Ton Lutz leest in drie weken Homeros' Odysseia voor; Avontuurlijk epos blijft boeien

Odysseia-project van Homeros. Vertaling: Imme Dros; verteller: Ton Lutz; regie: Ingrid van Frankenhuyzen; muziek: Christoph Martin. Uitzending over radio 5, 23.00-24.00u. Vanaf 5/9 t/m 25/9.

Toen de televisie zijn intrede deed, vroegen kinderen aan hun ouders die voordien naar de radio luisterden: “Waar keken jullie vroeger dan naar?” Misschien beschikten die ouders over meer inbeeldingsvermogen dan de televisiekijker van nu. In elk geval hoeft de luisteraar naar de Odysseia vanavond zich geen moment visueel benadeeld te voelen. De taal van Homeros in de vertaling van Imme Dros is zo beeldend, Ton Lutz weet met zijn stem de ritmiek en de rijkdom van de taal zo treffend uit te drukken dat wij, luisteraars, bijna tot ooggetuigen worden van Odysseus' omzwervingen. Voorwaarde is wel dat het luisteren geconcentreerd gebeurt; de verhoudingen tussen de personages in een klassiek epos als de Odysseia zijn nu eenmaal ingewikkeld. De afwas en Homeros verdragen elkaar slecht.

Eenentwintig avonden zendt de NCRV tussen elf en twaalf uur de integrale Odysseia uit. Het zou jammer zijn als het late tijdstip in het nadeel van het aantal belangstellenden werkt. Elke uitzending begint met de befaamde openingswoorden uit het epos: “Zing van de man van de duizend listen, Muze, die zoveel rondzwierf, nadat hij de heilige stad van Troje verwoest had. (-) Die vocht voor zijn leven en de thuiskomst van zijn vrienden. Zing de verhalen ook voor ons, Muze, dochter van Zeus en begin maar ergens...” De stem van Lutz wordt hier begeleid door kalme, gedragen muziek die de suggestie oproept van golven, de wind en de zee. Vioolklanken spelen erdoorheen.

Soberheid is het opvallendste kenmerk van de reeks. Regisseur Ingrid van Frankenhuyzen gebruikt slechts mondjesmaat de traditionele middelen, waarmee hoorspelen al te vaak worden opgepoetst. De dramatische effecten zijn gelegen in de taal. Acteur Ton Lutz varieert zijn dictie niet overdadig wanneer een ander personage aan het woord is. Van die stem moet je natuurlijk wel houden, anders is het luisteren een onbegonnen zaak. Hij leest kalm en in een aangenaam tempo, gelukkig nooit koket of toneelmatig. De muziek van Christoph Martin vervlecht zich vaak ongemerkt met de woorden. Hij gebruikt zowel elementen uit de volksmuziek als uit de computermuziek. Het epos telt vierentwintig boeken; elke uitzending volgt dus bijna een boek.

Luisteren naar de Odysseia geeft weer een heel andere ervaring dan lezen. Het origineel bestaat uit tal van dialogen tussen de dramatis personae. Doordat Ton Lutz alle rollen vertolkt, ontstaat in de lange monologen het effect dat hijzelf Odysseus is die zijn avontuurlijke, rusteloze herinneringen vertelt. Maar in feite is hij te beschouwen als de zanger van het gehele lied. Dankzij de soepele vertaling van Imme Dros worden we behoed voor de gevreesde dreun van het metrum. Hoewel ze de hexameter van het oorspronkelijke werk heeft gehandhaafd, doet ze de woordvolgorde van het Nederlands geen geweld aan. Hierdoor leent deze vertaling, verschenen in 1991, zich goed om te worden voorgelezen.

Het tijdsverschil van drieduizend jaar heeft goedbeschouwd geen enkele invloed op de levendigheid van de vertelling. Odysseus blijft boeien als slimme strateeg, als zwerver en vreemdeling die jarenlang verlangt terug te keren naar zijn vrouw Penelopeia en naar Ithaka, het eiland van zijn geboorte. Het is een mythologische wereld waarin hij leeft, met de nimf Calypso, met de eenogige Cycloop, met Sirenen die hem met dodelijk mooie stemmen tot zijn ondergang willen verleiden. Het land is ruw, de zee slaat klotsend omhoog. De Odysseia is ook een heel erg zinnelijk verhaal; er wordt door de helden veel genoten. In de negende uitzending, als Boek 10 aan bod komt, staat deze beeldende passage over het huis van Aiolos, de heerser over de winden: “Overdag was die tafel beladen met heerlijkheden en het hele huis geurde van gebraad en weergalmde van de muziek, maar 's nachts sliep elke man met zijn vereerde vrouw op een verend bed en in zachte, wollen dekens.” Opmerkelijk ook van de voorlezing is dat de vele verwijzingen naar de verteltraditie waaruit de Odysseia voortkomt, mooi op hun plaats vallen. De beschrijving die hierboven is geciteerd, ziet de luisteraar meteen voor zich. Met ogenschijnlijk eenvoudige middelen als taal en een stem kan op de radio veel bereikt worden.