde sport, maar wel de snelst groeiende”, zegt Goolam Rajah, assistent-coach van het nationale elftal. Met name de stormachtige groei van de sport in de townships maken schattingen onbetrouwbaar. “Maar we hebben een onvoorstelbaar grote bron, en die willen we aanboren.”

Zuid-Afrika heeft zich opnieuw een plaats verworven in de sportwereld. De Springboks zijn terug in de rugbystadions, de cricketers slikten twee maanden geleden een brok weg toen zij voor het eerst sinds 29 jaar de arena van Lord's Cricket Ground betraden, het hoofdkwartier van de cricketsport in Londen. “Een onvergetelijk moment”, zegt de uiterst populaire vice-captain Hansie Cronjé. Voor veel Zuid-Afrikanen betekende de terugkeer op Lord's het definitieve einde van de sportboycot. De spelers vierden het moment met een klinkende overwinning in de eerste Testmatch tegen Engeland. “We wisten best dat we sterk waren”, zegt Rajah. “Maar je moet het ook waarmaken.” Om met name jonge spelers snel internationale ervaring te laten opdoen, reisde het team de laatste twee jaar de hele wereld af voor crickettoernee's van telkens twee of drie maanden, waarin vrijwel dagelijks werd gespeeld. “Ik ben al acht maanden niet in Zuid-Afrika geweest”, klaagt een verslaggever van het Zuidafrikaanse persbureau SAPA. Volgende maand volgt hij het elftal in Pakistan.

De sportboycot van Zuid-Afrika heeft vooral bij rugby en cricket de ware internationale krachtsverhoudingen jarenlang geflatteerd. Tientallen spelers van wereldklasse, onder wie de huidige coach Mike Proctor en Barry Richards, konden hun talenten bij clubs in Australië of Engeland tentoonspreiden, maar de echte krachtmeting, de Testmatch, was voor hen onhaalbaar. Zo kon het gebeuren dat Richards, één van 's werelds beste spelers in de jaren zeventig, aan het einde van zijn carrière als speler/coach bij de Wassenaarse club De Kieviten neerstreek om nog een zakcentje te verdienen.

Ondanks de langdurige afwezigheid op het internationale toneel heeft het cricket in Zuid-Afrika nauwelijks aan kracht ingeboet. Sinds de terugkeer werd een overvol programma afgewerkt, met indrukwekkende resultaten tegen Australië, Pakistan, Sri Lanka en Engeland. De nederlaag van gisteren tegen Nederland was een van de weinige smetten op een toernee die bijna acht maanden duurde. “We hebben niet al die tijd stilgezeten”, zegt Goolam Rajah. “Zuid-Afrika is altijd een aantrekkelijk land gebleven voor professionele cricketers.”

Zuid-Afrika kon niet naar het buitenland, dus kwam het buitenland naar Zuid-Afrika. Met name veel cricketers uit Engeland spekten in Zuid-Afrika hun portemonnee tijdens de Europese winter, ondanks de politieke en sociale druk die op hen werd uitgeoefend. De discussies rondom de zogenoemde rebel tours in de jaren tachtig werden tot in het Britse Lagerhuis gevoerd. Engelse teams, kwalitatief vergelijkbaar met het nationale elftal, trokken een maand lang onder valse vlag langs de volle Zuidafrikaanse cricketstadions. De rebellen liepen bewust het risico van een schorsing door de Engelse cricketbond om in Zuid-Afrika te kunnen spelen. Topspelers als Graham Gooch en Mike Gatting werden na hun rebellen-toernee enkele jaren uit het Engelse elftal gezet. “Ik verdien mijn brood met deze sport”, zei Gatting destijds tegen Britse journalisten, die de omstreden speler jarenlang achtervolgde als was hij lid van het koninklijke huis. Deze week is de veteraan overigens weer opgeroepen om Engeland de komende winter in Australië te vertegenwoordigen.

Nog groter was de schok toen ook de West-Indies, verzamelnaam voor een aantal Caraïbische cricketeilanden, een sterk elftal in de steigers zetten voor een Zuidafrikaanse toernee. Niet omdat de West-Indies sportief gezien de dienst uitmaken in het internationale cricket, maar vooral omdat zwarten zich hiervoor niet zouden lenen in het - nog steeds - overwegend blanke Zuidafrikaanse cricket. “Of je het er nu mee eens was of niet, door de rebel-tours is het cricket in Zuid-Afrika in leven gebleven”, zegt Rajah.

De Zuidafrikanen zaten zelf ook niet stil. De huidige aanvoerder van het nationale elftal, Kepler Wessels, speelde in de jaren tachtig voor Australië. Andere sterren als Allan Lamb en Robin Smith kozen Engeland als toevluchtsoord en haalden eveneens het hoogste niveau. Zij typeren bij uitstek het doorzettingsvermogen waarmee Zuidafrikanen hun sport bedrijven. “Ze hebben een keiharde mentaliteit”, zegt Hagenaar Paul-Jan Bakker, een voormalig cricketprofessional die in het begin van de jaren tachtig op de bonnefooi naar Zuid-Afrika trok en vier seizoenen bij een club in Kaapstad speelde. “Het zijn mensen die over het algemeen een afgezonderd leven leiden en voor zichzelf moeten opkomen.”

De verhalen van Bakker en een aantal andere Nederlandse spelers over het cricket in Zuid-Afrika leidden tot een stroom van getalenteerde Nederlandse spelers die hun geluk gingen beproeven in de competities van Western Province. Niet voor het geld, zegt wicketkeeper Reinout Scholten van het Nederlands elftal, want voor een contract komen de meeste Nederlanders niet in aanmerking. “Ik wilde het een keer meemaken. Het is moeilijk voor te stellen hoe belangrijk cricket en eigenlijk alle sporten voor Zuidafrikanen zijn. Kinderen gaan 's ochtends naar school met hun cricketbat.”

Toen de apartheid ophield te bestaan en de zwarte en blanke cricketbonden vier jaar geleden werden verenigd in de United Cricket Board of South Africa brak de tijd aan om de zwarte bevolking met de sport bekend te maken, zegt official Goolam Rajah, die onder het apartheidsregime te boek stond als kleurling. Inmiddels is voor de kansarme, zwarte jeugd in de townships een omvangrijk ontwikkelingsprogramma opgezet waaraan per jaar zo'n dertigduizend kinderen deelnemen. De Britse overheid steunt het nationale cricketproject door materiaal (bats en ballen) te sturen en geld beschikbaar te stellen voor de aanleg van cricketvelden in de zwarte woongemeenschappen, waar voetbal tot op heden verreweg de populairste sport is. “Het is niet alleen bedoeld om betere spelers te krijgen”, zegt Rajah. “In de sport is vaak bewezen dat kansarmen een nieuwe identiteit kunnen ontwikkelen, én dat blank en zwart leren om samen iets te bereiken.” Over het moment waarop de eerste zwarte speler in het nationale elftal wordt opgesteld, wil Rajah zich niet uitlaten. “Dan pint men mij vast op een bepaalde datum. Maar ze zullen snel doorbreken.”