Vreselijke oekaze van de goddelijkheid

Het verzet van het Vaticaan en de islamitische wereld tegen de vandaag begonnen bevolkingsconferentie in Kaïro is een reactionaire en anti-feministische samenzwering die de allerarmsten veroordeelt tot een apocalyptische bevolkingstoename. Deze alliantie van de halve maan en het kruis hoeft niet te verbazen: alle godsdiensten zijn immers dogmatisch en menen de absolute waarheid in pacht te hebben, schrijft Mario Vargas Llosa.

Veel mensen waren verbaasd toen het Vaticaan een verbond sloot met moslim-fundamentalistische regimes en instellingen, zoals de Iraanse regering en de Azhar Universiteit van Kaïro, uit verzet tegen de conferentie van de Verenigde Naties over de gevolgen van de bevolkingsgroei voor de toekomst van de mensheid. Het is verbazingwekkend dat sommige mensen denken dat het moderne, beschaafde en tolerante katholicisme wezenlijk onverenigbaar zou zijn met een obscurantistisch, star en primitief geloof dat de gemeenschappen die het overheerst - zoals Libië, Iran of Soedan - terugvoert naar de middeleeuwen.

Mensen die zo denken zijn het slachtoffer van een misverstand dat op zichzelf verklaarbaar en relatief gangbaar is, maar dat zwaar weegt op het moment dat men probeert zich een mening te vormen over de godsdienstconflicten die onder meer het voormalig Joegoslavië verwoest hebben en Noord-Ierland en Israel in een continue staat van beroering houden. Als we kijken naar de oorsprong, dat wil zeggen de doctrine en de traditie, bestaan er geen moderne of primitieve, soepele of starre, democratische of autoritaire godsdiensten. Alle godsdiensten, zelfs het boeddhisme, dat zo mild lijkt en het luchtigste en meest verwaterde van alle geloven is, zijn dogmatisch en zelfgenoegzaam, ervan overtuigd de absolute waarheid in pacht te hebben en te beschikken over de noodzakelijke morele autoriteit om die aan anderen op te leggen, zelfs als dat resulteert in bloedvergieten.

De katholieke kerk verbrandt dan misschien geen ketters meer, en de tangen en roosters van het Heilig Officie zijn verroest, maar het moslimfundamentalisme zet deze praktijken in zekere zin voort en beroemt zich er schaamteloos op - zoals wordt bewezen door Salman Rushdie en Taslima Nasreen. Het is waar, in tegenstelling tot de islamitische maatschappijen, die nog steeds diep religieus zijn, hebben de christelijke maatschappijen een secularisatieproces doorgemaakt - de godsdienst is losgemaakt van de algemene cultuur en van de politieke macht - waardoor de Kerk met handen en voeten gebonden is en genoodzaakt te handelen binnen de grenzen van de wetgeving. De kerk kan deze wetgeving beïnvloeden maar niet bepalen en beheersen. Dankzij deze belangrijke ontwikkeling, die is begonnen met de Reformatie en een soort hoogtepunt bereikte tijdens de Franse Revolutie, is het democratische systeem ontstaan en kunnen we spreken van een vrijheidscultuur.

U moet uit het voorafgaande niet opmaken dat ik, net als de anarchisten of de marxisten van het eerste uur voor wie godsdienst 'opium voor het volk' was, vind dat de maatschappij eerst bevrijd moet worden van de kerken - dat kloosters moeten worden verbrand en pastoors en monniken vermoord - voor de mens zijn vervulling zal kunnen vinden. Integendeel. Hoewel ik zelf agnost ben, ben ik ervan overtuigd dat godsdienst een zeer belangrijke sociale rol vervult, en op een niet te evenaren manier het geestelijk leven behoedt en een morele leidraad is voor het overgrote deel van de mensen, die in een puur wereldlijke cultuur zouden verdwalen, ontsporen en in een gevaarlijke morele crisis raken (er zijn genoeg bewijzen voor dit fenomeen in de westerse wereld van dit moment). Godsdienst is een fundamenteel onderdeel van de beschaving, op voorwaarde dat er een duidelijke scheiding bestaat tussen Kerk en Staat, waardoor de laatste de eerste kan beteugelen wanneer ze de grenzen van het geestelijke dreigt te overschrijden en zich als een wereldlijke macht wil presenteren.

De scheiding tussen Kerk en Staat is niet altijd eenvoudig. Het is een wankel evenwicht dat voortdurend moet worden bijgesteld. Maar als deze scheiding niet in acht wordt genomen staan de grondbeginselen van de individuele soevereiniteit en de mensenrechten op het spel en kunnen de fundamenten onder deze kostbare historische creatie, de vrijheidscultuur, worden weggeslagen. Er is geen beter bewijs hiervoor dan het netelige onderwerp van de geboortenbeperking of het 'vermogen van de vrouw om te beslissen' zoals het eufemistisch wordt omschreven in het ontwerp-document van de VN voor de conferentie in Kaïro waar deze kwestie centraal zal staan, en het doelwit zal zijn van een koppig offensief van de heikele katholiek-islamitische alliantie die voor deze gelegenheid is gesmeed.

De katholieke kerk heeft het volste recht haar gelovigen te vragen af te zien van andere voorbehoedsmiddelen dan de zogenoemde 'biologische' middelen, en abortus af te wijzen, zij kan actie voeren om deze verboden om te zetten in wetten, maar het is ondenkbaar dat de Kerk de burgers van een land verhindert die middelen te gebruiken wanneer ze volgens de wet zijn toegestaan, en hun het recht ontzegt zich op hun beurt in te zetten voor legalisatie. Dit conflict is onoplosbaar, omdat in dit geval de wet van Caesar en die van God - of, in minder apocalyptische termen, de rede en het dogma - haaks tegenover elkaar staan, en omdat we niet van de Kerk kunnen vragen een rationele overweging te maken, te aanvaarden dat ze moet overleggen en stemmen over iets dat een dogmatische kwestie is, een geloofsdaad.

De rationele argumenten, hoe gedegen en overtuigend ze ook zijn, worden altijd volkomen ontkracht als ze worden weerlegd door de verschrikkelijke oekaze van de goddelijkheid. Als God zelf heeft beslist dat man en vrouw alleen de liefde mogen bedrijven om zich voort te planten en dat het vrouwelijk lichaam als enige, verheven en eerbiedwaardige bestaansreden de voortplanting heeft, waar blijf ik dan met mijn deerniswekkend aardse statistieken die aangeven dat deze beslissing, vertaald naar het dagelijks leven, honderden miljoenen vrouwen zou veroordelen tot beestachtige slavernij, de planeet zou bevolken met deerniswekkende kinderen van wie een groot aantal zou sterven door honger en afschuwelijke ziektes voor ze volwassen waren en de derde-wereldlanden, die allemaal lijden onder een veel te snelle bevolkingsgroei, tot onderontwikkeling en armoede zou veroordelen?

Hoe zou de Kerk kunnen tornen aan de onwrikbare beslissing die in den beginne is gemaakt door het Opperwezen, als zij wordt geconfronteerd met het wetenschappelijke bewijs dat als er niet zo snel mogelijk, en op wereldniveau, een effectieve bevolkingspolitiek komt, de huidige 5,6 miljard inwoners uit zullen groeien tot 12 miljard in het midden van de eenentwintigste eeuw? Dit betekent dat de ellende en de sociale tragedies van nu verveelvoudigd zouden worden en onuitsprekelijke holocausten en apocalypsen zouden veroorzalen voor de allerarmsten, die de meerderheid van de mensheid zouden uitmaken.

Maar het probleem wordt nog ingewikkelder wanneer de katholieke kerk, met als enige doel zich te verzetten tegen elke vorm van geboortenbeperking met het dogmatische (en irrationele) argument van de waarheid die is geopenbaard door een God die, in zijn ondoorgrondelijke en oneindige wil, besloten zou hebben de lichamelijke liefde te zien als een louter genetische inversie en de vrouw als een constante produktiemachine - een reden, die neem ik aan, alleen voor gelovigen geldt en die de Kerk niet op wil leggen aan mensen die dat niet zijn - wanneer de Kerk dus probeert een dergelijk geloof te schragen met sociaal-politieke overwegingen en wereldlijke ideologieën die een universele waarde moeten hebben. De woordvoerders van het Vaticaan zeggen in hun kritiek op de conferentie van Kaïro dat ze zich verzetten tegen elke afspraak over bevolkingspolitiek uit naam van de waardigheid en soevereiniteit van de volken uit de derde wereld. En dat de rijke naties, op een imperialistische en neokoloniale manier, hun het gebruik van voorbehoedsmiddelen en abortuspraktijken willen opleggen om hun cultuur te vernietigen en hen nog beter te kunnen uitbuiten.

Deze bewering is demagogisch en leugenachtig. We moeten het zien als een simpele strategie, bedoeld om een onontwikkeld en onvoorzichtig publiek, dat dankzij de derde-wereldideologie bereid is alles te geloven wat anti-Westers klinkt, te werven voor een stelling die in wezen zuiver dogmatisch religieus is. De houding van de katholieken lijkt sprekend op de belachelijke manier waarop het moslimfundamentalisme rechtvaardiging zoekt voor de sharia, dat wil zeggen het respect voor de wetten van de koran die elk autoritair regime legitimeren en van de vrouw een tweederangsburger of een ding maken: de verdediging van de 'culturele identiteit' van moslimgemeenschappen die wordt bedreigd door het geperverteerde Westen, Europa en Amerika, dat zijn ziel aan de duivel heeft verkocht.

De waarheid is dat het ontwerp-document van de VN voor de conferentie in Kaïro uiterst voorzichtig is. In plaats van alle relevante informatie te geven over de bevolkingsgroei en de tragische consequenties voor de derde-wereldlanden, vermijdt men een eenzijdige uitspraak over specifieke geboortenbeperkingspolitiek. De nadruk ligt daarentegen op een feit dat overal door de hedendaagse geschiedenis bevestigd wordt: de bevolkingsgroei vermindert of stabiliseert zich als in een land de vrouw op gelijke voet komt te staan met de man, als ze niet meer wordt gediscrimineerd en uitgebuit, en toegang krijgt tot onderwijs, werk en sociale verantwoordelijkheid. Daarom is de emancipatie van de vrouw en de strijd tegen alle, wettelijke of culturele (of religieuze), obstakels die haar beslissingsrecht en haar vrijheid belemmeren de belangrijkste en meest effectieve maatregel om de bevolkingsexplosie in de wereld in te dammen.

Het is duidelijk dat elke geboortenbeperkingspolitiek niet alleen de nadruk moet leggen op de rechten van de vrouw, maar ook categorisch elke vorm van dwang moet uitsluiten, zoals bijvoorbeeld de gevallen van gedwongen sterilisatie die plaatsvonden in India onder de regering van Indira Gandhi, en het gebruik van wettelijke middelen of intimidatiepolitiek zoals in China en andere Aziatische landen om echtparen die meer dan een kind hebben hun werk en sociale priviliges af te nemen. Regeringen hebben de taak hun burgers een doeltreffend wettelijk kader van informatie en diensten te verschaffen die hen in staat stelt op een verantwoordelijke manier aan gezinsplanning te doen, in overeenkomst met hun overtuigingen en mogelijkheden. Geen enkele staat zou mensen moeten dwingen minder kinderen te krijgen dan ze willen hebben, of om er meer te krijgen dan ze zouden willen of kunnen hebben. Deze oersimpele politiek, die wordt ingegeven door het gezonde verstand, is waarschijnlijk een pure utopie in maatschappijen, die overigens in de meerderheid zijn, die nog geen democratische beschaving hebben. Om deze reden moeten we vrezen dat de heikele bondgenoten van de halve maan en het kruis op de Conferentie van Kaïro meer succes krijgen met hun reactionaire en antifeministische samenzwering dan ze verdienen.