Van 't Hek zoekt op zondagen naar 'teamspeelsters'

UTRECHT, 5 SEPT. Het aantal toeschouwers bij het hockeyduel tussen de vrouwen van Kampong en Oranje Zwart gaf gisteren een aardig beeld waarom de nieuwe Nederlandse bondscoach zijn nevenfunctie kan relativeren. Tom van 't Hek kon er zelf om lachen toen hij de vijftig belangstellenden ontwaarde. Maar toen de Kampong-trainer zijn speelsters in de eerste helft opzichtig zag blunderen, gooide hij het het juk van schijnbare onverschilligheid van zich af. Drukgebarend, met de onvermijdelijke sigaar tussen de lippen, schreeuwde hij zijn ploeg naar voren. Na een 2-1 achterstand bij rust won Kampong uiteindelijk met 6-2. “Ik had het helemaal niet leuk gevonden als we hier met 4-1 hadden verloren”, zegt de man die beseft dat leedvermaak universeel is.

Van 't Hek werd twee weken geleden gekozen als opvolger van de falende Bert Wentink. De Tilburger voelde zich verantwoordelijk voor de teleurstellende zesde plaats van de Nederlandse hockeyvrouwen bij het WK in Dublin. Toen Van 't Heks benoeming openbaar werd gemaakt, hing een aantal speelsters van Kampong meteen aan de lijn. Of Tommie hen toch vooral niet in de steek wilde laten, vlak voor het nieuwe seizoen. Ze kregen hun zin, want de nieuwe bondscoach blijft verantwoordelijk voor de prestaties van de Utrechtse landskampioenen. “Ik weet ook wel dat het geen ideale situatie is, maar ik heb genoeg ervaring om de beste speelsters uit te kiezen.”

Van 't Hek maakt woensdag bekend welke speelsters in aanmerking komen voor de nationale selectie. Marlies Vossen weet dat ze een kans maakt. Ze heeft zich de afgelopen twee jaar in de kijker kunnen spelen. De middenveldster van Kampong heeft nog geen enkele interland achter haar naam staan, “omdat Wentink het blijkbaar niet in mij zag zitten”. Tegen Oranje Zwart maakte Vossen haar faam als strafcornerspecialiste waar. Ze scoorde 1-1 op een moment dat de Eindhovense club leek uit te lopen naar 2-0. “Ik vond het niet erg dat die corners in Dublin niet liepen”, zegt ze openhartig. Voelt ze extra druk nu de bondscoach haar acties van zo dichtbij volgt? “Nee, het is al twee jaar bekend wie Tom goed vindt en wie niet. Ik ga me dan ook niet extra bewijzen.”

Volgens de trainer van Oranje Zwart, Michel van de Heuvel, ging zijn ploeg zeer gemotiveerd van start. “Omdat je tegen de landskampioen speelt en toch ook wel omdat de bondscoach langs de kant staat.” Maar zijn uitblinkster Esther Verhoeven verklaart dat ze in het begin helemaal geen rekening hield met de extra aandacht langs de kant. Ook niet toen ze op schitterende wijze haar tweede doelpunt had gemaakt? Met een verlegen glimlach geeft de 19-jarige rechtsbuiten toe dat “hij nu tenminste weet wie ik ben”.

Verhoeven is snel, heeft een goede techniek en heeft blijkbaar ook een neusje voor goals. Ze maakte gisteren beide tegentreffers, vooral de tweede was heel fraai. Ze is verlegen bij alle aandacht. Nooit had ze in een vertegenwoordigend elftal gespeeld, tot ze afgelopen voorjaar voor Jong Oranje werd geselecteerd. Aan Tom van 't Hek de vraag of hem het goede spel van Verhoeven was opgevallen. “Ja, maar ik heb de meeste speelsters al twee jaar gevolgd. En dan heb je een aardig beeld van wie wel en wie niet goed genoeg zijn. Het gaat er mij vooral dat iemand een team-speelster is.”

Hij noemt Jeanette Lewin als sprekend voorbeeld van een bevlogen topsportster. “Ik heb haar in de rust even aangekeken. Dat ik het ook niet meer wist.” De aanvoerdster van Kampong en vaste keuze in Oranje was zich bewust van haar taak en maakte in de tweede helft een onvervalste hattrick. Binnen tien minuten kreeg ze drie keer de gelegenheid voor een schot op doel. Lewin boog in haar eentje de verrassende 1-2 ruststand om in een geflatteerde 4-2 voorsprong. Om vervolgens ook nog de vijfde Utrechtse treffer op haar naam te schrijven. Anouk Verhaegh zorgde voor de 6-2 eindstand en voorkwam de eerste kritische noot in hockeyland.

Van 't Hek beseft dat veel mensen hun bedenkingen hebben tegen zijn overvolle agenda. Naast het hockey maakt hij wekelijks een radioprogramma en runt hij full time een huisartsenpraktijk. “Toen ik pas benoemd werd vroegen negen van de tien mensen hoe ik dit mijn patiënten kon aandoen. Dat is toch mijn probleem. Ik ben hartstikke trots om bondscoach te zijn, maar een felicitatie kon er niet af.”